Mono Miles

wo 27/11/2013 - 10:41 Audio update: di 03/12/2013 - 15:39 De eerste negen Columbia-albums van Miles Davis, opgenomen tussen 1955 en '61, zijn opnieuw uitgegeven. In mono. Een commerciële stunt om de fans opnieuw te laten dokken of toch meer dan dat? Marc Van den Hoof laat zijn oren spreken.

miles davis the original mono recordings jazz muziek cd recensie marc van den hoof

New Orthophonic High Fidelity

Het was geen stereo, het was geen mono, het was, zo deelde het etiket plechtig mee, “New Orthophonic High Fidelity”. Maar de teleurstelling was desalniettemin groot toen ik in 1963, vijftig jaar geleden, het RCA-album ‘Our Man In Jazz – Sonny Rollins’, met de referentie LPM 3012, voor het eerst op de draaitafel legde van wat toen toch ‘een moderne lichtgewicht pick-up’ was.

Een week of twee eerder had ik in Michiel de Ruyter z’n zaterdagmiddags jazzprogramma op de Vara een uitvoerig fragment gehoord, het meer dan een kwartier lange ‘Doxy’. Een Rollins die probeerde onder te duiken in z’n muzikale onderbewuste, met de verfrissende artistieke ongereptheid en argeloosheid voor ogen die hij had gedacht te horen in de muziek van free jazz pionier Ornette Coleman. Om zeker te zijn had hij zich overigens de helft toegeëigend van Coleman’s spectaculaire kwartet: trompettist Don Cherry en drummer Billy Higgins. Rollins had me in dat gezelschap ‘kolossaler’ – ze noemden hem niet voor niets de “Saxophone Colossus” – geleken dan ooit tevoren: een massief geluid, een getormenteerde zoektocht naar die denkbeeldige, ideale muziek ‘voorbij’ de muziek die zowat iedere jonge jazzspeler toen probeerde te vinden.

Maar op mijn platenspeler en met mijn geluidsinstallatie verdween al dat indrukwekkends in een erbarmelijke geluidskwaliteit: het klonk alsof Rollins zelf in plaats van in de New Yorkse Village Gate waar de opname volgens de hoes was gemaakt een paar jazzclubs verder had staan blazen. New Orthophonic High Fidelity!

Het werd nu toch echt hoog tijd over te schakelen naar een reguliere STEREO-pick-up zoals op de ommezijde van de binnenhoes werd aangeraden. ‘Our Man In Jazz’ was overduidelijk bedoeld als stereo-album. De versie die ik ervan had aangeschaft, de mono versie ondanks alle fraaie bewoordingen, moet een foute opname zijn geweest, in tegenfase wellicht heb ik later begrepen.

Het waren harde tijden. De benijdenswaardige bezitters van een stereo-installatie waren nog gering in aantal. Maar de platenmaatschappijen deden onversaagd hun best om iedereen tevreden te stellen. Zoals RCA ze dacht te verwennen met die “orthophonic hi-fi”, probeerde Columbia het met een ander (?) systeem: “360° Sound , Guaranteed High Fidelity”. Van mono was er ook hier geen sprake. De suggestie was dat je ergens tussen de twee in zat.

Van stereo terug naar mono

Columbia begon met stereo in 1958. In het geval van een (destijds) Columbia-artiest als Miles Davis wil dat zeggen dat z’n eerste in stereo én mono opgenomen album ‘Kind Of Blue’ uit maart en april 1959 is geweest – en wellicht ook de vijf stukken die hij met hetzelfde sextet al had opgenomen in mei 1958 en waarvan er drie zouden terechtkomen op het album ‘Jazz Track’, in Frankrijk uitgebracht twee maand na ‘Kind Of Blue’, met op de A-kant Miles’ muziek bij de film ‘Ascenseur pour l’ echafaud’ van Louis Malle.

Nog later zouden alle opnamen uit 1958 verschijnen op een Japanse CBS LP met de titel ‘1958 Miles’, en in 1991, met nog twee andere stukken uit hetzelfde jaar, op het Amerikaanse album ‘58 Miles’. Het soort ingewikkelde toestanden dat wel hoofdzakelijk te maken zal hebben met commerciële oogmerken, maar dat tegelijk van de jazzdiscograaf een ietwat sombere kamergeleerde kan maken.

De recentste toevoeging aan dit ingewikkeld verhaal over stereo en mono en opname- en releasedata en uiteenlopende bezettingen en het herontdekken van archieven enzovoort, is de uitgave van het negendelige doosje ‘Miles Davis The Original Mono Recordings’.

De trompettist z’n eerste negen albums voor Columbia, opgenomen tussen 1955/’56 en 1961, en uitgebracht tussen maart 1957 , ‘‘Round About Midnight’ , en mei 1964, ‘Miles And Monk At Newport’, twee titels die op even misleidende maar wellicht even commercieel doeltreffende wijze verwezen naar het bijna mythische optreden van Miles en Monk samen op 17 juli 1955 tijdens het Newport Jazz Festival. Voor allebei, pioniers uit de boptijd, was dat optreden het begin geweest van hun definitieve terugkeer en niet meer te stuiten opgang op de jazzpodia.

Tussen die twee albums in krijgen we de drie sessies met Gil Evans, ‘Miles Ahead’ (1957), ‘Porgy And Bess’ (1958) en ‘Sketches Of Spain’ (1959/’60), en voorts het eerste sextet (met pianist Red Garland en drummer Philly Joe Jones) op ‘Milestones' (1958) en het tweede sextet (met Bill Evans of Wynton Kelly in plaat van Garland en Jimmy Cobb in plaats van Jones) op ‘Kind Of Blue’ (1959).

De resterende drie albums zijn de al genoemde ‘Jazz Track’ en ‘Miles And Monk At Newport’, beide “composiet” albums , en ook nog ‘Someday My Prince Will Come’, zonder Cannonball Adderley en met Hank Mobley in plaats van Coltrane die evenwel op twee stukken meedoet als gastsolist. En dat allemaal een halve eeuw na datum in mono.

Facsimile

Je kan niet anders dan er aanvankelijk de wenkbrauwen bij fronsen. Het hele opzet heeft inderdaad alles van een tamelijk bizar commercieel manoeuver. Maar bij nader inzien en bij nader toehoren lijkt het toch wel meer dan alleen maar dat. De mono-opnamen, hier en daar wat bijge-mastered – je krijgt de details min of meer in het cd-boekje – hebben inderdaad iets directs en briljants dat in de stereo, of in enkele gevallen eigenlijk nepstereo versies in mindere of meerdere mate is verdwenen. Maar om ervoor door een vuur te gaan? … Het blijft immers waar wat Philip Larkin ooit zei, zij het in een andere context: “they ‘re your ears!”

Bovendien zijn de cd’tjes verpakt in facsimileetjes van de oorspronkelijke hoezen, met Miles’ toenmalige partner, de mooie Frances die onder meer ook danste in de filmversie van ‘West Side Story,’ als eerste zwarte, zij het heel beige dame op zo’n Columbia platenhoes. De fouten op de hoes van ‘Kind Of Blue’ zijn, jammer voor de puristen onder ons, verbeterd, zoals overigens ook de “pitch” van de oorspronkelijke A-kant die vanwege een technisch probleem iets te hoog was geweest bij de mastering tot klankingenieur Mark Wilder in 1992 eindelijk hoorde dat er iets niet klopte.

Jammer is misschien dat de hoesteksten bij het ‘facsimileren’ onleesbaar zijn geworden – het mooie essay bijvoorbeeld van André Hodeir op de achterkant van ‘Miles Ahead’. Je denkt misschien wel eens een beetje boosaardig: nu nòg eens hetzelfde maar op cd’tjes met een A-kant en een B-kant. Maar anderzijds denk ik ook, goedkeurend knikkend, aan wat Gerry Mulligan me ooit zei toen we in de AB z’n kwartet zouden opnemen: “And please remember: we don’t play in stereo! We listen to each other and we play in balance. Just try to record what we play and you’ll have a fine recording!”
En hij had gelijk, 360° en orthophonisch gelijk!

Marc Van den Hoof
Marc Van den Hoof was van 1976 tot 2011 producer bij Radio 1, Radio 2 Omroep Brabant en Radio 3/Klara. Hij maakte ook deel uit van het productieteam van Jazz Middelheim. Van 1996 tot 2011 gaf het vak 'Jazzgeschiedenis' in het Lemmensinstituut. In 2011 verscheen 'Double Bill', een bundeling van kronieken uit Jazzmozaiek en een aantal korte essays over jazz.

['The Original Mono Recordings' - Miles Davis. Columbia/Legacy, 2013]

► beluister dit album via Spotify

meer info op milesdavis.com