Oerol revisited

©Saris & den Engelsman
di 23/06/2015 - 13:55 Het Waddeneiland Terschelling verandert in juni in één groot openluchttheater tijdens het jaarlijkse Oerol-festival. Al vanaf het moment dat je van de boot stapt en door dorpjes met idyllische namen zoals Midsland, Formerum en Oosterend fietst, overvalt je een heerlijk gevoel van rust, ook al zijn er tijdens Oerol vier keer meer bezoekers dan inwoners op het eiland. Een verslag van onze reporter Filip Tielens.

podium theater recensie oerol waddeneiland terschelling festival filip tielens

De magische natuur

©Saris & den Engelsman

Spelen in openlucht is niet zonder risico. Bij een te sterke wind durft er al eens een decorstuk wegwaaien en als het regent, is het hard voor de acteurs om zich warm te houden in de avondlijke kou. Maar wanneer alle natuurelementen gunstig gezind staan, hangt er magie in de lucht. Tijdens Reuzen van Theater Artemis & Ro Theater vond niet alleen de mooiste zonsondergang in jaren plaats, plots verscheen er ook een regenboog aan de hemel die het hele speelvlak mooi omlijstte.
Meer van dat moois bij BOG, het Vlaams-Nederlandse collectief dat voor de speciale buitenversie van hun gelijknamige debuutvoorstelling over de boog van het leven een bos had gekozen. Twee keer laten ze The Logical Song van Supertramp horen, met daarin de zinsnede “And all the birds in the trees, they’ll be singing so happily”, exact wat de vogeltjes in de bomen een heel uur lang gretig zouden doen.
 

Afscheid van de kindertijd

In het eerste kwartier van BOG is het plezier om als jongere alles voor de eerste keer te ontdekken, groot. Wanneer de vier spelers aan het einde van de middelbare schooltijd beland zijn, halen ze hun sportzakken ondersteboven en verkleden ze zich in allerlei andere personages. Deze heerlijke scène verbeeldt treffend het gevoel dat alle mogelijkheden op dat moment nog openliggen, alvorens ze later een voor een zullen wegsmelten als sneeuw voor de zon. Vanaf dan doen nostalgie om wat voorbij is, woede over de wereld waarin we leven, en angst voor ziekte of eenzaamheid hun intrede. Het is een breukpunt dat voor iedereen herkenbaar is.

NTJong-Oerol2015©Saris & den Engelsman

NTJong en regisseur Casper Vandeputte zoeken een andere abrupte cesuur op in een kinderleven, namelijk de overgang van de lagere naar de middelbare school en de sociale scheiding die daarbij komt kijken. ‘The Summer of ’96’ (leuke knipoog naar Bryan Adams) toont op een erg geestige manier hoe de ultieme democratie uit de basisschool versplintert, wanneer de slimme kinderen van gegoede komaf naar heel andere scholen gaan dan de domme kinderen uit armere milieus. Hoewel de personages bij hun eindmusical nog gezworen hadden om voor eeuwig vrienden te blijven, zijn hun levens anno 2015 zo uiteenlopend geworden dat ze elkaar enkel nog maar ontmoeten aan de schoolpoort van hun kinderen, bij wie dezelfde cyclus zich later opnieuw zal voltrekken… Na de voorstelling worden er lievelingsvoorwerpen tentoongesteld van enkele kinderen die het eiland op amper twaalfjarige leeftijd zullen moeten verlaten om te gaan studeren op het vasteland, aangezien er geen ASO wordt aangeboden op Terschelling. Onmogelijk om niet tot tranen toe ontroerd te zijn bij het besef van zoveel kinderlijke melancholie.
 

Belgische circustry-outs

© Saris & den Engelsman

Het leuke aan Oerol is dat je er ook heel wat try-outs kunt meepikken. De Belgische circusartiesten Claudio Stellato en Danny Ronaldo toonden een work in progress van hun nieuwe projecten die bijzonder in de smaak vielen bij het Nederlandse publiek. Na het magistrale illusiedebuut ‘L’Autre’ zijn de verwachtingen voor Stellato’s opvolger ‘La Cosa’ (première in oktober 2015) hooggespannen. In wat we al te zien kregen op Oerol gingen vier performers een stapel houtblokken te lijf, bouwden ze er bruggen mee, haalden ze de hakbijl boven en lieten ze een regen aan houtsnippers over het publiek neerdalen.

‘Fidelis Fortibus’ van Circus Ronaldo gaat volgende week al in première op PERPLX (de opvolger van Humorologie) en was dus al zo goed als klaar. Lotte van den Berg coachte deze solovoorstelling, waardoor het tempo soms gedurfd laag ligt en het tragische clownspersonage van Danny Ronaldo nog meer kwetsbaarheid toont dan gewoonlijk. Het zaagsel van de circuspiste is hier ook de gewijde grond waarin zijn overleden circusfamilie ligt begraven. Als enige overgebleven lid heeft hij weinig zin om het publiek te entertainen. Maar het bloed kruipt uiteindelijk waar het niet gaan kan en de rekwisieten op de grafzerken verleiden hem tot nieuwe circusstunts. De scène waarin Danny Ronaldo een prima ballerina wordt, is nu al legendarisch.
 

Wie niet meedoet, is gezien

©Saris & den Engelsman

Opvallend veel voorstellingen op Oerol zetten in op interactie en publieksparticipatie. Zo liet het Vlaams-Nederlandse collectief  TAAT (Theatre as Architecture, Architecture as Theatre) op de openingsdag vrijwilligers hun paviljoen KHOR II opbouwen. Tijdens Oerol vonden er overdag debatten plaats en ’s avonds een do it yourself-theaterspel, waarbij je met een map in de hand langzaam een gemeenschap vormt met vijftig anderen. Tussendoor moet je een positie in het paviljoen uitkiezen om te antwoorden op prikkelende vragen zoals “Wat is het belangrijkst: het individu of de gemeenschap?”

Na enkele mindere voorstellingen schiet Wunderbaum met ‘We doen het wel zelf’ weer helemaal raak. Op het uiterste punt van het eiland, na een kilometerslange tocht door een weids duinenlandschap, brengen de vier Nederlandse Wunderbaumers (Wine Dierickx is er in deze productie niet bij) een spetterende revue over “de participatiesamenleving”, een hot woord bij onze noorderburen sinds premier Mark Rutte dit als na te streven maatschappijmodel vooropstelde. Twee vrijwilligers uit het publiek draaien aan het participatierad, waarna de acteurs verkleed als neanderthalers scènes of liedjes opvoeren die het terugtrekken van de overheid in belangrijke sectoren zoals de zorg hekelen.
 

©Saris & den Engelsman
Loslopend Wild-Play it back©Sjoerd Kelderman

Guess who’s back²

©Saris & den Engelsman

Kwamen allebei weer tot leven op Oerol: Michael Jackson en Jezus Christus. In haar solo ‘Play it back’ in een bos bracht Nastaran Razawi Khorasani met grasmatten, plastic eekhoorntjes en nepbloemen een hilarische persiflage op de manier waarop we als mens de natuur proberen imiteren. Tegelijk maakte ze korte metten met onze drang om steeds weer de hoofdrol te willen spelen in de film van ons eigen leven. Aan het slot gaan alle remmen – en kleren – los tijdens Earth Song van Michael Jackson, op wie Khorasani met natte haren griezelig perfect gelijkt. Een waanzinnige trip van een acteerfenomeen met een ongebreidelde fantasie.

Wie net als Khorasani in Vlaanderen nog volstrekt onbekend is, maar in Nederland grote sier maakt, is Marius Mensink. Deze energieke performer speelt een Amerikaanse zakenman die het licht van Jezus gezien heeft. In een charismatische misviering in openlucht probeert hij zieltjes te winnen voor het geloof door mirakels uit te voeren. Deze ‘Guess who’s back’ van Young Gangsters is een fantastische parodie op het godsdienstfundamentalisme, waarbij Jezus (Rutger Remkes) aan het kruis wordt genageld door drie ruziënde apostelen die strijden om zijn nalatenschap.
 

Tempopia

Het meest ambitieuze project op deze Oerol-editie is ongetwijfeld ‘Tempopia’, een tijdelijke utopie geïnitieerd door de Vlaamse regisseur Sarah Moeremans. Onder het motto “een gezonde geest in een gezond lichaam” begint dit collectief ’s morgens met speciale sporten zoals voetballen met de veters aan elkaar gebonden of speedzandkastelen bouwen op het waddenstrand. Nadien wordt er gekookt, terwijl één van de acteurs een spreekbeurt geeft over een groot denker. Aardappels schillen met Le Corbusier, bijvoorbeeld. Om zes uur spelen ze voor een klein publiek het bevreemdende ‘Shoot the messenger’, waarbij enkele acteurs, die verstopt zitten tussen het publiek, in opstand komen tegen de voorstelling die maar niet wil beginnen – en dat ook nooit zal doen. Vervolgens wordt er samen met de toeschouwers gedineerd en krijgen we de slaapzaal te zien waarin alle acteurs in cirkelvormig opgestelde stapelbedden al wekenlang de nacht doorbrengen. ‘Tempopia’ is voor Moeremans & sons een oefening in non-stop samenwonen en alles met elkaar delen, maar dan zonder wollige hippie-nostalgie. Integendeel: deze jonkies zijn net “nuchtere idealisten” die alles zelf doen (opbouwen en afbreken, spelen en techniek doen, koken en afwassen…) en daarbij liefst zoveel mogelijk van hun interne keuken met een publiek delen.
 

©Saris & den Engelsman

Als klap op de vuurpijl werd ‘Nora’opgevoerd, het tweede stuk van Hendrik Ibsen dat door schrijver Joachim Robbrecht en regisseur Sarah Moeremans aan een grondige crashtest werd onderworpen. Vorig jaar was het werkelijk fantastische ‘Volksvijand’ al op Oerol te zien, net als deze ‘Nora’een productie van het Noord Nederlands Toneel. Dezelfde cast speelt vol humor en meta-theatrale knipoogjes naar Bertolt Brecht het verhaal van een vrouw die zich niet laat knechten door haar man. Vorig jaar mocht duiveltje uit een doos Louis van der Waal in een totale over the top-scène nog over water lopen, dit jaar mag hij zich in het knotsgekke middendeel van deze christmas carol volledig laten gaan als kinky kerstman, terwijl er lichtgevende sleeën uit het bos tevoorschijn komen en een auto met gepersonaliseerde nummerplaat komt aangereden als kerstcadeau voor Nora. Het einde van dit stuk is daarentegen een heel pak soberder: hierin wordt de gekende afloop omgedraaid en verlaat niet Nora, maar wel haar echtgenoot Thorvald het echtelijk huis – want we zijn in 2015 immers al “enkele seksuele revoluties en feministische golven” verder. Misschien wordt het tijd dat het werk van Sarah Moeremans, misschien wel onze beste vrouwelijke regisseur, wat meer in Vlaanderen getoond wordt? Tot het zover is kom ik haar volgende Ibsen-adapties wel gewoon bekijken op Oerol.
 

Filip Tielens
Filip Tielens is freelance podiumjournalist en geeft ook inleidingen, nagesprekken en workshops. Met het kunstkritiekcollectief De Zendelingen maakt hij podcasts en filmpjes waarbij de dialoog tussen toeschouwers, theatermakers en critici centraal staat.