Is Degas een impressionist?

wo 27/05/2015 - 15:01 Het Musée des Impressionnismes in Giverny weet elk jaar weer origineel uit de hoek te komen. Dit keer is het de beurt aan Edgar Degas die mag bewijzen of hij een impressionistisch schilder is of niet. Het antwoord ligt tussen de twee: Degas is een buitenbeentje aan de rand van het impressionisme. Nog tot 19 juli te bezoeken.

giverny frankrijk claude monet impressionisme musee des impressionismes edgar degas henk van nieuwenhove

Edgar Degas in de marge van het impressionisme

Giverny, een dorp van hooguit 500 inwoners, in de winter zijn het er nog minder, vangt ieder jaar tussen maart en november zo’n 800.000 toeristen op, waaronder heel wat Amerikanen, Japanners en … Belgen. Gelukkig blijven die niet allemaal overnachten.

De meesten komen met de trein en nog meer met het cruiseschip uit Parijs en keren ’s avonds weer terug. Waar zouden ze ook overnachten? Er is geen hotel, alleen enkele "chambres d’hôtes". De meeste gasthuizen zijn ondergebracht in typische Normandische huizen in vakwerkbouw, omgeven door mooie tuinen, hoe kan het ook anders in Giverny. Als het dorp zo beroemd is geworden, heeft het dat te danken aan een tuin, en vooral de beroemde eigenaar ervan, Claude Monet, die er 43 jaar woonde en de kunst nieuwe richtingen uitstuurde.

Impressionisme is een meervoud

Gezien de steeds groeiende toestroom van toeristen had Giverny nood aan een museum van formaat. In 2009 opende het Musée des Impressionnismes zijn deuren. U leest het goed, Musée des Impressionnismes: meervoud. Dat houdt in dat er naast de Franse school ook nog elders in de wereld impressionistische schilders te vinden zijn. En dat is dan weer een gevolg van de Amerikaanse schilders, die in zekere zin Giverny "ontdekt" hebben.

Het was immers de Amerikaan William Metcalf die op een lentedag van het jaar 1886 als bij toeval met zijn schildersezel onder de arm in Giverny uit de trein stapte en er getroffen werd door het landschap. Zoals het een kunstenaar-bohemien betaamt ging hij ook het plaatselijke café binnen voor een drankje. Daar geraakte hij als vanzelfsprekend aan de praat met de herbergierster Angélina Baudy en hij wist haar te overtuigen om voor hem en enkele collega-schilders een paar kamers ter beschikking te stellen. De week nadien stapten vier Amerikaanse schilders in Giverny van de trein. Toen ze tot hun verbazing vernamen dat Claude Monet in het dorp woonde, trokken ze hun stoute schoenen aan en gingen bij de grootmeester aanbellen. Monet nodigde hen prompt uit voor de lunch. De mythe Giverny was geboren. Het dorp zou nooit meer hetzelfde zijn.

Ballet en paardenrennen

Het Musée des Impressionnismes bracht eerder al tentoonstellingen over het Amerikaanse én Belgische impressionisme en spitst zich verder toe op kunstenaars in de marge van het impressionisme, zoals bijvoorbeeld Edgar Degas (1834-1917). Op zes jaar tijd heeft het museum al een aardige reputatie opgebouwd met zijn degelijke tentoonstellingen. Ook nu is het niet anders.

De geselecteerde werken illustreren duidelijk het thema van de tentoonstelling ‘Degas. Un peintre impressioniste?’. We zien dat Degas, als bewonderaar van onder meer Ingres, een zeer klassieke opleiding genoot, wat zijn sporen nalaat. “Als ik van de regering was zou ik een brigade gendarmes inzetten om die schilders in het oog te houden die in de natuur gaan schilderen”, verklaarde hij.

Gaandeweg raakt hij echter gefascineerd door beweging en komt hij in de ban van het ballet en de paardenrennen. De ontwikkeling van de fotografie helpt hem in zijn onderzoek om de beweging ‘stil te zetten’ en te trachten dat ene moment te vangen. Daarbij zal hij het beeld afsnijden, als een snapshot, en ongebruikelijke perspectieven hanteren. Hij gaat ook achter de schermen kijken, in de coulissen. Op het werk ‘Ballet’, een van de blikvangers op de tentoonstelling, beeldt hij een man af die half verborgen achter het gordijn de meisjes gadeslaat. Is het de kunstenaar zelf?

Meesterlijk hoe hij in zijn schilderijen ook de verveling weet uit te beelden, hoe hij van een moment van pauze gebruik maakt om de figuren te verrassen, in een onbewaakt ogenblik. Dat doet hij ook in de bordelen waar hij de lichtekooien uitbeeldt ná de actie. Zoekt Degas in de beweging een atletische volmaaktheid – wat ook in zijn beeldhouwkunst tot uiting komt – dan maakt hij van de rustpauze gebruik om door te dringen tot in de psyché van zijn personages.

Edgar Degas zou allicht verbaasd opkijken als hij zou weten dat hij uitgenodigd is in het dorp van Claude Monet, tegen wie hij ooit zei: “Ik ben geen seconde op uw tentoonstelling gebleven. Uw schilderijen doen me duizelen.

Henk Van Nieuwenhove
Henk Van Nieuwenhove is eindredacteur & cultuurcoördinator van de Artsenkrant.

[ 'Degas, un peintre impressioniste?' tot 19 juli in het Musée des Impressionnismes in Giverny (Frankrijk). Alle dagen open van 10u tot 18u. ]