In every work that must be done, there is an element of fun

Giannina Urmeneta Ottiker
do 24/06/2010 - 14:04 In klassieke computerspelletjes uit het begin van de jaren negentig liep het hoofdpersonage steeds van links naar rechts. Het decor werd op die manier weergegeven als ‘doorsnede': wij zagen en bestuurden Super Mario Bros in profiel, de neus naar rechts, terwijl hij steeds verder liep en er steeds meer fantasiewereld tevoorschijn kwam uit de rechterkant van het scherm. Soms was het echter zaak om deze voortgang naar het nog onbekende eindpunt van een ‘level' om te keren. Er zat, helemaal aan het begin van het spel, nog meer ‘wereld' verborgen aan de linkerzijde van het scherm; er wachtte Mario nog levenskracht ‘achter zijn rug'; in plaats van vooruit (naar rechts) te lopen, moest Mario even achteruit lopen, tegen alle logica in.

corpus kunstkritiek podium theater christophe van gerrewey you are here deepblue heine rosdal avdal mette edvardsen pacman franz kafka

You are here, de laatste performance van het Brusselse collectief deepblue, begint op deze averechtse manier. De zaal is zodanig met gordijnen ingericht dat de toeschouwers eerst tot achter de scène lopen, en daar, rechtopstaand, met bang kloppend hart, afwachten wat er gaat gebeuren. Het perspectief dat van daaruit te zien is, komt overeen met een ruimtelijke variant van het PacMan-spelletje.
Op de theatervloer is een raster uitgespreid van 31 op 25 stapeltjes witte A4-bladzijden. Op een tiental velden staan torentjes van wisselende hoogte, gebouwd met wat van op een afstand op bakstenen lijkt. Aanvankelijk is er niemand op scène: de twee performers zijn in de weer in de tribune, waar ze de twee uiterste stoelen langs beide zijden bespannen met rode draad, zodat die zitjes onbruikbaar worden - waarschijnlijk omdat het om stoelen gaat die niet loodrecht voor het speelveld staan. Een suizend geluidvult de zaal. Nu en dan licht er ergens een rood lampje op.

Dan stappen de twee performers in het speelveld. Het gaat om Heine Rosdal Avdal en Mette Edvardsen, die beiden gekleed zijn in een wit poloshirt, blauwe jeans en witte sneakers. Vooral de performance van Edvardsen verleent aan het geheel een ‘onwerkelijk' gevoel: met een onaandoenlijke mimiek en net niet mechanische bewegingen lijkt ze bijna ontmenselijkt, alsof er een robotische versie van haarzelf in een machinerie is terechtgekomen, of alsof ze zelf in een machinerie is veranderd.
Avdal en Edvardsen banen zich, opnieuw zoals PacMan, letterlijk een weg door het witte grid: ze rapen, schijnbaar volstrekt onafhankelijk van elkaar, stapeltjes papier op, waarna er openingen vrijkomen. De teleologie van PacMan - alles in een race tegen de klok ‘opeten', tot het scherm leeg is - heerst hier echter niet: soms wordt het grid hersteld, als het papier elders terug wordt neergelegd. Het opruimwerk van deepblue heeft een ander doel: als er een pad is vrijgemaakt, treden ze opzij, zodat de toeschouwers, tussen het papier en de torentjes door, eindelijk naar hun vertrouwde tribune kunnen.

Het lijkt vervolgens onwaarschijnlijk dat er een uur lang ‘performd' kan worden binnen dit kader, zonder dat de verveling bij het publiek toeslaat. PacMan spelen is (was) leuk en verslavend, omdat er verlies (en winst) bij betrokken werd. In You are here gaat het echter niet om kijken enerzijds en performen anderzijds. Het is ook niet echt zo dat de toeschouwers de performers ‘besturen' en op die manier een spel spelen.
Wat er gebeurt is vergelijkbaar met het bekijken van een computerspel zonder zelf mee te spelen: er is een soort weerstand aanwezig, die steunt op de interactie tussen een vooraf bepaald parcours van hindernissen en uitdagingen, en de ontdekking of de gedeeltelijke ontsluiering van dit parcours door anderen. De toeschouwers van You are here zijn dus zowel de ouders in de woonkamer die toekijken hoe hun tienerkind een spelletje speelt op het televisietoestel (de gebruikelijke uitzendingen zijn opgeschort); als voor een stuk, omwille van hun ‘deelname' aan de voorstelling, deze tienerzoon zelf - maar de logica van zijn handelingen en van de gebeurtenissen zijn mysterieus en onachterhaalbaar.

Avdal en Edvardsen gaan verder met het verwijderen of het herschikken van het papier, en nu en dan worden er ook ‘rode draden' ontrold over de scène - en weer weggehaald. Vanuit de tribune blijken de vreemde bakstenen antieke, met de hand genummerde archiefdoosjes te zijn. Ook valt nu pas een LED-scherm op in het midden boven de scène.
Het ‘systeem' dat You are here lijkt te beheersen ‘communiceert' zo met het publiek, maar de boodschappen maken de de ware aard van het systeem nooit duidelijk. ‘System activated', ‘New situation created', ‘Process information' - er worden zowel bevelen gegeven, toestanden beschreven als mistoestanden geconstateerd. Ook de handelingen van de performers zijn eminent meerduidig. Verbeelden zij het binnenwerk van een printer (zoals wanneer er een ‘paper jam' ontstaat en Avdal vellen papier tot een prop samenduwt)? Zijn de performers inderdaad ontmenselijkt en staan ze nu onder invloed van een soort HAL-computer (zoals uit 2001 A Space Odyssey)? Zijn het ‘guinea pigs' die de aliënering van de westerse mens ten opzichte van de technologie uitbeelden? Treden ze op in een allegorie van een liefdesrelatie, een komedie van misverstanden, imiteergedrag en ‘little arithmetics', zoals het bij dEUS heette? Of gaat het inderdaad, zoals deepblue in folders en in aankondigingen heeft proberen aangeven, om een ‘vergelijking tussen de theaterruimte en een archief'?
Ook die laatste interpretatie is mogelijk, maar verklaart nog niet de helft van wat we zien: wat wordt er dan precies gearchiveerd? Wie is het Grote Brein achter de classificatie? Waarom moet het publiek eerst achterom? En wie zijn die bevreemdende vrouw en die enigszins onhandige man op het podium?

De wet blijft afwezig. Maar zoals Deleuze de bureaucratische en zinloze dagtaak van Franz Kafka interpreteerde als een onontgonnen terrein vol ‘FUN', zo slaagt ook deepblue erin om deze mechanische en rechtlijnige set van onzinnige gegevens altijd spannend en amusant te houden.
In het laatste deel van de voorstelling worden de doosjes, met de nodige omwegen tussen het nog steeds niet weggewerkte papier door, naar het publiek gedragen. ‘Pass sideways', zegt de ‘interface'. Eén voor één gaat het archiefmateriaal van rechts naar links, door de handen van het publiek. De eerste doosjes, eenmaal opengeklapt, bevatten minuscule maar stuk voor stuk prachtige, tactiele maquettes van vrij klassieke theatertoestanden: publiek, podium, performers. Het is alsof er een beeld is gemaakt van de condities van You are here - inderdaad om, zoals in de titel, aan te geven waar we zijn.
Maar daarna gaat het, langzaam en met de nodige traagheid, steeds meer over waar we zouden kunnen zijn: de doosjes bevatten steeds onwaarschijnlijker verbeeldingen, zoals berglandschappen vol militairen, of een man die het gras maait, of een miniatuurversie van het LED-scherm, of een lichaam dat al voor de helft de doos verlaten heeft, en waarvan enkel de benen nog zichtbaar zijn. De performers kijken nu en dan verbaasd maar geconcentreerd in de zaal - hun bezigheden gaan verder. Zouden zij wel weten wat er aan de hand is, en willen ze het ons zeggen? Of zijn ze hier slechts om ervoor te zorgen dat wij in de pas lopen, en - bijvoorbeeld - een van de archiefdozen niet zomaar terug op het podium keilen?

Het ongeveer twintigste doosje maakt plots lawaai, iets sterk vervormd, het zou ooit een stem geweest kunnen zijn, maar nu lijkt het op een sirene, of daarna op het tikken van een hamer. Ook het geluidsveld is onnavolgbaar eigenzinnig, om niet te zeggen chaotisch. Op bepaalde momenten ratelt het langs alle kanten - in de doosjes die nog op scène staan, in de doosjes die door de performers - als katten die een muis hebben gevangen - naar het publiek worden gebracht, in de doosjes die het publiek lachend vasthoudt.
Het mysterie van You are here is niet zozeer het mysterie van het ‘systeem' of van de afwezigheid ervan, als wel het mysterie van het effect dat deze schijnbare willekeur teweeg kan brengen. Een zeer esthetisch effect, met flitsen van overzicht en begrip en verwondering, die altijd tijdelijk zijn - een effect bovendien dat de toeschouwer op een vreemde manier betrekt, zonder dat hij of zij kan zeggen wat hij precies tot de voorstelling heeft bijgedragen.

Op het eind, als bijna al het papier op een vijftal stapeltjes ligt, is er op het scherm een lopende tekstband zichtbaar: K154 54 mph; K56 0 mph; K13 99 mph - enzovoorts. De nummers komen overeen met de dozen, die blijkbaar een snelheid bezitten die wij niet voor mogelijk hadden gehouden. De laatste dozen zinspelen op een einde: we zien nu een pijl die een nooduitgang aanduidt, of een bos van verkeersborden.
Als alle doosjes de revue gepasseerd zijn, wordt er, vanuit de coulissen, nog één grote doos tevoorschijn gehaald, die blijkbaar zo zwaar is dat ze zowel door Avdal als door Edvardsen gedragen moet worden. Die doos geven ze niet meer uit handen. De toeschouwers mogen er één voor één in kijken. Wat ze zien is het oorspronkelijke veld van A4-pagina's, een twintigtal keer verkleind, samen met een miniatuurversie van het LED-scherm. De geluidsloze stem draagt ons op een van die bladzijden weg te nemen - het is een minuscuul bonnetje voor een gratis drankje in de bar. Wie snel is kan daar, met enige vertraging, zichzelf nog zien vertrekken op een televisiescherm.
Dit nieuwe gezichtspunt, met behulp van een camera, vanuit een vogelperspectief, op film, maakt opnieuw niets wijzer. Het is zelfs bedenkelijk om te beweren dat er in You are here ‘een onderzoek wordt verricht' naar de ‘theatrale conventies', of dat er op een ‘kritische manier theatercodes worden aangetast'. Het gaat namelijk nog steeds om een klassieke ‘maker' die iets gemaakt heeft en dat nu aan ons toont, maar dan in doosjes die door onze handen gaan, langs blikken die we met elkaar uitwisselen, en door onzekerheden over wat het is dat er gebeurd.
Uitspraken over wat er mis is in de wereld en wat er gedaan moet worden, staan hier evenmin op het spel. Amusement, verwondering, lichte ergernis, sensibiliteit en nieuwsgierigheid buitelen over elkaar heen in een onherleidbaar raster van betekenissen. En toch is er na afloop van deze wonderlijke performance iets veranderd, alsof er een minuscule wijziging in de wereld is aangebracht.

Gezien op 22 mei 2008 in Vooruit, Gent
Info: www.deepblue.be

Deze tekst kwam tot stand in het kader van Corpus Kunstkritiek, een initiatief van VTi - Vlaams Theater Instituut - Steunpunt voor de Podiumkunsten, i.s.m. Vlaams-Nederlands Huis deBuren, Urbanmag* en Het Theaterfestival. En met de steun van een aantal partners uit de podiumsector. Lees meer op www.vti.be/corpuskunstkritiek

De teksten van het Corpus Kunstkritiek vallen onder de licentie Creative Commons Attribution-Noncommercial-No Derivative Works 2.0 Belgium, wat betekent dat de teksten verspreid, maar niet veranderd mogen worden. Elke vorm van verkoop of betalende distributie is apart te onderhandelen, contacteer VTi.