Volg de gids!

wo 20/05/2015 - 15:39 Ondertussen is de Biënnale van Venetië, het grootste kunstgebeuren van Europa, weer van start gegaan. Tot eind november kan de liefhebber - die er tijd en geld voor over heeft - zich verliezen in de eindeloze reeks paviljoenen, galerieën en andere exporuimtes. Voor ons ging Chantal Pattyn op stap. Zij kwam terug met een uitgebreid verslag. Al haar indrukken kunt nu lezen in een handige gids. Afdrukken maar en richting dogenstad!

biennale van venetie 2015 belgisch paviljoen vincent meessen katerina gregos james beckett elisabetta benassi sammy baloji chantal pattyn

Vincent Meessen te gast in 'Pompidou'

21/05/201513:53

Vincent Meessen te gast in 'Pompidou'

21/05/201513:53

Met ‘Personne et les autres’ hebben curator Katerina Gregos en Vincent Meessen het beste paviljoen van de Biënnale afgeleverd. Meessen associeerde zich met tien kunstenaars vanuit de hele wereld (waarmee hij het ouderwetse principe van nationale vertegenwoordiging in een paviljoen op de Biënnale meteen onderuit haalt) om samen een prismatisch verhaal te vertellen over ons koloniale verleden, of moet ik zeggen: heden? Want het kolonialisme leeft gewoon verder, in een neo-vorm. Meessen en co onderzoeken heel specifiek de nasleep van de (diep Eurocentrische) koloniale moderniteit en de gevolgen ervan voor de o.m. culturele relaties tussen Europa en Afrika. Kortom, de hamvraag is wat een gemeenschappelijke avant-garde zou kunnen geweest zijn?

Want die was er wel degelijk even. Dat illustreert Meessen op een zeer intelligente manier in zijn film die hij in Kinshasa draaide, op het moment dat er hevige rellen waren. Meessen maakt een reconstructie van de tekst van de protestsong die Joseph M’Belolo Ya M’Piku in 1968 schreef. M’Belolo was één van leden van de Situationistische Internationale (SI), eind jaren vijftig opgericht door de Franse marxistische theoreticus en filmmaker Guy Debord (auteur van het baanbrekende boek ‘La Société du Spectacle’), samen met o.m. de Nederlandse kunstenaar Constant (Nieuwenhuijs) en de Deen Asger Jorn (die SI na vijf jaar al zou verlaten). In 1961 zou de Belgische marxist Raoul Vaneigem (auteur van ‘Traité de savoir-vivre à l’usage des jeunes générations’) aansluiten. Doel van SI? Kunst inzetten voor de permanente strijd tegen the powers that be. Het artistieke verhaal raakte echter meer en meer in de verdrukking door de politieke, marxistische agenda van SI. De slogans van Vaneigem sierden in 1968, de hoogdagen van SI, nog de wanden van de Sorbonne.

Un deux trois

De film van Meessen is verbluffend. Onder meer door de manier waarop hij muzikanten uit Kinshasa anno nu de oude song laat vertolken. Hier bepaalt de muziek de film, niet omgekeerd. Ik genoot in het bijzonder van een aantal bijna dromerige elementen (maar we bevinden ons in Kinshasa, en daar is alles wat je niet echt acht toch echt). Twee mannen op een dak passeren de revue met een cirkel in glas. De film werd gedraaid in de Un Deux Trois Club, de plek waar destijds het OK Jazz Orchestra zwaar scoorde.

& Co

Ook de acht andere bijdragen in het Belgisch paviljoen zijn zeer goed. Ik pik er een aantal werken uit.

Elisabetta Benassi toont een tramhalte op de lijn 40, de lijn die Leopold II van Tervuren naar Montgomery liet aanleggen. Haar werk 'M’Fumu' is een hommage aan de Congolose intellectueel, activist, stichter van de Union Congolaise en organisator van het 2de Panafrikaans congres (Brussel, 1921) Paul Panda Farnana. Benassi’s tramhalte heeft iets van een skelet. De onderdelen bestaan uit afgietsels van beenderen van exotische dieren die ze in het Afrikamuseum vond. Nu en dan lezen acteurs voor uit King Leopold’s Soliloquy van Mark Twain (1905).

De vlucht van de malariamug

Nog een schitterende installatie is ‘Negative Space. A Scenario Generator for Clandestine Building in Africa’ van James Beckett . Via nieuwe combinaties van allerhande bouwwerken (die als houten blokjes in zijn technisch vernuftige grijpmachine zitten) wil hij nutteloze en niet-gebruikte ruimtes opnieuw een doel geven. Een mooie commentaar op het modernisme dat door de kolonisator destijds in Afrika werd geïntroduceerd, niet zonder ideologische agenda.

In een poëtische installatie geven Tamara Guimaraes en Kasper Akhoj opnieuw een stem aan Ernest Mancoba (1904-2002), de Zuid-Afrikaanse schilder die één van de stichtende leden van CoBrA was maar wiens naam door kunsthistorici vergeten schijnt te zijn. (Van Mancoba kan je trouwens ook werk zien op de jongste tentoonstelling bij De 11 lijnen in Oudenburg)

Ik was ook erg onder de indruk van de werken van Sammy Baloji. ‘Essays on urban planning’ is een serie van 12 foto’s. Zes ervan zijn luchtfoto’s van Lubumbashi, zes andere foto’s tonen panelen met vliegen en muggen uit het Nationaal Museum van dezelfde stad, waar Baloji trouwens geboren werd. Hij wijst ons hiermee op de afstand van 500 meter die zwarte en blanke wijken indertijd scheidde. Een afstand die werd bepaald door maximale vlucht van de malariamug. Segregatie en social engineering die hygiëne als argument hanteert dus.

De littekens en het koper

In het nieuwe werk ‘Sociétés Sécrètes’ dat Baloji voor ‘Personne et les Autres’ maakte, zien we scarificaties op koperplaten. Net als Benassi trok hij voor zijn onderzoek naar het Afrikamuseum. De scarificaties waarvan bepaalde etnische groepen zich bedienden maakten deel uit van hun identiteit, maar waren ook een soort paspoort voor de kolonisator die rebellerende groepen hierdoor snel kon identificeren. Het koper verwijst naar de manier waarop de kolonisator rijk werd op de kap van de Congolese bevolking. Maar ook nu nog zijn westerse bedrijven zeer actief in de koper business. Waardoor Baloji’s werk duidelijk maakt dat economische exploitatie synchroon loopt met het uitwissen van de etnische identiteit. Baloji is trouwens ook één van de kunstenaars die door Okwui Enwezor in het Arsenale werd uitgenodigd. Sterk. Zeer sterk.

Chantal Pattyn

Zoek de Belgen / Cherchez les Belges!

Er zijn nogal wat Belgische kunstenaars die deze zomer werk in Venetië tonen. Met Belgen bedoel ik alle kunstenaars die hier niet geboren zijn maar wel wonen en werken en vice versa, die hier geboren zijn maar andere oorden hebben opgezocht.

Vincent Meesen pakt samen met o.m. Sammy Baloji het Belgisch paviljoen in.

In de centrale tentoonstelling van Okwui Enwezor vind je werk van Chantal Akerman, Carsten Höller, Sammy Baloji, Ricardo Brey en Marcel Broodthaers.

Marcel BroodthaersArmoire de Cuisine is te zien op Slip of the Tongue, net als Hildegard van Harald Thys & Jos De Gruyter.

Werk van Michaël Borremans, Koen van den Broek, Jef Verheyen, Raoul De Keyser en Berlinde De Bruyckere wordt getoond op Proportio in Palazzo Fortuny.

Thomas Lerooy, Hans op de Beeck, Wim Delvoye, Johan Creten, Pascale Marthine Tayou en Koen Vanmechelen zie je op Glasstress. Vanmechelen zit ook op Murano.

En, het werk waarop Rinus Van de Velde zichzelf afbeeldt terwijl hij Warhols Brillo Boxen maakt, is te zien op Revenge of the Common Place, de Vlaamse bijdrage aan deze Biennale in Palazzo Nani Mocenigo, Dorsoduro 960 (VP Accademia). 

Werk van Magritte en Georges Vantongerloo tref je aan in de recente collectie-presentatie bij Peggy Guggenheim.