Oorlogsdagboeken - Virginie Loveling

ma 11/11/2013 - 10:44 Update: wo 13/11/2013 - 10:26 ***** Heel terecht zijn deze razend interessante en fris geschreven oog- en oorgetuigenverslagen uit de Eerste Wereldoorlog heruitgegeven. De Gentse Virginie Loveling is scherpzinnig, kritisch en wijs.

virginie loveling oorlogsdagboeken gent WO I eerste wereldoorlog recensie kristien bonneure

Lees ook over andere oorlogsdagboeken

Ontwikkelde vrouw

Virginie Loveling (1836-1923) uit Nevele was de tante van Cyriel Buysse en schreef  gedichten, antiklerikale pamfletten, novellen, jeugdboeken en romans. Samen met Buysse maakte ze ‘Levensleer’, een humoristische roman over de Gentse bourgeoisie. Haar eigen roman ‘Een revolverschot’, over twee zusters die dezelfde man begeren, doet nog altijd modern aan.

Hun moeder was een Vlaamse, hun vader een Duitser, die zelfmoord pleegde toen Virginie tien jaar oud was. Na de dood van haar moeder ruilde Virginie haar Duitse nationaliteit voor de Belgische.

Virginie Loveling was een ongehuwde, bemiddelde, ontwikkelde en zeer geëmancipeerde vrouw. Ze sprak en schreef Nederlands, Frans, Duits, Engels, Italiaans. Ze had contacten in de hoogste kringen. Ze reisde veel, zelfs naar Australië. Ze zag er ook zeer deftig uit, er bestaan een paar foto’s en schilderijen van haar, een gezette dame, zeg maar een matrone, met mooi opgestoken grijs haar en een pince-nez.

Clandestiene dagboeken

Ze was dus een verstandige, rijpe, wereldwijze vrouw die op het einde van haar leven, tijdens de Eerste Wereldoorlog, een dagboek bijhield. In 1914 was Virginie Loveling namelijk al 78 jaar. Het jaar tevoren had ze haar pen aan de wilgen gehangen, ze was gevierd, en ze was zogezegd met pensioen.

Maar eind juli 1914 begint ze weer te schrijven in kleine dagboeken, de hele oorlog lang. Heel gedetailleerd als een volleerde en kritische reporter, die bovendien nog altijd veel uitging, contact had, mensen ontving, ook Duitse familieleden, die reisde buiten Gent, tot in Nederland toe. Het verslag daarvan staat allemaal in deze fascinerende 'Oorlogsdagboeken'.

Vier jaar lang leefde Loveling in permanente schrik dat haar aantekeningen zouden worden gevonden. Ze zeulde ze heen en weer, naar een kluis in de bank en weer terug. Zoals ze zelf schrijft op “zondag 4 juli 1915 10 uur ’s morgens. Schier elken dag wordt iets bij deze aanteekeningen gevoegd. Aan niemand is tot dusverre bekendgemaakt dat ze bestaan. Altijd wordt er gezegd: neen, op elke vraag, of ik iets neerschrijf. Neen, de lust ontbreekt en ik weet niets interessants. Nooit herlees ik iets, in allerhaast moet alles ergens weggestopt, zoo mogelijk onvindbaar wezen. Zal ik dit dagboek ooit weder ter hand kunnen nemen en uit al de losse bladen samenstellen en afschrijven kunnen? Zal het niet door den vijand, indien ontdekt, vernietigd worden. Zou ik er met de ballingschap in Duitsland en een natuurlijken dood van afkomen?”

De dagboeken hebben de oorlog gelukkig overleefd. Jarenlang lagen ze in de Universiteitsbibliotheek van Gent, tot ze in 1999 publiek werden gemaakt op het internet. In 2006 volgde een eerste boekversie, en nu is er een heruitgave. In oude spelling, maar laat dat geen hinderpaal zijn: deze vrouw schrijft spitser dan menig hedendaagse journalist.

Reportersbloed

“13 december donderdag 1917. Een vliegende kraai vangt meer dan een zittende, zegt het spreekwoord. Het is morgenstond, elf uur. Ik ga uit”.

Dat typeert Loveling, ze had geen “zittend gat”. Veel informatie verzamelt ze gewoon zelf. Loveling ziet vluchtelingen uit alle windstreken aanspoelen in Gent, en soldaten van allerlei slag. Een Duitse zeppelin is neergehaald in Sint Amandsberg? Ze gaat zelf ter plekke en praat met de mensen die aan de vuurzee ontsnapt zijn. Elke gelegenheid neemt ze te baat om op onderzoek uit te gaan, en dat levert boeiende notities op over ziekenhuizen, kerkhoven, cafés, de prijzenpolitiek van winkeliers. Loveling slaagt er ook in om naar Nederland te reizen, waar haar neef Cyriel Buysse in ballingschap verblijft. En ze maakt een toer langs de vernielde Vlaamse steden Lier, Antwerpen en vooral Leuven: “één slagveld van gesneuvelde gebouwen op het stationsplein en langs de groote straat, die naar het centrum leidt: gruis, steenhoopen, brokken van balkons, van kolommen, van gekromd en verzengd smeedwerk”. Dat klinkt als Vukovar of Aleppo…

Ook het dagelijks leven biedt in al zijn isolement en gebrek veel stof voor dit dagboek. De Duitsers eisten steeds meer op: niet alleen koper, maar ook vee en duiven en stoffen en verlichting. Honger had de bemiddelde Loveling niet, maar het was improviseren voor haar en haar meid. 

Verzet

Heel leuk zijn de voorbeelden van subtiel verzet die Loveling aanhaalt. Daar stonden de Gentenaars voor bekend. “Een fruitverkoopster had voor haar straatraam een uitstalling gemaakt van zwarte kersen, citroenen en tomaten. Een Duitscher trad te harent binnen, hij wees er met den vinger naar: ‘Weg damit, de belgische kleuren’ gebood hij”, schrijft Virginie over de nationale feestdag van 1916.

Je leest de aantekeningen van een wijze, oude vrouw, die zich geen blaasjes laat wijsmaken. Telkens ze een gerucht opvangt vraagt ze zich af: zou dat echt gebeurd zijn? De waarheid is het eerste slachtoffer van de oorlog. Vaak volgt er een dag of wat later een accurater weergave van de gebeurtenis, het aantal of de identiteit van de slachtoffers. Loveling laat zich nooit meeslepen.
 

Bovenal: de mens

Bovendien heeft ze contact met Duitsers. Enerzijds haar Duitse familie – een neef die officier is komt op bezoek en met hem discussieert ze fel over de inzet van de strijd. En anderzijds moet ze ook Duitsers inkwartieren in haar herenhuis bij het Sint Pietersstation. Ze doet dat altijd met respect. De mens ging altijd voor op de ideologie.

“Toen ik heden aan een bezoeker vertelde, dat de soldaat, die hier was ingekwartierd geweest op zijn doorreis naar Berlijn was komen goeden dag zeggen, onderbrak hij mij met onverholen gisping in den toon: En ge hebt hem niet aan de deur gezet? Neen, antwoordde ik onverschrokken, ik heb hem goed onthaald. Ha! Zoo neem ik de vaderlandsliefde niet op, lomp te handelen, het individu verantwoordelijk te stellen voor de daden dergenen die de volkeren besturen en in het verderf jagen. En nog wat anders: indien ge niemand zijn meening vrij laat uitdrukken, al krenkt ze u, hoe kunt ge wetenschap der toestanden en menschenkennis opdoen? Met geen vijanden spreken willen, is u opzettelijk een blinddoek voor de oogen binden”. (vrijdag 30 juli 1915)

Met permissie, dat klinkt zelfs in 2013 nog altijd revolutionair, in een tijd waar mensen niet met elkaar communiceren omdat ze van een andere groep, een ander geloof, een ander geslacht, kleur of politieke partij zijn.

Deze dame had een scherpe blik, een trefzekere pen en een mild oordeel. Ze overleed vijf jaar na de Eerste Wereldoorlog in 1923, maar ze heeft ons iets heel bijzonders en waardevols nagelaten: haar Oorlogsdagboeken.

Kristien Bonneure
Kristien Bonneure is Cobra.be-redacteur en voormalig VRT-radiojournalist, blogt voor deredactie.be en volgt vooral non-fictie. Ze is de auteur van 'Stil leven. Een stem voor rust en ruimte in drukke tijden' (Lannoo, 2014)

[Oorlogsdagboeken van Virginie Loveling is uitgegeven bij De Bezige Bij]