Uniek oorlogsdagboek uit de Westhoek

di 26/08/2014 - 10:04 Foto update: do 28/08/2014 - 10:24 ***** Achiel Van Walleghem, onderpastoor van Dikkebus bij Ieper, hield de hele Eerste Wereldoorlog nauwgezet een dagboek bij. Dat is nu uitgegeven voor een groot publiek, hertaald en toegelicht. En er is ruimte voor aanvullingen op een nieuwe website.

achiel van walleghem oorlogsdagboeken WOI eerste wereldoorlog dikkebus westhoek in flanders fields museum ieper kristien bonneure

“Het belangrijkste dagboek”

Piet Chielens van het In Flanders Fields Museum van Ieper is erg blij met deze uitgave. Hij woonde zelf in het buurdorp Reningelst, en kende de dagboeken uit zijn jeugd. Hij noemt ze “feitelijk, zakelijk, bijzonder precies en relatief volledig” en als zodanig “het belangrijkste burgerlijke dagboek van achter het front”. De tekst leerde hem “dat oorlog een monster van een onstilbare vraatzucht is”. Maar ook dit viel hem op: “Van Walleghem schreef zoals de oude mensen uit het dorp vertelden”.

Hertaling

Van Walleghem schreef zijn dagelijkse notities op losse vellen papier, vaak van het Britse leger. Daarna, dus met enkele dagen ‘recul’, schreef hij zijn relaas in het net over in schriften. Er zijn er zo dertien en ze liggen in het Flanders Fields Museum in Ieper. Twee keer eerder al zijn ze uitgegeven, door West-Vlaamse pastoors geredigeerd, maar die edities van tientallen jaren geleden zijn al lang niet meer in de handel.

Voor deze eerste volledige uitgave heeft auteur Willy Spillebeen een hertaling gemaakt van de tekst van pastoor Van Walleghem, die vol gallicismen en ook wel wat West-Vlaamse dialectwoorden stond. Dat zorgt zeker voor een erg leesbare tekst, maar mooie woorden als "alaam" (gereedschap) of "nievers" (nergens) zijn er helaas wel uit verdwenen. Er zijn stafkaarten en foto’s toegevoegd aan de tekst, ook enkele bladzijden van het fraaie handschrift zelf, en een heel uitgebreid register en namenlijsten. 

Op de website www.achielvanwalleghem.be wordt dit hele dagboek de komende jaren dag aan dag gepubliceerd. Ook het brede publiek kan aanvullingen suggeren voor deze website, in de vorm van informatie of foto’s over de zovele mensen die Van Walleghem ter sprake brengt. 

Verantwoordelijkheidsgevoel

 

Achiel Van Walleghem (1879-1955) was een typische, wijnminnende dorpspastoor en notabele. De stem die uit zijn dagboeken spreekt, is die van een erg punctuele, plichtsgetrouwe herder van zijn schapen in Dikkebus. Daar waar de pastoor al snel de benen neemt naar Frankrijk, blijft hij als onderpastoor op post. Tot Dikkebus, vlakbij de frontlijn, op luttele kilometers van Ieper, naar het eind van de oorlog in april 1918, wordt geëvacueerd. Na een verblijf in Normandië keert hij als één van de eersten terug om de heropbouw van het totaal verwoeste dorp te helpen organiseren.

De wereld in de Westhoek

Dikkebus krijgt eerst ladingen haveloze vluchtelingen van elders in Vlaanderen over zich heen (“Wat een droevige stoet! Veel wagens vol kinderen en vrouwen”), vervolgens Belgische en Franse soldaten, en daarna Engelse en koloniale troepen. Plotseling marcheert de hele wereld voorbij de pastorie van het kleine Dikkebus. “Schotse troepen. Kloek volk, met korte rokken en blote benen”.

Van Walleghem is een kind van zijn tijd, lichtjes xenofoob, maar ook geweldig nieuwsgierig. Daarvan getuigen zijn notities over het Chinese werkvolk, in dienst van de Engelsen. “Zij zijn geel van kleur, met platte neus en scheve ogen en zij hebben bijna altijd een dwaze glimlach over zich en kijken bijna voortdurend rond, zodat het te verwonderen is dat er op onze belemmerde wegen nog geen verongelukt zijn.” Of over de ‘tirailleurs algériens’: “Deze laatsten waren half wild en mochten niet vaak alleen gelaten worden en meer dan eens heeft men in de streek over hun boze toeren gehoord”.

Vier jaar leed en pijn

Dikkebus wordt overspoeld door gewonde soldaten. “Gisteren hebben de soldaten-brancardiers de kerk wat gekuist. Het was verschrikkelijk nodig, want de stank was onverdraaglijk, het vuil afstotend. Hetzelfde stro lag er nog waarop zoveel gewonden gelegen hadden en gestorven waren. Ook doen zij een weinig de steenbrokken weg voor de ingang zodat de mensen enigszins kunnen passeren”.

De aantekeningen van de onderpastoor bevatten ontzettend veel cijfers en namen. Elke dag weer noteert hij waar de bommen zijn neergekomen en welke schade of slachtoffers ze maken. Schrapnels, granaten, obussen, marmieten… benamingen genoeg. Na enkele tientallen bladzijden lezen hoor je die basso continuo van lawaai, gedaver, gedreun, inslagen en gefluit, en -vooral- kun je de groeiende angst voelen. Hoe lang nog voor het mijn beurt is? Wat Van Walleghem beschrijft na zo’n bombardementen, tart de verbeelding: weer een hofstede uitgebrand, weer dikke bomen geknapt als lucifers, weer zoveel doden.

“Nauwelijks was de zwarte rook van het moordtuig wat opgetrokken of men kon het verschrikkelijkste toneel aanschouwen. Voor de deur was een put van drie meter diep. Daarin lag de 78-jarige Edward Depuydt van Voormezele met het hoofd af. Henri Legrand van Ten Brielen, 66 jaar, was ook dood en verminkt. Nog 2 andere lijken lagen naast de put.” 

Geen wonder dat de grond honderd jaar later nog vol obussen zit. Zelfs het gifgas dat in de loopgraven enkele kilometers verder wordt gebruikt, drijft af naar Dikkebus. “Wat een vreemde stinkende geur. Er is een soort chloorreuk bij en geprikkel en stekende pijn van de ogen”.

Daarnaast zijn er bijna dagelijks verwijzingen naar zijn kerkelijke ambt. Het aantal communies , het grote aantal begrafenissen (“men maakt de putten zeer diep om er velen boven elkaar te kunnen leggen”), de schade bij de vernielingen, de gedwongen verhuis naar andere locaties. Van Walleghem schrijft over zijn werk, nooit over zichzelf. En over alle praktische besognes van dorpelingen in oorlogstijd: de prijs van het brood of het vlees, de neringdoenerij met de soldaten, de vrouwen van lichte zeden, de vreselijke gevolgen van de tyfus, de evacuatie van kinderen naar pensionaten in Frankrijk. Je zou het eerder een oorlogskroniek dan een echt dagboek kunnen noemen. 

Van Walleghem slaagde erin om af en toe wat rond te rijden, en was ook goed geïnformeerd over de rest van het land en de wereld. Deze dagboeken zijn zakelijker, minder literair dan die van de oude Gentse schrijfster Virginie Loveling, die vorig jaar ook opnieuw zijn uitgegeven. Maar daarom zijn ze niet minder aangrijpend. De schriftjes van Achiel Van Walleghem zijn opgenomen in de Topstukkenlijst van het Vlaams Agentschap Kunsten en Erfgoed. Nu kan iedereen lezen hoe die vier jaren van oorlog en leed het leven van de burgers sloopten, ondermijnden, ontmenselijkten. En overdenken hoe het nu net zo moet zijn in Syrië, Noord-Irak of Gaza.

Kristien Bonneure
Kristien Bonneure is Cobra.be-redacteur en voormalig VRT-radiojournalist, blogt voor deredactie.be en volgt vooral non-fictie. Ze is de auteur van 'Stil leven. Een stem voor rust en ruimte in drukke tijden' (Lannoo, 2014)

[Oorlogsdagboeken 1914-1918 van Achiel Van Walleghem, hertaald door Willy Spillebeen, is uitgegeven bij Lannoo, 2014, 693 p]

[Op donderdag 28 augustus 2014 wordt het boek voorgesteld in de -heropgebouwde- kerk van Dikkebus]