Brood willen we hebben! - Giselle Nath

di 05/11/2013 - 13:33 **** Een boeiende analyse van honger en de leniging ervan tijdens WO I, met oog voor liefdadigheid en zelfredzaamheid.

brood willen we hebben giselle nath WO I eerste wereldoorlog voedsel committee for relief in belgium herbert hoover recensie joanna van der heyden

Analyse van de honger

Petites histoires  zonder context, daar heeft Giselle Nath een hekel aan. Terecht ! De historica heeft zich daaraan dan ook niet bezondigd. 'Brood willen we hebben ! is een studie die analyses maakt op basis van relevant bronnenmateriaal, die inzicht geeft in de voortdurend in beweging zijnde sociale verhoudingen en het wereldconflict niet losweekt uit z'n tijdslijn.

Natuurlijk is de Eerste Wereldoorlog - ook – een militair conflict waardoor de verschillende betrokken legers de voorbije jaren van ver of dichtbij bestudeerd werden. Er wandelen door deze historische studie van Giselle Nath (op basis van haar eindverhandeling) relatief weinig soldaten. Nochtans liggen de twee geselecteerde casestudies, het landelijke Aartrijke en het stedelijke Gent, binnen het Etappengebiet (de beide Vlaanderen tot aan het IJzerfront en een deel van Henegouwen en Luxemburg ) waar de militaire overheid bevoegd was. Dat komt omdat de auteur 'een lege maag' en hoe daaraan te verhelpen als hoofdthema van haar studie koos.

Bronnen

Ook al klinkt dat uitgangspunt hier wat badinerend, op het einde van het boek is het voor elke lezer duidelijk, dat honger mensen tot nieuwe politieke durf brengt. Maar waar vind je veelzijdig materiaal dat fenomenen als ondervoeding, armoede en hulpverlening geloofwaardig aansnijdt ? Bronnen die de, door liefdadigheid gestuurde, sociale politiek belichten en het protest daartegen leesbaar vertalen ?

Uiteraard kon Giselle Nath niet voorbijgaan aan de werking van het Nationaal Comité voor Hulp en Voeding of de bejubelde Commission for Relief in Belgium (onder leiding van de latere president Herbert Hoover), maar ze eist dat de eenzijdige zegerapporten ernstig gewikt en gewogen worden. Hoe grensverleggend ook, het gaat om grootschalige, nauwelijks te organiseren en te controleren hulp en vaak over het vervagen van politieke standpunten. Daarnaast wijst ze op de grote en kleine conflicten, onder meer veroorzaakt door de zakelijkheid van de Amerikanen én de omslachtige procedures van de Belgen.

Getuigenissen

Tegen de verwachting in creëren het ontbreken van archiefdocumenten over de reële financiële ondersteuning en voedingshulp een, historisch interessante, mist rondom de onzorgvuldige werking van de overheid en de plaatselijke comités. Met de principiële standpunten van bankdirecteur Emile Franqui, de dagboekfragmenten van brouwerszoon Jules De Puydt, de getuigenis van arbeiderskind Julie Catrysse of de kroniek van fabrieksarbeider-journalist Jozef De Graeve haalt de historica haar troefkaarten boven. Samen geven ze een overtuigend beeld van de gevolgen van het voedseltekort en de betekenis ervan voor de bewoners in twee sterk contrasterende, landelijke of stedelijke omgevingen.

In tegenstelling tot Aartrijke bijvoorbeeld, steeg in 1916 het aantal diefstallen in Gent niet... 'De Gentse armen zaten minder dicht bij de bron dan de Aartrijkenaars in hun boerengemeente. Dat verkleinde de kans op gemakkelijke diefstal. In arbeiderswijken – die door parken en brede lanen gescheiden werden van de betere straten - was iedereen even arm. Wie iets stal van de buren, zou niet lang op solidariteit van de wijk kunnen rekenen', concludeert de auteur. Het fraaie overzicht aan diverse overlevingsstrategieën bevestigt de veronderstelling dat ze alleen bedacht en uitgewerkt kunnen worden door slachtoffers van de bezetting.

De zelfbewuste Gentse arbeidersvrouwen nemen daarin zeker het voortouw. Geen doetjes die zich laten verleiden door liefdadigheid, maar opkomen – waar nodig hardhandig en luidruchtig – voor hun brood én rechten. Voor hen 'was betogen en onderhandelen voor beter brood, toegankelijke wasserijen en meer zeep een manier om hun burgerschap uit te oefenen'. Tijdens de junidagen van 1916 ontdekten vrouwen dat er nog meer, constructief, verzet mogelijk was door het oprichten van een socialistische vrouwenvereniging, waardoor ze de eigen politieke familie confronteerde met haar vorm van bevoogding.

Giselle Nath schrijft accuraat, helder en gedurfd, waardoor je als lezer geregeld - en dat ondanks de ernst van de gebeurtenissen - monkelend aan een volgende paragraaf begint. Een opsomming van adellijke dames afsluiten met 'en nog meer schoon volk', klinkt niet wetenschappelijk maar wel fris en duidelijk. Dat zorgt er onder meer voor dat Nath's visie en wereldbeeld niet ingesneeuwd raken door dure woorden of onduidelijke begrippen.

De waardigheid van het individu, het belang van niet betuttelende solidariteit en de weerkerende ideologische conflicten zijn belangrijk in haar discours. 'Het in perspectief plaatsen van de honger in het Etappengebiet verdient zijn plaatsje in een analyse van deze (verwijzend naar de 19e eeuwse catastrofes) massahongersnoden, niet vanwege de aantallen, maar wel vanwege de manier waarop de honger werd getemperd en gemanaged', schrijft ze. Bijkomend onderzoek naar de werking van de lokale Hulp- en Voedselcomités kan ongetwijfeld voortbouwen op de resultaten van Giselle Nath. Zij legt nu al een betekenisvol stuk in de puzzel van de sociale geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog op tafel.

Joanna Van der Heyden
Joanna Van der Heyden werkte als presentator/producer voor Klara en voorlopers. Daar maakte ze o.m. bijdrages over cultuur- en politieke geschiedenis. Ze was de vrouwenstem van Histories.

[Brood willen we hebben ! Honger, sociale politiek en protest tijdens de Eerste Wereldoorlog in België van Giselle Nath is uitgegeven bij Manteau, 2013, 316 blz]