De zee kust de kust met een mond vol vis (*)

ma 06/04/2015 - 21:31 Het Musée de Flandre in Cassel springt in het diep, in "de koude soep van de zee" (*). Op ‘La Flandre et la mer’ brengt het de relatie van kunstenaars uit de zestiende en zeventiende eeuw met al het ons omringende water in beeld.

cassel frans-vlaanderen musee de flandre landschapsschilderkunst marineschilderijen 16de eeuw 17de eeuw

In het vlakke landschap van Frans-Vlaanderen duikt, op de weg van Poperinge naar Saint-Omer, plotseling de heuvel op waar het middeleeuwse stadje Cassel gelegen is. Eenmaal op de top van die heuvel kun je op een heldere dag met wat goede wil en een verrekijker de Noordzee aan de horizon ontwaren.
Met de zee zo dichtbij leek het de curators van het Musée de Flandre een goed idee om rond dat thema een tentoonstelling te bouwen. En daar zijn ze met ‘La Flandre et la mer’ wonderwel in geslaagd.

Draag het water naar de zee

De zee, in onze ogen meestal een bron van vermaak en plezier, had voor de mensen uit de zestiende en zeventiende eeuw een heel andere betekenis. De zee was het onbekende, een oord van gevaar en mysterie, maar natuurlijk ook een bron van leven. Daarom begint de tentoonstelling in het museum in Cassel met de oorsprong, de rivieren die naar de zee stromen. Enkele zichten op de kade van Antwerpen tonen de havenactiviteiten zoals die er rond het midden van de zestiende eeuw moeten uitgezien hebben. Maar ook Brugge, dat andere economische centrum van het toenmalige Vlaanderen, vinden we hier terug. De prachtig gedetailleerde aquareltekening van Anthonis van den Wijngaerde toont een omwalde stad met zijn torens en molens. De glorietijd van Brugge was toen al - onder meer door de verzanding van het Zwin -  voorgoed voorbij.

Pleiten en fluitschepen

Op elk van de tekeningen en schilderijen is er een hoofdrol weggelegd voor de verschillende vaartuigen die in die tijd ingezet werden voor transport van goederen, dieren en mensen. Zo zien we naast maquettes van een pleit (een rivierschip) en een 17de-eeuws fluitschip - uit de collectie van het MAS - ook een reeks minder bekende prenten van Pieter Bruegel de Oude. Deze reeks met zeilschepen oogt als een luxueuze catalogus van de verschillende types schepen die in de zestiende eeuw op de rivieren en zeeën als belangrijkste transportmiddel golden. De prenten naar tekeningen van Bruegel en uitgegeven door de befaamde Hieronymus Cock zijn stuk voor stuk kleine meesterwerkjes. De manier waarop de karvelen en galeien op de golven dansen, soms in combinatie met een mythologisch onderwerp, zijn een lust voor het oog.

En dan moet de “pièce de résistance” wat Pieter Bruegel de Oude betreft, nog komen. Het museum is erin geslaagd een schilderij uit het Palazzo Doria Pamphilj in Rome naar Cassel te laten komen. Op dit doek, dat aan Pieter Bruegel de Oude wordt toegeschreven en dat speciaal voor de expo gerestaureerd werd, zien we de golf van Napels waar een zeeslag woedt. Het schilderij is vrij klein, maar vol van details. Gebouwen, mensen op de kade, de schepen en de golven zijn met de grootste zorg en waarschijnlijk met een penseel met slechts een of twee haren “geconterfeit”. Ook het standpunt is opmerkelijk. Zonder dat de schilder toegang had tot een hoog standpunt, geeft hij toch de hele scene waarheidsgetrouw weer alsof hij zich aan boord van een luchtschip bevindt.

Ter meerdere ere en glorie van vorst en kerk

In de volgende ruimte laten we de kust en de zoetwatermatrozen achter ons en kiezen we definitief het ruime sop. Waar de zeeslag in de baai van Napels bij Bruegel nog bescheiden afmetingen heeft, zien we op de doeken van o.a. Andries Van Eertvelt en Bonaventura Peeters de Oude een reeks van epische zeeslagen die in het groot en breed uitgesmeerd worden op enorme doeken. Het thema van de zeeslag is blijkbaar populair in de zeventiende eeuw. Door de modernisering van de scheepsbouw en de grotere vuurkracht van de kanonnen vanaf het einde van de zestiende eeuw worden conflicten meer en meer op zee uitgevochten. De schilderijen die deze gevechten afbeelden, zijn veelal een manier van de machthebbers om hun overwinningen voor het nageslacht te bewaren. Er is wel een opmerkelijk verschil in benadering tussen de Vlaamse en Nederlandse schilders. Bij de Vlaamse schilders vormen de voorstellingen van zeeslagen vooral een propagandamiddel voor de staat, de katholieke kerk en de overwinning van het Christendom op de Islam. De Hollandse schilders geven de voorkeur aan eigentijdse zeeslagen, die getuigen van de strijd tussen de Spanjaarden en de Hollanders, bijgestaan door de Engelsen.

Een van de opvallendste schilderijen in dit hoofdstuk is een werk van Jan Peeters (broer van Bonaventura). Zijn ‘Strijd tussen Nederlandse schepen en Turkse galeien’ is geïnspireerd op de befaamde slag bij Lepanto waar de christelijke Heilige Liga de vloot van het islamitische Ottomaanse Rijk in de pan hakte. Deze slag, waarbij in het totaal bijna vijfhonderd schepen betrokken waren en die te boek staat als een van de grootste zeeslagen uit de wereldgeschiedenis, wordt door Peeters met de nodige zin voor drama weergegeven. De lichteffecten van de bulderende kanonnen lijken het wateroppervlak zelf te doen ontbranden. Het is een sterk staaltje van maniëristische zeventiende-eeuwse propaganda.

Windkracht 10

Op de gerestaureerde eerste verdieping van het museum woedt de storm op volle kracht. Hier wordt het thema van de strijd tussen mens en natuur in al zijn aspecten ontleed. De storm als straf van God gaf de maniëristen de kans om hun gevoel voor dramatiek ten volle uit te werken. Stormen intrigeren Vlaamse maniëristen als Frederick van Valckenborch en Paul Bril vanwege de onrealistische lichteffecten en de beweging die ze teweegbrengen. We zien ook tekeningen van Frans Floris, Lodewijk Toeput en Marten de Vos die getuigen van de vroege, sterke voorkeur van de Vlamingen voor indrukwekkende composities.

Langs de kade

In de volgende ruimte is de storm gaan liggen en zijn we aangekomen in een veilige haven. De geïdealiseerde versie van de veilige haven is een iconografisch thema dat zeer populair is bij kunstenaars uit verschillende periodes in de kunstgeschiedenis. Oorspronkelijk ontstaan in Italië, werd dit thema al vlug overgenomen door de Vlaamse schilders. Ook het mediterrane licht sluipt zo binnen in veel van die afbeeldingen. Wat dat betreft, is ook de invloed van Paul Bril op Claude Gellée, bijgenaamd Le Lorrain, niet te onderschatten. Gellée, die zoals Bril lange tijd in Rome werkzaam is, zet de experimenten die Bril begon, voort. In het werk van Bril neemt de haven zijn meest eenvoudige vorm aan als een natuurlijke, ongerepte locatie, hoewel de mens wel aanwezig is in enkele personages en in de ruïnes op de voorgrond. Le Lorrain legt de nadruk op de ruïnes van gebouwen uit de Oudheid, waarmee hij melancholisch terugblikt op een voorbij verleden.
Opnieuw is hier een werk van Brueghel dat de aandacht trekt. Ditmaal is het een havenzicht van Jan Brueghel de Oude dat met zijn heldere kleuren en zijn talrijke personages op de kade de blik blijft boeien.

Het noorderlicht

De laatste sectie van de expo is gewijd aan de Nederlandse marineschilders. Hun aanpak is beduidend koeler. Hier geen drama meer,maar een steeds lagere horizon en indrukwekkende wolkenpartijen. Ook het kleurenpalet is beduidend kouder, af en toe op het monochrome af. Schilders als Hendrik Vroom, Adam en Abraham Willaerts en Willem van de Velde de Jonge sluiten nog meer bij de Zuid-Nederlandse traditie aan. Maar bij Simon De Vlieger, Jan Van Goyen en Jan Porcelis is een stormachtige zee geen aanleiding meer voor een dramatische sfeerschepping. Het onstuimige water en het spectaculaire spel van wolken en licht lijken te gehoorzamen aan een hogere macht, de natuur past hier in een streng geordend wereldbeeld.

Als u de komende maanden richting Vlaamse kust trekt, maak dan die kleine omweg “over de schreve” tot in Cassel. Uw ogen zullen u dankbaar zijn.

'Vlaanderen en de zee' in het 'Musée de Flandre' in Cassel tot 12 juli 2015. Alle zaalteksten zijn perfect tweetalig en er is een Nederlandstalige catalogus ter beschikking.