Strandjutten met Bert Dockx

© Joris Casaer
vr 26/09/2014 - 15:05 Bert Dockx, bekend van onder meer Flying Horseman en Dans Dans, gaat de Nederlandstalige toer op onder het pseudoniem Strand. Zijn debuut met sombere en sobere liedjes kan onze recensent alvast bekoren.

bert dockx strand nederlandstalig singer-songwriter blues folk fingerpicking recensie dirk steenhaut

Toeval? Een merkwaardige vorm van synchroniciteit? In ieder geval is het opvallend dat twee interessante Belgische rockartiesten, die zich tot dusver uitsluitend van het Engels bedienden, ongeveer gelijktijdig beginnen te experimenteren met hun moedertaal. Op de eerste Nederlandstalige plaat van Mauro Pawlowski’s alter ego Maurits Pauwels is het nog even wachten, maar Bert Dockx, bekend van Flying Horseman en Dans Dans, heeft de stap al wél gezet. Zijn nieuwste (solo)project heet Strand en dat is meteen ook de titel van de afgekloven cd die vanaf deze week in de winkels ligt.

Bevrijd door de moedertaal

Solitary music’ lezen we op het stickertje op de hoes. Dat is niet gelogen. Bert Dockx, een van de veelzijdigste muzikanten die de jongste jaren in Vlaanderen zijn opgestaan, beperkt zich dit keer namelijk tot zijn stem en een aftandse 12-snarige gitaar. De tracks klinken kaal, verstild en ook een beetje desolaat.

‘Strand’ is, net als ‘City Same City’, vooral een nachtplaat, maar is franjelozer dan het jongste werkstuk van Flying Horseman. De tien miniatuurtjes, allemaal voorzien van een korte, éénlettergrepige titel, werden in twee dagen ingeblikt en als luisteraar zoek je dit keer vergeefs naar een beat of een catchy melodie. Dockx en producer Koen Gisen houden het bewust sober en klein, een aanpak die lang geleden ook al werd gehuldigd door akoestische bluesmuzikanten als Robert Johnson en Mississippi John Hurt.

Toch is ‘Strand’ geen bluesplaat. De composities, waaronder twee instrumentale, leunen veeleer aan bij Angelsaksische folk en doen zo tijdloos aan dat ze, op enkele details na, net zo goed van honderd jaar geleden zouden kunnen dateren. Aan het taalgebruik is het wel even wennen, want nu Bert Dockx niets meer heeft om zich achter te verstoppen, komen de nummers heel direct binnen. Maar doordat de artiest nu schrijft in de taal waarin hij denkt, droomt en liefheeft, voelt hij zich bevrijd en komt zijn werk, althans na enkele beluisteringen, natuurlijker over.

De kunst van de bondigheid

Verwacht geen narratieve teksten. De poëtische songs van Strand leunen nauwer aan bij het literaire werk van Leonard Nolens, Charles Ducal of Peter Verhelst. Niet dat Dockx zich al met die dichters kan meten, maar net zoals zij beheerst hij wél de kunst van de bondigheid. Bovendien gebruikt hij woorden vaak om hun suggestieve kracht en schrikt hij er niet voor terug dingen ongezegd te laten. Ook aan zijn regionale accent heeft hij geschaafd, zij het met mate: de authentieke zegging primeert.

Het spreekt vanzelf dat sombere liedjes met titels als ‘Haat’ of ‘Dood’ niet bedoeld zijn om er uw feestjes mee op te luisteren. Maar dat het persoonlijke bij Strand ook politiek kan zijn, blijkt uit ‘Koop’: “Je was een mens / Je was bovenal kostbaar goed / Sinds kort zijn we niets meer dan kapitaal / En sinds kort, zegt men, hebben we nood aan een nieuw verhaal / Niemand is te koop”. Het is moeilijk die regels niet als een kritiek op het neo-liberalisme te lezen, maar het staat iedereen vrij er zijn eigen interpretatie aan te geven.

Bert Dockx’ muzikale invloeden als songwriter liggen uiteraard dichter bij Joy Division, Townes Van Zandt en Nick Drake (van wie hij live wel eens op magistrale wijze ‘Black-Eyed Dog’ vertolkt) dan bij, pakweg, Johan Verminnen of Jan De Wilde. Toch dreigt hij in ‘Scherp’ – “Een traan heeft zeven levens” - een enkele keer af te glijden naar het troubadourterritorium van een Miel Cools. Een misstap, al is het gelukkig de enige. ‘Land’ is uitgebeend tot zo’n 33 seconden en de titeltrack is geïnspireerd door een foto van Dockx’ ouders, genomen op het strand van Oostende. Maar ’s mans voorliefde voor de cinema kennende, ligt ook het beeldende aspect van zijn liedjes in de lijn van de verwachtingen.

Wat de sfeer van ‘Strand’ zo bijzonder maakt, is ongetwijfeld ook het expressieve, aan John Fahey verwante fingerfickingspel van Bert Dockx. In ‘Nacht’ speelt hij met de intensiteit van een flamencogitarist, ‘Woord’ wordt gedragen door een minimalistische, bluesy groove en in het verbluffende ‘Droom’ klinkt de gitaar haast als en ‘prepared piano’.

Een mooie, compromisloze plaat dus, van een artiest die keer op keer nieuwe uitdagingen opzoekt en tot dusver nog nooit heeft teleurgesteld. Het wachten is nu op Nederlandstalige platen van Stef Kamil Carlens (die jaren geleden met het door Yasmine en The Scene gecoverde ‘Mooi’ al aangaf dat hij, ook op dát terrein, heel wat in zijn mars heeft) en, wie weet, Tom Barman.

Dirk Steenhaut
Dirk Steenhaut studeerde Engelse letterkunde aan de VUB en was ruim twintig jaar muziekjournalist bij de krant De Morgen. Hij werkt nu freelance, onder meer voor Cobra.be, Knack en het cultuurmagazine Staalkaart.

['Strand' – Strand. Unday, 2014]