Het verloren paradijs

di 05/05/2015 - 15:29 De sensatie van dit voorjaar op kunstgebied is de tentoonstelling ‘Paul Gauguin’ in het museum Fondation Beyeler in het Zwitserse Basel. In minder dan 20 jaar heeft de Fondation Beyeler zich opgewerkt tot een der toonaangevende kunsttempels in Europa. Basel bevestigt daarmee zijn status als kunststad.

paul gauguin fondation beyeler henk van nieuwenhove basel

Nafea faaipoipi ? (Collection Rudolf Staechlin)

Meer dan 50 absolute topwerken van Paul Gauguin samenbrengen uit de belangrijkste museumcollecties ter wereld: slechts weinige musea zullen het nog aandurven. Meesterwerken bij elkaar halen als ‘Eh Quoi! Tu es jalouse?’ en ‘Joyeusetés’ of ‘Quelles nouvelles?’, in serie geconcipieerd door Gauguin, maar verspreid over Moskou, Parijs en Dresden: het is waarschijnlijk een eenmalige gebeurtenis. Kroon op het werk is de overkomst van het enigmatische ‘D’ou venons-nous? Que sommes-nous? Ou allons-nous?’ uit het Museum of Fine Arts in Boston, een deal die pas enkele weken voor de opening van de expositie werd gesloten. Deze werken kunnen bewonderen in de prachtige ruimtes ontworpen door architect Renzo Piano die een volstrekte harmonie tussen museum en omliggende natuur tot stand wist te brengen, verhoogt de esthetische gewaarwording alleen maar.

Laatbloeier

Wie was Paul Gauguin? Als artiest was hij een laatbloeier. Gauguin (1848-1903) had er al een halve carrière opzitten als beursconsulent en verzekeringsmakelaar en was vader van vijf kinderen, toen hij als dertiger besloot om zich voltijds op de schilderkunst te storten. De bourgeois legde zijn gewaad af om bohemien te worden. Een aantal elementen speelden hierbij een rol. De Peruviaanse roots die hij van zijn grootmoeder had meegekregen en de reis die hij als kind naar Zuid-Amerika had ondernomen, zijn ontgoochelende kennismaking met de Franse kunstwereld en de Wereldtentoonstelling van 1889 in Parijs, deden hem besluiten om het ruime sop te kiezen, op zoek naar authenticiteit. Zijn onrustige ziel dreef hem richting Polynesië, waar hij het paradijs hoopte te vinden. Ondertussen had zijn palet – onder meer dankzij de turbulente samenwerking met Van Gogh – reeds die onmiskenbare Gauguin-touch gekregen, met felle kleurcontrasten en onwezenlijke perspectieven die de figuren sterk op de voorgrond duwen, dat alles gekaderd in een sfeer van mystiek en symboliek.

Dʼoù venons-nous? Que sommes-nous? Où alllons-nous? (Museum of Fine Arts, Boston)

Tahiti en Markiezen

Het paradijs en de zuivere mens, dat is wat Gauguin meende te zullen vinden op Tahiti. “Je pars pour être tranquille, pour être débarrassé de l’influence de la civilisation”, schreef hij. Groot was zijn ontgoocheling toen hij ter plaatse merkte dat de bevolking haar traditionele gewaden en gebruiken grotendeels had afgelegd onder Franse invloed. Maar hij had één wapen om dat verloren paradijs weer tot leven te wekken, met name zijn schilderkunst. Hij gooide zich in het Tahitaanse leven en schilderde zijn allermooiste doeken die hem tot vandaag een van de hoofdfiguren van de moderne kunst maken. Zijn kunst dreef hem steeds verder weg van de zogeheten beschaafde wereld. Bij zijn tweede en laatste reis voer hij nog eens 1500 kilometer verder, naar Hiva Oa op de Markiezeneilanden. Geteisterd door drank, syfilis, een veroordeling tot gevangenisstraf en een mislukte zelfmoordpoging met arsenicum, kwam hij daar in 1903 op zijn 55ste aan zijn einde. Zoals bekend ligt Gauguin begraven op Hiva Oa naast die andere grote artiest, Jacques Brel.

De tentoonstelling in Fondation Beyeler brengt zowat alle meesterwerken uit de Polynesische periode van Gauguin samen. Achter de schoonheid van de paradijselijke wereld schuilen echter donkere verhalen, die in de bijhorende catalogus mooi ontleed worden. “Du reste, l’artiste doit être libre ou il n’est pas artiste”, was zijn adagio. Alléén op zijn eiland ontdekte hij een nieuwe vorm van sensualiteit, exotisme en authenticiteit die de moderne kunst nieuwe impulsen zou geven. De ideale wereld die hij in realiteit niet vond, creëerde hij in zijn kunst, waarin natuur en cultuur, mystiek en erotiek, droom en realiteit steeds hand in hand gaan. Eén van die raadselachtige doeken is het werk ‘Nafea faaipoipi’, ofwel ‘Quand te maries-tu?’ waarvan de inwoners van Bazel node afscheid nemen. Gedurende 50 jaar was het te zien in het Kunstmuseum, maar in februari 2015 werd het door de Zwitserse privé-eigenaar op een veiling te gelde gemaakt voor 264 miljoen euro, meteen het duurste schilderij ooit. Vermoed wordt dat het werk naar Qatar zal verhuizen.

Parau api (Staatliche Kunstsammlung Dresden) & Ruiters (privécollectie)

Dat is ook pech voor het Kunstmuseum dat volgend jaar heropent na een spectaculaire uitbreiding van de museumruimte. Dat de collectie ook zonder het doek van Gauguin nog de moeite waard is, blijkt uit de tijdelijke tentoonstelling van topwerken van het Kunstmuseum in het prachtige Museum für Gegenwartskunst, dat ook een fenomenale opstelling van kind aan huis Joseph Beuys toont.

Henk Van Nieuwenhove
Henk Van Nieuwenhove is eindredacteur & cultuurcoördinator van de Artsenkrant.

'Paul Gauguin' tot 28 juni in de Fondation Beyeler, Riehen/Basel (Zwitserland)