Bonnard, de stille schilder

vr 29/05/2015 - 10:23 “Ne me parlez pas de Bonnard. Ce qu’il fait n’est pas de la peinture”, zei Picasso ooit. Toch heeft hij Bonnard niet klein gekregen. Het overzicht in het Musée d’Orsay toont aan dat Bonnard meer was dan “un peintre du bonheur”, ja zelfs een grondlegger van nieuwe stromingen die na WOII in de schilderkunst zouden ontluiken.

pierre bonnard musee d'orsay schilderkunst

Pierre Bonnard (1867-1947) had niets van een dandy en verschilde in vele opzichten totaal van Pablo Picasso. Hij koesterde zijn schilderijen liefst bij hem in de buurt en leidde een eerder teruggetrokken leven. Maar achter die ietwat saaie man ging een groot kunstenaar schuil, die nieuwe wegen insloeg en de explosie van de schilderkunst in de jaren 1950-1960 aankondigde.

Picasso, niet de zachtmoedigste van alle schilders, moest niets van hem weten: “Ce n’est pas vraiment un peintre moderne. (…) Bonnard n’est qu’un néo-impressioniste, un décadent, un crépuscule, pas une aurore.” Francis Bacon daarentegen was wel een groot bewonderaar.

Gelaagde werkelijkheid

Wanneer het Musée d’Orsay een solotentoonstelling houdt, worden alle registers opengetrokken. Curator Isabelle Cahn is er dan ook in geslaagd een totaaloverzicht van deze bijzondere kunstenaar te brengen, te beginnen bij zijn Japans getinte Nabi-periode, over zijn post-impressionistische interieurs en landschappen, tot zijn indringende zelfportretten die niet van de hand zijn van “un peintre de bonheur” (zoals Picasso hem spottend noemde). Het waren vooral deze zelfportretten waarin Bonnard zichzelf een spiegel voorhoudt en zijn getormenteerde "ik" toont, die Francis Bacon bijzonder aanspraken. In een van die zelfportretten schildert Bonnard zichzelf als een bokser die in het leven klappen heeft gekregen.

De tentoonstelling ‘Pierre Bonnard. Peindre l’Arcadie’ in het Musée d’Orsay toont de allerbeste werken van Bonnard waar hij de menselijke figuur in een interieur plaatst omgeven door spiegels en ramen die een gelaagde werkelijkheid tonen, kamerschermen of deuren die een psychologische scheiding tussen de personages suggereren. Bonnard schilderde interieurs en landschappen, en liefst van al mengde hij binnen en buiten als een dualiteit in één doek. Twee oorlogen maakte hij mee, maar daarvan is ogenschijnlijk niets in zijn werk terug te vinden. Alsof hij zich terugtrok in de kleine wereld die hij schilderde. Een schilderij was voor hem nooit af. Het verhaal gaat dat hij zijn doeken zelfs nog ging bijwerken als ze in galeries of musea hingen.

De muze Marthe

De tentoonstelling verrast ook wanneer ze de foto’s van Bonnard laat zien. Net als Edgar Degas, met wie hij vaak vergeleken wordt, was hij gek van fotografie. Hij experimenteerde met Marthe als muze en model. Wat blijkt? Ook Marthe maakte foto’s, van de naakte schilder nog wel. De foto’s van het echtpaar Bonnard worden voor het eerst samen getoond.

Hoogtepunt in de kunst van Bonnard zijn ongetwijfeld de naaktportretten van zijn muze, zijn minnares en uiteindelijk zijn vrouw Marthe die hij als het ware boetseert met kleur en licht. Twintig jaar nadat ze zijn leven instapte, huwde Pierre Bonnard met Marthe. Groot was zijn verbazing toen bij het huwelijk bleek dat zij al die jaren een verhaal had opgehangen, en niet Marthe de Meligny maar gewoon Marie Boursin heette. Bonnard hield er trouwens ook nog een vriendin op na, die kort na het huwelijk van de schilder zelfmoord zou plegen. Bovendien werd zijn huwelijk met Marthe overschaduwd door haar ziekte – zij leed aan een vorm van tuberculose en moest bij wijze van behandeling veel baden.

Niet minder dan 385 portretten maakte Bonnard van haar. Meestal naakt, vaak in de badkamer of in bad, want Marthe leed aan smetvrees. Achter de waarneming schuilen inderdaad andere realiteiten. Geen wonder dat Bonnard zichzelf voortdurend in de spiegel bestudeerde, getuige daarvan zijn gespiegelde zelfportretten.

Julian Barnes

Maar vanwaar toch die instinctmatige afkeer die Pablo Picasso had voor Bonnard? Toeval wil de gevierde Engelse auteur Julian Barnes in een vraaggesprek met Bernard Dewulf (DS Weekblad dd. 9 mei 2015) naar aanleiding van het verschijnen van zijn verzamelde essays over kunst, ‘Keeping an Eye Open’ (in Nederlandse vertaling: In Ogenschouw), dieper op deze kwestie ingaat.

Barnes: “Er zijn kunstenaars die de natuur zien als een soort bitch goddess, die ze moeten vernietigen. Dat zijn de reusachtige ego’s. Zoals een Picasso. (…) Daartegenover staan de stillen, die het universum niet willen heruitvinden, maar het wel willen begrijpen, dag na dag. Zoals een Bonnard.

Pierre Bonnard werd lange tijd beschouwd als een ietwat marginale schilder. Maar de tijd brengt raad. Vandaag wordt hij aanzien als een van de groten die een brug heeft geslagen tussen de kunststromingen van einde 19de-begin 20ste eeuw en de artistieke explosie na de Tweede Wereldoorlog. De tentoonstelling in het Musée d’Orsay bevestigt die stelling.

Henk Van Nieuwenhove
Henk Van Nieuwenhove is eindredacteur & cultuurcoördinator van de Artsenkrant.

[ ‘Pierre Bonnard. Peindre l’Arcadie’ tot 19 juli in het Musée d’Orsay, Parijs ]