Flying Horseman - Twist

vr 27/04/2012 - 17:54 ****

muziek pop flying horseman twist bert dockx koen gisen alfredo bravo cd recensie album dirk steenhaut

Huiveringwekkende schoonheid

Iets meer dan een jaar geleden debuteerde Flying Horseman met het in kennerskringen op superlatieven onthaalde ‘Wild Eyes’. Met zijn tweede langspeler weet het Antwerpse kwintet die prestatie nog te overtreffen. ‘Twist’ is namelijk een wurgend intense plaat die balanceert tussen folk en blues, tussen ingetogen en explosief, tussen romantisch en dreigend. Zanger, songschrijver en gitarist Bert Dockx, ook actief bij Dans Dans, bedenkt lang uitgesponnen, vertellende nummers met mysterieuze tot cryptische teksten waarin claustrofobie en onderhuids geweld steeds terugkerende thema’s zijn.

Dockx’ bezwerende voordracht herinnert afwisselend aan Nick Cave en Leonard Cohen, maar de gelijkenis zit hem veeleer in het gevoel dat wordt overgebracht dan in de gehanteerde stijl. Flying Horseman blijkt soberheid en minimalisme niet te schuwen: de songs bevatten net genoeg ideeën om de luisteraar bij de les te houden, maar klinken nooit overladen. ‘Twist’ bevat geen noot teveel en ieder detail wordt precies op het juiste moment geïntroduceerd. Dat laatste is de verdienste van producer Koen Gisen, die zich, na zijn werk met artiesten van divers pluimage als The Bony King of Nowhere, Lieven Tavernier, Sarah Ferri, Kiss the Anus of A Black Cat en zijn wederhelft An Pierlé, stilaan opwerpt als een sleutelfiguur in de Vlaamse pop- en rockscene.

Voor wie het nog niet in de gaten had: ‘Twist’ is een nachtplaat. Voor zover Flying Horseman al kleuren gebruikt, beperkt hij zich tot zwart en diverse tinten van grijs. Bert Dockx zingt over onderwerpen die moeilijk het daglicht kunnen verdragen en net als David Eugene Edwards voedt hij je onbehagen met een niet aflatende stroom van apocalyptische beelden. Opener ‘t.m.l.’ (de titel staat voor ‘Too Much Love’) begint vrij intimistisch, met een gitaar, een bel, ritselende percussie en de woordenloze backing vocals van de zussen Loesje en Maieu (van Blackie & The Oohoos). De meeste andere songs zijn tranceverwekkend repetitief, zonder ooit saai te worden. Dockx’ twangy snarenspel houdt vanzelf je aandacht vast. Zeker in ‘Memorial’, dat halverwege tot uitbarsting komt zoals een lavaspuwende vulkaan. Ook de manier waarop de negen minuten durende titeltrack naar een noisy climax evolueert, is ronduit adembenemend. Zelfs de songs die op het eerste gehoor ingehouden en afgekloven klinken, zitten vol levensgevaarlijke draaikolken.

Eén van de geheime wapens van Flying Horseman is het ritualistische drumwerk van Alfredo Bravo, dat steevast zijn eigen verhaal vertelt. ‘Road’ is als een kiezeltje dat van een heuvel rolt en binnen de kortste keren een lawine veroorzaakt met de kracht van een Bad Seedsklassieker als ‘The Mercy Seed’, terwijl de subtiele gitaarweefsels in ‘Tied’ verwant zijn aan die van Robbie Krieger in ‘The End’ van The Doors. Niet de minste referenties dus, maar ze blijven zo vaag dat je Flying Horseman op geen enkel moment van epigonisme kunt beschuldigen.

‘Twist’ is een beklemmende en broeierige cd, die je van de eerste tot de laatste song op sleeptouw neemt. Wie uit is op catchy refreinen of muziek die als achtergrond kan dienen bij een gezellig etentje met vrienden, kan zich beter onthouden. Dit schijfje is namelijk meer geschikt voor liefhebbers van huiveringwekkende schoonheid. Want van één ding zijn we zeker: Flying Horseman gets you high.

Dirk Steenhaut

 

['Twist', Flying Horseman. Unday/NEWS, 2012.)