Vier dagen Oerol

di 24/06/2014 - 14:53 Onze theaterrecensent Filip Tielens trok naar het Nederlandse Waddeneiland Terschelling voor het theaterfestival Oerol. Hij zag er voorstellingen die hem nu al doen uitkijken naar de editie van volgend jaar.

Dag één: maandag 16 juni

Als je naar Oerol gaat, moet je er wat voor over hebben. Je springt niet zomaar een uurtje op de trein zoals bij Theater Aan Zee, maar komt pas acht uur, vier treinoverstappen en een boottocht later aan op Terschelling. In ruil beland je wel in een haast idyllische omgeving: een uitgestrekt eiland met dertig kilometer kustlijn maar slechts één hoofdweg, vol dorpjes met pittoreske namen zoals Formerum of Midsland en een voortdurend aanwezige wind waarbij je lekker kunt uitwaaien. Ik logeer bij een vriendin van een vriendin in een gezellig pop-up kabouterhuisje aan het Oosterend. Terwijl we ’s avonds met een kop warme chocolademelk op een koud terras het programmaboek overlopen, overvalt me al meteen een lichte duizeligheid omwille van zoveel aanbod. Gelukkig is de festivalslogan 'sense of place' en biedt het eiland voldoende ruimte voor de nochtans duizenden bezoekers die op dat moment op Terschelling zijn. Aan de oevers van de nachtelijke Waddenzee kom ik zelfs helemaal niemand tegen. Het enige wat ik zie, zijn de vijftig tinten grijs van de zee die overgaan in het zand en in de lucht. Ik haal diep adem en voel me even helemaal aan het andere eind van de wereld.

Dag twee: dinsdag 17 juni

Ook om aan de felbegeerde festivaltickets te geraken, moet je heel wat moeite doen. Met mijn vriendin kom ik in de ochtend aan op het centrale festivalhart Westerkeyn, waar de medewerkers aan de ticketbalie klant 120 aan het bedienen zijn, terwijl wij nummertje 673(!) in de handen gedrukt krijgen. In afwachting brunchen we met lekker pestobrood en versgeperste “jus d’orange”, terwijl we naar de andere bezoekers om ons heen kijken. Een ietwat ouder publiek staat te drummen aan de uitpuilende tent om nog een glimp van de dagelijkse ochtendtalkshow op te vangen. Net omdat je niets vanzelf krijgt op Oerol, is iedereen zo gemotiveerd, bedenk ik me.
Terwijl ik de ene na de andere zakdoek vol snuit door mijn hooikoorts, fietsen we langs een aantal gratis Expeditie-projecten. Even later breekt het zonnetje door en kom ik enkele andere Vlamingen tegen bij ‘Wijland’ van Tuning People uit Antwerpen. Martine Decroos van Studio Orka vertelt me dat het Nederlandse publiek werkelijk om alles moet lachen in hun voorstelling ‘Duikvlucht’, die hier overigens volledig uitverkocht is. Ook in het knotsgekke spel ‘Wijland’ doen de toeschouwers enthousiast mee: vendelzwaaien, in een ronde dansen, met een glaasje appel-peterselie-sap proosten op het nieuwe wij-land... Het lijkt een grote trend in theaterland en zeker hier op Oerol om het publiek te activeren en de voorstelling – letterlijk – zelf te laten “mee maken”. Zo neemt Charlotte Caeckaert als Jeanne d’Arc het publiek mee op hobbelpaarden in haar strijd voor rechtvaardigheid en balanceer je tussen verschillende mogelijke antwoorden in het theatrale vraagspel ‘Rule’ van Emke Idema. Wat zou jij antwoorden op tricky vragen als “zou je een vreemde binnenlaten die bij jou aanbelt om naar het toilet te gaan?” en “zou je Ahmed een knuffel geven, wanneer hij je vertelt dat hij zelden iemand knuffelt door zijn huidziekte?”.
Stevig ingeduffeld zitten we op de volgepakte tribune voor ‘One Hot Minute’, terwijl achter de duinen de zon ondergaat. De heren van Touki Delphine en De Veenfabriek, hier aangevuld met de Vlaamse acteur Arend Pinoy, laten in deze parade de hele menselijke geschiedenis de revue passeren op een loopband, aan hetzelfde tempo als de wolken die boven ons hoofd voorbij trekken. Dat levert enkele grappige en indrukwekkende beelden op, maar ook veel ruis en versnippering in deze te lang durende voorstelling. De makers tonen enkel een duidelijk door Benjamin Verdonck geïnspireerde stroom van beelden waarbij je de associaties zelf moet bedenken.

Arend Pinoy

Dag drie: woensdag 18 juni

Na een verkwikkend ontbijt in een weide tussen de schapen fiets ik met het erg ontoepasselijke U2- album No line on the horizon’ langs de kilometerslange wadden van Terschelling, waarbij je niets anders ziet dan zandvlaktes, rotsen en zee. Een uurtje later kom ik aan in het meest westelijke punt, waar de meeste bewoning is. Ik wandel even door de Dorpsstraat en voel aan de oranje vlaggetjes dat de eilanders klaar zijn voor de wereldbekerwedstrijd later op de dag. In café De Walvis ontmoet ik de Australische Tina Torabi , die ik de voorbije week leerde kennen tijdens een masterclass. Ze vertelde me toen dat ze gehoord had over een “crazy festival called Oerol” en dat ze er dolgraag naartoe wilde, zonder dat ze hier iemand kende of wist wat er op het programma stond.

Ik neem haar op sleeptouw naar ‘Building Conversation’ van Lotte Van den Berg, ergens diep in de westelijke duinen. In het ‘Experimenteel gesprek’ test Lotte met mij en zeven vrouwen – geen andere mannen te bespeuren wegens het WK – een gespreksmanier uit die ze tijdens haar Congoreis zag ontstaan in de straten van Kinshasa. Dicht op elkaar gepakt in een ‘kluitje’ praten we een uur lang zonder vooraf bepaald onderwerp. We schipperen tussen Nederlands en Engels, stilte en spreken en onderwerpen zoals reizen en multiculturele liefde. Tot een vrouw uit de groep me plots "schatje" noemt en ik even schrik. Er ontspint zich een hele discussie over hoe het zou zijn als ik dit als man tegen haar zou zeggen en of deze directheid een typisch Nederlands verschijnsel is. Al gauw beginnen we het gesprek op een metaniveau te analyseren en wordt duidelijk hoezeer de context de inhoud van een gesprek beïnvloedt. Daarna praten we nog een uur verder met enkele meters afstand tussen ons om het verschil te voelen met het gezellige ‘kluitje’ van daarnet, waar we al gauw heimwee naar krijgen.

Tina en ik kunnen in een plaatselijk café nog net de laatste vijf minuten van de voetbalwedstrijd Nederland-Australië meepikken. Als Aussie is zij een beetje de vreemde eend in de bijt tussen het oranje legioen, dat na de 2-3 overwinning opvallend rustig blijft. Van West-Terschelling is het vervolgens nog een uurtje fietsen tussen de schapen over de dijk naar Oosterend. Onderweg luister ik naar de soundtrack van ‘Terug naar Oosterdonk’, waarvan de beroemde eindgeneriek met de schaduwfanfare op de dijk en het landelijke gevoel uit de serie me helemaal doen denken aan Terschelling.

De laatavondvoorstelling ‘Buzz Aldrin, waar ben je gebleven?’ van Toneelgroep Oostpool laat me ondanks de alweer frisse avond en de kom soep na afloop koud noch warm. Daarvoor lopen er te veel verhaallijnen door elkaar.

‘Kintsukuroi’ van Spinvis en Saartje Van Camp

Dag vier: donderdag 19 juni

Vandaag leg ik met de fiets het acht uur durende parcours ‘Atelier Oerol’ af. Omdat de regenachtige ochtend weinig goeds belooft, besluit ik in een baanwinkel nog gauw een paar handschoenen te kopen. De winkeluitbaatster heeft in haar zaak enkel zomerse toestanden zoals zonnecrème en teenslippers staan, maar haalt speciaal voor mij op zolder nog een paar handschoenen tevoorschijn. Geen overbodige luxe, want tussen de korte voorstellingen die zes jonge theatermakers bedachten in de duinen, bossen en sloten van Terschelling, moet er een behoorlijk eindje gefietst worden door weer en wind. Aan het uitkiezen van de locaties voor het ‘Atelier Oerol’ werd duidelijk bijzonder veel aandacht besteed. Sommige zijn zelfs zo indrukwekkend dat de artistieke ingreep minder interessant wordt dan het landschap zelf. Johannes Bellinkx slaagt er wel in om ons vanop de hoogste duin anders te doen kijken naar het verre uitzicht op het strand. In een indrukwekkende installatie laat hij ons door een kleine rechthoek naar door hem uitgekozen fragmenten van het dal kijken. Bellinkx brengt stiekem kleine manipulaties aan en bespeelt zo meesterlijk onze blik. Plots wanen we ons in een poëtische breedbeeldfilm! Nog meer poëzie bij Laura Groeneveld. Zij plaatste vijftig verschillende stoelen op uiteenlopende hoogtes en breedtes in de duinen. Via allerlei opdrachten die verstopt zijn in een lade onder onze stoel, laat Groeneveld ons nadenken over wat het concept ‘thuis’ betekent. Veel geestiger en absurder gaat het er aan toe bij Karlijn Kistemaker. Zij laat in haar scripted reality show twee zogezegd onschuldige toeschouwers voor de ogen van de anderen verplicht ontspannen tussen de koeien in een weiland. Wanneer blijkt dat ze medeplichtig zijn, ontspint er een hilarisch boer zoekt vrouw-spel.

Van de polders naar het zand voor de op Japan geïnspireerde voorstelling ‘Kintsukuroi’ van Spinvis en Saartje Van Camp. Eerst een gênant moment voor de voorstelling, wanneer een Nederlander de hele tribune Happy Birthday laat zingen nadat hij vernomen heeft dat ik vandaag jarig ben. Meer sérieux in ‘Kintsukuroi’, want daar vertolken de prachtige oudere danser Francis Sinceretti (die zo uit een Pina Bausch-voorstelling lijkt weggelopen) en de jonge danseres Karin Lambrechtse een koppel waarvan de vrouw door de tsunami wordt weggerukt uit de armen van haar man. Het verhaal wordt via voice over en muziek verteld, maar meandert in zoveel richtingen dat ik niet altijd goed kan volgen. Maar toch raakt deze gedanste opera me op een vreemde, niet-rationele manier. Halverwege moest ‘Kintsukuroi’ overigens even stilgelegd worden wegens een lokale bui die anders de instrumenten van de muzikanten zou beschadigen. Het is toch een harde maar schone stiel, performen op Oerol.

Laat op de avond en diep in het bos ga ik kijken naar ‘Crashtest Ibsen II - Volksvijand’ van het Noord Nederlands Toneel, zonder twijfel de beste voorstelling die ik op Oerol zag. De zaalversie van Ibsens bekende stuk – dit seizoen ook nog door Tg Stan opgevoerd – werd helemaal voor deze locatie herwerkt. Onvergetelijk is de kitscherige ode aan Water Worlds, het badencomplex uit het verhaal. Uit de twee meren op de achtergrond komen plots fonteinen, op het strand aan de overkant verschijnt een stoet van wellnessbezoekers, de kleine Louis van der Waal loopt over water… en dit alles op een slow synth-versie van Eye of the Tiger. Maar ook zonder de effecten – dan vergeten we nog het galopperende paard! – staat deze voorstelling als een huis. De regie van Sarah Moeremans is fris en speels, de acteurs leven zich helemaal uit door in en uit hun rol te stappen en de tekst van Joachim Robbrecht ontaardt aan het eind in een open vraag over ons huidige engagement tegenover maatschappelijke wantoestanden. Het zijn voorstellingen als deze die me nu al verwachtingsvol doen uitkijken naar Oerol 2015. Weer of geen weer, volgend jaar sta ik hier weer.

Crashtest Ibsen II - Volksvijand
Filip Tielens
Filip Tielens is freelance podiumjournalist en geeft ook inleidingen, nagesprekken en workshops. Met het kunstkritiekcollectief De Zendelingen maakt hij podcasts en filmpjes waarbij de dialoog tussen toeschouwers, theatermakers en critici centraal staat.

[ Oerol liep dit jaar van 13 tm 22 juni ]

Kintsukuroi, de "gedanste opera" van Spinvis en Saartje Van Camp toert in oktober en november langs Belgische en Nederlandse theaters. De "Belgische première" is op 23 oktober in de Ancienne Belgique in Brussel. Alle speeldata vindt u hier: www.kintsukuroi.eu.