Rickie Lee Jones – The Other Side of Desire

ma 06/07/2015 - 10:45

muziek rickie lee jones the other side of desire recensie dirk steenhaut

Voormalige hipster toont zich van haar spiritueelste kant

Ook al stond Rickie Lee Jones al jaren bekend als ‘The Duchess of Coolsville’, op haar zestigste zag ze zich, na enkele minder succesrijke langspelers, genoodzaakt een beroep te doen op crowdfunding om haar dertiende plaat gefinancierd te krijgen. Want Jones is al lang niet meer de jazzy hipster die in 1979 doorbrak met ‘Chuck E’s in Love’, en voor artiesten van haar generatie is de muziekindustrie tegenwoordig onverbiddelijk.
 

De jongste tijd werd de zangeres geplaagd door een hardnekkige writer's block: haar vorige cd, ‘Balm in Gilead’, dateert inmiddels al van 2009. Maar toen ze twee jaar geleden van Los Angeles naar New Orleans verhuisde en er zich vestigde in de straat die beroemd werd dank zij Tennessee Williams’ ‘Streetcar Named Desire’, welde de inspiratie weer op. ‘The Other Side of Desire’, waarop Jones zich laat begeleiden door plaatselijke muzikanten, is zelfs één van de avontuurlijkste platen die ze ooit heeft gemaakt. Misschien wel de beste sinds ‘Ghostyhead’ en ‘The Evening of My Best Day’.

De single ‘Jimmy Choos’, waarmee de cd opent, is een mooie, organische popsong, waarin Rickie Lee Jones nog altijd klinkt alsof ze een beetje verkouden is. Maar de twee producers aan wie ze haar lot heeft verbonden –de Brit John Porter, die ooit nog bij Roxy Music speelde, en de Canadees Mark Howard, een ‘compagnon de route’ van Daniel Lanois– leveren uitstekend werk. Bovendien geven ze de artieste de gelegenheid zich van haar elegantste en meest spirituele kant te laten horen.

Meerdere songs dienen zich aan als hommages aan de muzikale rijkdom van The Big Easy: de door cajun bestoven countrywals ‘Valtz de mon père’, versierd met fiddle en mandoline, zou in het oeuvre van Emmylou Harris niet misstaan. Voorts is er de door een piano aangedreven bayoupopballad ‘Haunted’, het klagerige en mystieke ‘Christmas in New Orleans’ en het ouderwetse ‘J’ai connais pas’, gebouwd op een pianoriff waarin Fats Domino rondwaart en met een melodie die als twee druppels water op Freddy Fenders ‘Wasted Days and Wasted Nights’ gelijkt.
 

‘The Other Side of Desire’, die Rickie Lee Jones opdraagt aan haar dochter, is een plaat met veel betekenislagen, waarop ze afrekent met persoonlijke demonen en familiale trauma’s. De songs zijn recht uit het hart gegrepen en dus wars van de moeilijkdoenerij waaraan ze zich in het verleden wel eens bezondigde. In ‘Blinded By the Hunt’ tast ze op een indrukwekkende manier al haar vocale registers af. ‘Infinity’ ontleent extra urgentie aan het tikken van een klok. En ‘I Wasn’t Here’ is in een schitterend strijkersarrangement gewikkeld. In ‘Feet on the Ground’, waarin ze de steun krijgt van een mannenkoortje, mijmert la Jones over verlies en de littekens die ze eraan heeft overgehouden.

De songs, hier en daar bijgekleurd met een orgeltje, slidegitaar en allerlei blaasinstrumenten (van klarinet tot souzafoon), laten een rijpe maar nog altijd ambitieuze artieste horen, die op ‘The Other Side of Desire’ duidelijk haar tweede adem heeft gevonden. Rickie Lee Jones telt weer helemaal mee.

['The Other Side of Desire' – Rickie Lee Jones. Thirty Tigers/V2, 2015.]

Dirk Steenhaut
Dirk Steenhaut studeerde Engelse letterkunde aan de VUB en was ruim twintig jaar muziekjournalist bij de krant De Morgen. Hij werkt nu freelance, onder meer voor Cobra.be, Knack en het cultuurmagazine Staalkaart.

Bekijk hier de album trailer van The Other Side of Desire

yt