Mr. Blues is 100

wo 01/07/2015 - 04:00 Willie Dixon, geboren op 1 juli 1915, is een zwaargewicht van de blues. Zonder hem geen 'Hoochie Coochie Man' of 'Little Red Rooster', geen 'Spoonful' of 'Wang Dang Doodle'. Met een repertoire van meer dan 500 songs lijkt hij Mr. Blues bij uitstek. 

willie dixon blues honderd jaar muziek portret

luister via Spotify

I am the blues

In 1989, drie jaar voor zijn dood in 1992, bracht Willie Dixon zijn autobiografie uit met de veelzeggende titel 'I am the blues'. Het lijkt nogal zelfingenomen en pocherig, maar als er iemand aansprak op zou mogen maken op die titel, dan is dat wel Willie Dixon. Zeker als het gaat over de stedelijke Chicago blues die vanaf het begin van de jaren 1950 populair werd en de basis voor de latere pop en rock legde; en zeker ook als het gaat over de blues die toen werd uitgebracht op het legendarische Chess label uit Chicago.

 

Hoochie Coochie Man

In de jaren na de tweede wereldoorlog vestigde Chicago haar naam als hoofdstad van de blues. Niet alleen dankzij mensen als Big Bill Broonzy, Howlin' Wolf en Muddy Waters maar ook door een onafhankelijk platenlabel, gerund door twee Poolse broers die eigenlijk eerder toevallig in de muziekbiz waren gerold. Leonard en Phil Chess hadden een drankwinkel met een jukebox. De drankwinkel werd een muziekclub en de muziekclub werd een platenlabel, begonnen in 1947, maar de hoogtijdagen waren ongetwijfeld in de jaren vijftig. Willie Dixon was daarbij de vertrouweling van de broers. Na enkele losse jobs kwam hij in 1954 in dienst van Chess als bassist, componist, arrrangeur, producer en vooral all-round tussenpersoon.

Marshall Chess, zoon van Leonard, herinnert zich Willie Dixon zo: "He was the key person, a key song writer, a key record producer. One of Willie’s key jobs was getting the band to the studio. Because many of the players had no phones and they had five women. Only Willie knew what woman on what night of the week they would be at. So if there was a session there would be Willie going around, digging up like a detective and bringing them all in to play. Willie was a great part of the Chess success story."

Er zijn blueskenners en critici die het belang van Willie Dixon willen minimaliseren of op zijn minst relativeren. Als instrumentalist zou hij niet bijzonder veel indruk gemaakt hebben en zijn rol als producer zou vooral neerkomen op het ronselen van muzikanten en het bemiddelen tussen de "bazen" en het "talent". Zanger en gitarist Muddy Waters is natuurlijk een veel grotere held van de Chicago blues van na de tweede wereldoorlog, de man die de elektrische blues vorm gaf en daarmee het fundament legde voor de bouwsels van latere rockers als The Rolling Stones, Cream, Jimi Hendrix of Led Zeppelin. Maar de nummers waarmee Muddy Waters zo populair werd, kwamen uit de hoge hoed van Willie Dixon: 'Hoochie Coochie Man', 'I Just Wanna Make Love To You' en 'I'm Ready'.

 

Three hundred pounds of joy

Willie Dixon was ook een soort hofleverancier voor Howlin' Wolf. Klassiekers in het oeuvre van Wolf, zoals bijvoorbeeld 'Evil', 'Spoonful', 'Little Red Rooster' en 'Back Door Man', zijn allemaal geschreven door Dixon. Howlin' Wolf was trouwens niet onverdeeld gelukkig met die nummers. Hij vond ze soms te plat qua taalgebruik, of te vrolijk en up tempo, of hij kon er zijn typische "howl" niet in kwijt, en daar was hij toch mee groot geworden. Een song als 'Three Hundred Pounds Of Joy' legde volgens Wolf dan weer te zeer de nadruk op zijn grote gestalte en zijn lichaamsgewicht, terwijl Willie Dixon dat nummer eigenlijk voor zichzelf geschreven had, en hij was ook niet bepaald een schriel manneke.

Andere bekende songs van Willie Dixon zijn bijvoorbeeld 'My Babe' - een hit voor Little Walter -, 'Bring It On Home' - veel gecoverd maar origineel gebracht door Sonny Boy Williamson -, en veel gespeelde bluesstandards als 'Wang Dang Doodle', 'The Seventh Son' en 'You Can't Judge A Book By It's Cover'. Grote namen waar Dixon voor of mee gewerkt heeft zijn bijvoorbeeld Memphis Slim, Magic Sam, Otis Rush, Buddy Guy, Koko Taylor, Bo Diddley en Chuck Berry. Vooral door de platen van die laatste twee wordt Willie Dixon ook gezien als een belangrijke link tussen de blues en de rock'n'roll.

In het begin van zijn carrière bij Chess speelde Willie Dixon nog vaak mee tijdens de opnamesessies. Maar zijn spel op de contrabas paste al snel niet meer bij de nieuwe, elektrische wegen die de Chicago blues opging. Wel maakte hij nog platen onder eigen naam, met onder meer pareltjes als 'Walking The Blues' en '29 Ways', maar het meest succesvol was Willie Dixon toch in zijn rol als de man op de achtergrond: als producer of als songschrijver.

 

Walking The Blues

Willie Dixon werd honderd jaar geleden geboren op 1 juli 1915 in Vicksburg, Mississippi. Zijn moeder zong en schreef religieuze poëzie, waardoor Willie al heel jong een goed gevoel voor rijmschema's en metrum meekreeg. Maar voordat hij muzikant werd, probeerde hij eerst een carrière als zwaargewicht bokser. Naar verluidt zou hij nog oefenmatchen gevochten hebben met de grote Joe Louis. Maar na een ruzie met zijn manager over geldkwesties hing Willie Dixon zijn bokshandschoenen in de bomen en legde hij zich toe op muziek.

Met groepen als The Five Breezes en Four Jumps of Jive had hij bescheiden succesjes. Met het Big Three Trio en een repertoire van blues, boogie woogie, jump en jive lukte het al wat beter. Zo kon het trio aan het begin van de jaren vijftig al eens jammen met Muddy Waters en zo kwam Willie Dixon in contact met de gebroeders Chess, die toen net met hun platenlabel zouden starten. De rest is geschiedenis, bluesgeschiedenis waarin Willie Dixon een cruciale rol heeft gespeeld.

Is hij daarom Mr. Blues in hoogsteigen persoon? Wellicht niet, maar Willie Dixon was wel tot aan zijn dood op 29 januari 1992 een gedreven ambassadeur en beschermheer van de blues en zijn uitvoerders. In zijn woorden klonk dat zo: “The blues are the roots and the other musics are the fruits. It’s better keeping the roots alive, because it means better fruits from now on. The blues are the roots of all American music. As long as American music survives, so will the blues.”