Congo aan den Yser - Griet Brosens

zo 17/11/2013 - 11:48 *** 32 Congolezen vochten tijdens WO I mee in het Belgische leger. Historica Griet Brosens heeft zich verdiept in hun bijzondere levensverhalen.

griet brosens congo aan den yser WO I eerste wereldoorlog recensie joanna van der heyden

Officieel waren ze er niet

Er waren tijdens de Eerste Wereldoorlog "geen Congolese soldaten in het Belgisch leger", zo klinkt het uit officiële bron. Eerste minister Charles de Brocqueville, ook minister van oorlog, geloofde niet dat hun aanwezigheid te verdedigen viel en hij werd daarbij gesteund door de mening van de minister van koloniën Jules Renkin. Verliezen Congolezen, die met de blanken mee de modder ingaan, niet het respect voor deze laatsten? En is er dan geen sprake van statusverlies voor de Europeanen?

Niettemin portretteert Griet Brosens 32 Congolezen. Ze nemen een bescheiden - de Fransen zetten tijdens de Eerste Wereldoorlog 134.000 Afrikaanse soldaten in - onopvallende plaats in binnen de Belgische troepen. Allemaal, zo laat de auteur weten, werden ze getekend door de grote ellende van de oorlog.

Matroos, boy, straatventer

Griet Brosens maakt van elk van hen een biografische steekkaart, aangevuld daar waar kan, met een foto: soms een militair portret met uniform, af en toe een foto in feestkleding, uitzonderlijk met vranke zelfbewuste blik, zelden of nooit met een lach. Wat doen die Congoleze jongvolwassenen – het zijn tenslotte twintigers – in België ? Daarvoor graaft Griet Brosens de waargebeurde levensverhalen op uit de vaderlandse koloniale geschiedenis. Sommigen gingen in dienst als matroos bij de Compagnie Maritime Belge du Congo en arriveerden in de Antwerpse haven. Anderen werden door de terugkerende Belgen als hun 'boys' meegebracht. Een enkele keer trotseerde een koloniaal de ongeschreven regels en keerde terug met een door hem erkend kind. Paul Panda Farnana en Joseph Droeven genoten van de oprechte liefde en belangstelling van hun Belgische familie. Wat een contrast met de Congolese straatventers. Het leuren en vaak succesvol verkopen van de carabouya – snoep gemaakt van suiker en anijs – vergezeld van een Frans of Brussels versje zijn minder vrolijk dan gedacht : "jamais malade, jamais mourir … Toudis crever!'"

Grote inzet, zwakke gezondheid

In 1914 gaan ze in dienst; ze strijden voor het nieuwe vaderland, zijn tevreden met de maaltijden, de kleding én de soldij. Ze doen dat bescheiden, onopgemerkt. Of het nu gaat om de mobilisatie, de Slag bij Namen of de loopgravenoorlog: de Congolezen, Belgische onderdanen, staan er met een grote inzet naast de andere jongens, Belgische burgers. Enkele maken deel uit van het korps der Congolese Vrijwilligers, een eenheid opgericht door oud-kolonialen. De Congolezen versieren jonge vrouwen, net als andere militairen, denken aan deserteren en verdienen medailles. Jean Balamba's commandant evalueerde zijn bijdrage aan de Slag om Berlare als volgt : "Onder mijn bevel waren zijn gedrag, zijn houding aan het front en zijn manier van dienen uitstekend".

De Congolese soldaten missen de warmte van de evenaar en geen van hen blijkt bestand tegen de kou en het vocht in de loopgraven; hun longen worden sneller aangetast door tuberculose. Sommigen mochten terugkeren naar Congo.

In tegenstelling tot andere studies valt er in 'Congo aan den Yser' nauwelijks racisme aan het front te bespeuren. Paul Panda Farnana wordt naar Duitsland gebracht. Bij een eerste stop over de grens gaat de deur van de wagon open en krijgt het publiek hem te zien, terwijl hij er op een meer dan vernederende toon wordt voorgesteld : "Dit is nu een neger, hij is niet gewassen, hij heeft geen zeep en geen borstel".

Toch blijkt het levensverhaal van de Congolese soldaten veel complexer te lezen dan de evidente pijn en het verondersteld racisme op het slagveld. Zowel vóór de mobilisatie als na de wapenstilstand ontdek je als lezer weinig gelukkige momenten in het leven van de 32. De Belgen waren vlug gewend aan de 'Congolese curiosa'... Alleen en op zichzelf aangewezen moet het nieuwe vaderland koud en kil geweest zijn. Een Congolese gemeenschap om op terug te vallen bestond er nog niet. Voor of na de oorlog : het burgerleven bleef hard.

Fictie

Het door Griet Brosens verzamelde bronnenmateriaal wordt op een persoonlijke, creatieve manier verwerkt. Egodocumenten zijn er nauwelijks en omdat de officiële bronnen zakelijk en vaak onaantrekkelijk zijn, haalt de auteur al haar verteltalent boven en krijgt het boek fictieve trekjes. Door te kiezen voor een uitnodigende vertelling blijft vooral de wetenschappelijk geïnteresseerde lezer op zijn honger. De onderzoeksresultaten van 'Congo aan den Yser' zouden ongetwijfeld nog meer aan kracht winnen, wanneer ze geplaatst en daarna gelezen worden als een etappe binnen de bredere, Belgische koloniale geschiedenis.

Joanna Van der Heyden
Joanna Van der Heyden werkte als presentator/producer voor Klara en voorlopers. Daar maakte ze o.m. bijdrages over cultuur- en politieke geschiedenis. Ze was de vrouwenstem van Histories.

[Congo aan den Yser. De 32 Congolese soldaten van het Belgisch leger in de Eerste Wereldoorlog van Griet Brosens is uitgegeven bij Manteau, 2013]