NTGent – God van de slachting

Phile Deprez
do 15/03/2012 - 12:09 ** Het leek een match made in heaven: zet een getalenteerd tv-regisseur samen met een troep getalenteerde acteurs, geef ze een praatstuk waarin ze zich volledig kunnen smijten en je krijgt fantastisch theater. Maar zo simpel is het niet. Is ‘God van de slachting’ van NTGent dan een totale miskleun? Dat niet. Maar we hadden graag toch iets meer lef gezien van regisseur Jan Eelen dan het klassieke theater dat hij ons hier voorschotelt.

god van de slachting jan eelen ntgent yasmina reza carnage

Vernieuwend tv-regisseur maakt klassiek theater

Het verhaal, een toneelstuk van de Franse schrijfster Yasmina Reza, is gesneden koek voor Eelen die in zijn tv-werk (‘Het Eiland’, ‘In de gloria’, ‘De Ronde’) graag de kleine menselijke drama’s laat escaleren in hilarische, bitterzoete taferelen. In ‘God van de slachting’ komen twee ouderkoppels bijeen om een verklaring voor de verzekering op te stellen: de zoon van het ene koppel heeft ‘gewapend’ met een stok de zoon van het andere koppel twee tanden uitgeslagen. Een uit de hand gelopen kinderruzie, meer is het niet, zo lijken de ouders aanvankelijk overeen te komen. Beide koppels, gegoede middenklasse, intellectueel onderlegd en welgemanierd, willen het beschaafd oplossen met een gesprek maar gaandeweg blijken woorden - en vooral woordkeuzes - de laagjes vernis van de beschaving grondig eraf te schuren tot er alleen nog een versplinterd verbaal slagveld overblijft.

Clafoutis

Eelen laat Reza’s tragikomische huis clos drama beginnen in het donkerte met het aanzwellend geluid van bassen. Het decor licht op, de achterwand stuitert naar beneden, geen puin (zoals bij Johan Simons’ ‘Platform’ indertijd bij NTGent) wel het moderne interieur van de bourgeois. Minimalistische beige mozaïekwand met een bos tulpen - “rechtstreeks uit Nederland” - in de vierkanten nis. Enkele beige zitbanken, een salontafel met kunstboeken op de tafel. En clafoutis en espresso voor wie dat wenst. Zo uit ‘Komen eten’ (het leven zoals het is?) gegrepen.
De geciviliseerde conversaties lijken aanvankelijk op veel wederzijds begrip te steunen, maar de oplopende irritaties over woordkeuzes (‘gewapend’ of ‘voorzien van’, ‘taart’ of ‘gebak’), druk gsmverkeer (met het irritante beltoontje van ‘I’m a barbiegirl’) en een kotsscène (de hilarische mooi opgebouwde scène met de ‘clafoutis’), doen het ergste vermoeden. De discussie loopt uit de hand, zeker wanneer de rum erbij gehaald wordt ter verzoening. Zoals in ‘Who’s afraid of Virginia Woolf’ vallen ook hier de maskers af, samen met de goede manieren. Verwijten tussen beide koppels, tussen de koppels onderling, mannen versus vrouwen, moeder versus moeder, vader versus vader: de relatie-, sekse- en opvoedingsstrijd is totaal.

Gemiste kans?

De typecasting is goed, zij het voorspelbaar: Els Dottermans mag zich als de kunstzinnige schijnbaar openminded moeder vermeien in een totale breakdown, terwijl haar echtgenoot op scène Frank Focketyn zich een wat sullige pantoffelheld toont (maar met een vreemde hoek af getuige de hamster), An Miller is het wat tuttige juffrouwtje met het venijn in de staart. Alleen Oscar Van Rompay (de enige van de acteurs met wie Eelen nog niet eerder samenwerkte) lijkt als de drukbezette advocaat wat moeite te hebben om zich te vinden in deze klassieke tragikomedie en bezondigt zich soms aan een wat voordrachterige tekstzegging.
 

‘God van de slachting’ (dat onlangs nog verfilmd werd door Polanski, ‘Carnage’ met o.a. Jodie Foster en Kate Winslet in de hoofdrollen) werd in Vlaanderen indertijd voor het eerst opgevoerd door het inmiddels ter ziele gegane Raamtheater, dat bekend stond om zijn klassieke regies en ensceneringen. Ook Eelen lijkt daar maar moeilijk van los te geraken en het is nog maar de vraag of dit toneelstuk dat überhaupt toelaat. Het benieuwt ons wat een anarchistische bende als Olympique dramatique die dit stuk normaliter dit seizoen bij Het Toneelhuis zou opvoeren (maar uiteindelijk koos om voor ‘Van de velde’ van Erik Vlaminck te gaan) ervan gebakken zou hebben.
 

Bij NTGent levert ‘God van de slachting’ amusant en bijwijlen goed gespeeld toneel, maar zelden pijnlijk genoeg om écht geloofwaardig te zijn. Eelen bezit in zijn tv-werk de kwaliteit om realiteit een soort theatraliteit te verlenen, maar op de theaterscène blijkt dit dubbelop. Eelen heeft de veilige weg gekozen: in keuze van stuk, acteurs en in zijn regie. Een gemiste kans voor een tv-maker met veel lef.


Liv Laveyne


[Premièrereeks nog tot en met 24 maart in Minard, Gent. Daarna op tournee.]