Freckleface - Freckleface

wo 05/06/2013 - 10:06

freckleface arno hintjens paul couter oostende pop rock muziek cd recensie dirk steenhaut

De prehistorie van Arno

In tegenstelling tot wat velen denken, werd in Vlaanderen al boeiende muziek gemaakt lang vóór The Kids en TC Matic. Ook tijdens de sixties en de vroege seventies, toen er in ons land nog nauwelijks rockradio, muziekpers of concertinfrastructuur bestond, timmerden pioniers als The Pebbles, The Wallace Collection, Mad Curry, Doctor Downtrip, Burning Plague, Jenghiz Khan of Kleptomania dapper aan de weg. Het is dan ook betreurenswaardig dat het werk van deze bands vandaag zo goed als onvindbaar is geworden. Maar er is hoop: het Antwerpse Starman Records snuistert sinds kort volop in de verwaarloosde archieven en delft af en toe een stukje op dat de legpuzzel van de vaderlandse rockgeschiedenis weer een beetje vollediger maakt.

De nieuwste release van het label is een titelloze langspeler van het Oostendse Freckleface. Weinigen hadden de plaat ooit gehoord, want toen ze in 1972 uitkwam, zonder mediasteun en zonder distributie die naam waardig, werden er van de duizend geperste exemplaren amper driehonderd verkocht. We overdrijven dus niet als we dit kleinood een goed bewaard geheim noemen. Toch valt het historisch belang ervan niet te onderschatten, al was het maar omdat het om de allereerste opname gaat waar ons aller chevalier Arno op te horen is.

Freckleface was opgericht door zanger-bassist Paul Vandecasteele en stond op het kruispunt tussen prog en blues. Na talloze personeelswissels werd het gezelschap vervoegd door drummer Jean Lamoot, zanger-harmonicaspeler Arno Hintjens en gitarist Paul Couter, die meteen ook invloeden uit folk en jazz binnen smokkelden. Omdat Freckleface een prima live-reputatie genoot, vond hun manager het een goed idee een lp uit te brengen. Die werd op één middag (op 8 mei 1972) live ingeblikt in de kantine van het Sint-Barbaracollege in Gent.

In die dagen was amateurisme troef in onze streken: de geluidstechnici waren enkel ervaren in het vastleggen van kinderkoren en hadden volstrekt geen voeling met rock-‘n-roll. ‘Freckleface’ klinkt dan ook veeleer als een demo of een repetitie-opname dan als een volwaardige plaat. De sound is weinig dynamisch en doet, in vergelijking met die van Britse of zelfs Nederlandse bluesbands uit die tijd (vergelijk maar eens met Brainbox, Livin’ Blues of The Bintangs) teleurstellend vlak aan. Dat vonden ook de heren van Freckleface zelf, die enkele weken na de release de handdoek definitief in de ring gooiden. Twee van de leden zouden vervolgens het duo Tjens Couter vormen. De rest is geschiedenis.

Zoals tijdens de vroege seventies de mode was, bevat de lp vijf uitgesponnen stukken, waarvan er drie gezongen worden door Vandecasteele en twee door Hintjens. De laatst genoemde klonk toen nog veel nasaler dan vandaag, maar in ‘Hold My Hand’ en het akoestische ‘Trouble in Mind’ (een standard van Richard M. Jones) toont hij zich op dat moment al een beslagen bluesperformer en smoelschuivermanipulator. Opener ‘If We’ wordt tot ruim dertien minuten uitgerekt, maar lijkt in werkelijkheid meerdere songs te herbergen. Canned Heat was voor Freckleface duidelijk een referentie.

Door de lofikwaliteit van de registraties ging veel van de oorspronkelijke energie verloren, maar je hoort wel muzikanten die goed op elkaar zijn ingespeeld. Vandaag klinkt de muziek uiteraard een beetje gedateerd. Dat neemt niet weg dat de enige plaat van Freckleface als een interessant document geldt, uit een tijd dat Vlaanderen voor would be-rockers nog een woestijn was. Hulde dus aan het Starman-label dat in de mate van het mogelijke voor een opwaardering van de klank heeft gezorgd, en deze release van relevante liner notes heeft voorzien.

Dirk Steenhaut

Muziekcentrum Vlaanderen en de AB organiseren op donderdag 6 juni om 18 u in Huis 23 in Brussel een gesprek annex luistersessie met Arno Hintjens en Paul Couter over Freckleface.

[“Freckleface” – Freckleface. Starman Records, 2013]