Jan Decorte 65

za 09/05/2015 - 13:50 Theatermaker en voormalig politicus Jan Decorte is 65 geworden op 9 mei. Johan Thielemans schetst zijn carrière: van toneelvernieuwer tot icoon.

jan decorte podium theater 65 jaar verjaardag

Jan Decorte als De Stomme Humulus

Theatermaker Jan Decorte was nog maar een jaar of twaalf toen hij op televisie meespeelde in 'De Stomme Humulus' naast grande dame Gella Allaert. Met een coupe carré, matrozenpakje en bijpassend hoedje. (1962)

Toen Jan Decorte in 1982 Maria Magdalena ensceneerde, zorgde de opvoering voor wat opschudding in toneelkringen. Deze jonge man kwam met een onbekend stuk van de Duitse schrijver Hebbel opzetten en koos radicaal voor een vorm die toen ongezien was. Voor de Vlaamse theaterliefhebber werden hier een hele rist regels overtreden: te lang, te eenvoudig decor, acteurs zonder de retorica die men kende van hun prestaties in gezelschappen zoals de KVS-Brussel.

Een kleine kring zag echter niets dan kwaliteit in deze voorstelling. De eenvoudige aankleding riep een verwantschap met het expressionisme op. De lengte, waarbij de maker zich niets aantrok van de mogelijke verveling, toonde duidelijk dat hij opkeek naar het Duits theater van toen. Vooral het eigenzinnig genie Jürgen Gosch had een grote indruk op hem gemaakt.

Jan Decorte had een heel duidelijk beeld van wat hij van acteurs verwachtte. Hij was op zoek naar een nieuwe uitstraling en een nieuwe waarheid. De eerste regel was ongetwijfeld dat hij steracteurs als Senne Rouffaer alle zekerheden moest afnemen, zodat ze tot een nieuw soort van aanwezigheid konden vervellen. Dat leverde vanzelfsprekend een repetitieperiode op waarbij de spanning te snijden was, maar het sierde Rouffaer dat hij aan boord bleef. De moeite en frustraties waren niet voor niets geweest, want Rouffaer kwam op de proppen met één van zijn sterkste vertolkingen.

Jan Decorte vond een kleine kring van mensen die overtuigd waren van zijn talent. Eindelijk hadden we bij ons ook een radicale avant-garde. Hugo De Greef wilde absoluut met Decorte verder gaan. Op dat ogenblik werd ook het tijdschrift Etcetera opgericht, en daar werd Decorte als de nieuwe god binnengehaald.

 

Decorte kaapt Kunst-zaken

Om zijn stuk 'In Ondertussendoor' te promoten neemt Jan Decorte van Jan Decorte & Cie de presentatie over van Regine Clauwaert in Kunst-zaken. Alleen heeft de presentator-ad-interim wat last van de camera en zijn compagniecollega's Josse De Pauw en Sigrid Vinks. (Kunst-zaken, 1989)

In deze periode van zijn scheppende arbeid zou Decorte ook teksten uit het repertoire aanpakken. Een Koning Lear duurde weer ongegeneerd lang, en Decorte wist er controversiële scènes in te verweven. Een lange monoloog van Lear was letterlijk een moment waarop de oude koning zich masturbeerde. Dat was weer goed voor een klein schandaal.

De reputatie van Jan was toen dat hij geobsedeerd werkte tot alle details klopten. Een compromis was bij hem uit den boze. Deze vernieuwer was de incarnatie van de regisseur als tiran. Hij werd bewonderd voor zijn lef en doorzettingsvermogen. Dat wilde alleen maar zeggen dat hij theater als kunst erg au sérieux nam.

 

Sterrenwacht

Maar dan kwam er plots een omslag. Decorte kwam tot het inzicht dat hij met veel minder inspanning even spannend theater kon maken. Als hij tot dan toe gezworen had bij trouw aan de schrijver – ook al leverde dat oeverloze voorstellingen op ( zijn Lear viel toch wel onder die noemer), dan liet hij zijn standpunt varen, en ging hij voor radicale bewerkingen. Hier werd hij schrijver.

Hij ontwierp een eigen taal. Ze was makkelijk, ze schuurde aan bij de tussentaal uit Brussel, en lag een jong publiek bijzonder makkelijk in het oor. Hij schreef ook erg korte zinnen. Dat was een sterke afwijking van de modellen die hij aan zijn methode onderwierp. Shakespeare was een schrijver die hij graag uitbeende. Er bleef dan een kort stuk over, een poging om tot het essentiële te komen. De teksten vielen vooral op door een grote versimpeling, maar intellectueel Vlaanderen snoepte er van.

Ook de vorm onderging een extreme verandering. Decorte zag hoe langer hoe meer af van een uitgebreide voorbereiding. Integendeel, het was één van de verhalen rond zijn arbeid, dat repeteren ofwel minimaal of zelfs helemaal afwezig was. Organisatoren hielden vaak hun hart vast, want het enige wat ze Jan en zijn spelers hadden zien doen, was op café gaan. Dat maakte natuurlijk elke première erg spannend.

Een dans van Jan Decorte

In "Tanzung" vertrekt Jan Decorte voor het eerst van de beweging, want "de taal van de dans is abstract en de taal van het woord is bewust." Cobra.be sprak met Jan Decorte.

Een heel bijzonder element is de verschijning van Sigrid Vinks. Bij haar vond hij een zusterlijke, artistieke ziel. Sterker nog : zij ontpopte zich tot zijn beste actrice. Van die juistheid, die waarheid had hij altijd reeds gedroomd. Zij was niet alleen artistiek van groot belang, maar was ook in het leven zijn toeverlaat, zijn rots in een vaak woelige zee.

Als hij in de vorige periode zo sterk had gepleit voor degelijk gevormde acteurs, dan ging hij nu de volledig tegengestelde weg op. Hij had voor een voorstelling een derde persoon nodig en vond het O.K. om iemand uit de zaal uit te nodigen. Dat was natuurlijk een bijzonder geestig moment, maar paste weer in zijn nieuwe visie op de aanwezigheid op een scène. Zulk een ruw materiaal, onaangeraakt door welke opleiding ook, garandeerde op het toneel een charmante frisheid en ook een kwetsbaarheid – een begrip dat toen opgang maakte en door critica Marianne Van Kerkhoven steeds weer werd aangeprezen.


Wat een constante werd was dat Jan Decorte zelf de hoofdrol speelde met als zijn voornaamste tegenspeelster zijn vrouw. Daarnaast had hij enkele jaren als kenmerk de aanwezigheid van een danseres op het toneel. Zij moest naakt dansen. Dat gebeurde bijvoorbeeld bij zijn versie van Hamlet in het Toneelhuis.

Dan ging hij nog een stap verder. Hij ging zelf achter een pupiter staan en las zijn teksten voor. Hij deed dat met een karakteristieke intonatie, met kracht, zonder nuance en van stuk tot stuk steeds met dezelfde energie. Hij was nu geen vernieuwer meer maar een icoon.

Hij bleef en blijft zijn bewonderaars hebben, wellicht meer in Brussel dan elders, ook al vernieuwt hij zich in geen jaren meer. Wie naar Jan Decorte gaat kijken, weet van tevoren reeds wat hij opgedist krijgt. Of het nu boeiend of kinderachtig is, de ingrediënten zijn dezelfde. Ook als hij plots beslist om een dansvoorstelling te maken. Zoiets is en blijft Jan Decorte, en hij weet dat hij bekeken wordt door vrienden, zelfs samenzweerders van de smaak, mensen die zich door Jan reeds jaren laten vertederen.

Voor anderen is hij wat de Engelsen noemen ‘an acquired taste’. Rond hem razen nieuwe, jonge talenten met een ander esthetisch programma, maar daar stoort hij zich niet aan. Hij heeft van bij het begin zijn eigen weg gevolgd, en dat blijft hij tot vandaag ook doen.

Johan Thielemans
Johan Thielemans doceert theatergeschiedenis aan het Conservatorium Antwerpen. Hij recenseert voor Cobra.be, Klara, Etcetera, e.a.

Jan Decorte 65