Boltanski’s hopeloze gevecht met de vergetelheid

vod
wo 18/03/2015 - 15:20 Het MAC’s in Hornu presenteert met ‘La salle des pendus’ de eerste museale solotentoonstelling in België van een van Frankrijks belangrijkste hedendaagse kunstenaars.

Nog voor het MAC’s, het Musée d’Art Contomporain in het imposante gebouw van Le Grand Hornu, in 2002 zijn deuren opent, wordt de Franse kunstenaar Christian Boltanski uitgenodigd om een werk te bedenken dat zich inspireert op de site. Het resultaat is ‘Les régistres du Grand Hornu’, een indrukwekkende installatie die bestaat uit honderden verroeste blikken waarop telkens de naam en af en toe ook een foto van een vroegere mijnwerker staat. Want dat zijn de mensen die tot 1954 in Le Grand Hornu hun brood verdienden.

Variaties op een thema

‘Les régistres’ stamt uit 1997 en is ondertussen op verschillende plaatsen in telkens andere opstellingen gepresenteerd. Boltanski beschouwt het werk als een muzikaal thema dat naargelang de omstandigheden en de beschikbare ruimte in een nieuwe variatie “gespeeld” wordt. Maar in Le Grand Hornu is het volgens Boltanski echt op zijn plaats : “Het raakt mij om het hier terug te zien, op de plaats waarvoor het gemaakt is.” Het werk is ook het vertrekpunt van ‘La salle des pendus’, de eerste museale solotentoonstelling in België die aan Boltanski gewijd wordt.

Een ode aan de onzichtbaren

Boltanski houdt niet van de klassieke overzichtstentoonstellingen die je in vele musea van hedendaagse kunst voorgeschoteld krijgt. Hij heeft ‘La salle des pendus’ daarom opgevat als een totaalwerk, als een reis met een begin en een einde. Het begint bij het geven van een naam en gezicht aan de “onzichtbaren”, de gewone man of vrouw die in geen enkel geschiedenisboek vermeld wordt.
Boltanski, die van kindsbeen af een bijna obsessieve verzamelwoede en fascinatie voor lijsten heeft, wil met die naamgeving vechten tegen het verdwijnen van de herinnering, voor het bewaren van wat hij “la petite mémoire” noemt. “Het is een strijd tegen de dood en het vergeten. Een strijd die op voorhand verloren is. Elke mens is voor mij uniek en even belangrijk, maar tegelijkertijd zo kwetsbaar. Wie herinnert zich deze mensen nog echt?” aldus nog de kunstenaar.

Het donker kloppend hart

Vanuit dit monument voor de kleine man met aandenken aan 3.500 mijnwerkers vertrekt de bezoeker langs een aantal installaties die geleidelijk donkerder en luguberder worden. In de tweede zaal wandelen we nog tussen de uitvergrote portretten van anonieme personen om dan via een lange gang in een soort onderaards spiegelpaleis te belanden. Het is een kleine kamer, slechts verlicht door één zwakke gloeilamp die flikkert op het ritme van hartslagen. Het kloppend geluid en het gele licht worden weerkaatst door een reeks zwarte spiegels. Het is niet moeilijk om zich hierbij de arbeidsomstandigheden van de mijnwerkers voor de geest te halen, wroetende kinderen en volwassenen die zich in de donkere nauwe onderaardse gangen moesten wringen om het zwarte goud te delven.

Van licht naar donker

In een volgende zaal wordt de toon terug wat lichter. Hier werden op witte, transparante doeken een reeks ogen afgedrukt. De bezoeker moet zich door dit doolhof van blikken een weg zoeken.

Maar op het einde van het parcours kiest Boltanski opnieuw voor een beklemmende, sombere sfeer. Het geheel roept met zijn opeenstapeling van talloze mantels een morbide wereld op. De introductie oogt nog enigszins luchtig met een jas die omringd wordt door een kroon van kleine lampjes. Opnieuw speelt de kunstenaar hier een subtiel spel met klank en licht.
Daarop volgt het werk dat de titel aan de tentoonstelling geeft: ‘La salle des pendus’. In een grote verduisterde ruimte hangen naar analogie met de kleedkamers van de mijnwerkers - die hun plunje aan een kabel tegen de zoldering omhoogtrokken - honderden jassen dicht opeengepakt. De bezoeker moet zich grotendeels op de tast een weg banen door het woud van spookachtige figuren. Voor Boltanski zijn de jassen onlosmakelijk verbonden met de lichamen die ze ooit omhulden. Ook hier is er weer een gevoel van afwezigheid, de verdwenen personages die in aanvang nog een naam en gezicht hebben, maar die hier stilaan van alle menselijkheid ontdaan zijn.

De berg op het einde

De apotheose komt in de laatste zaal. Onder een verblindende spot doemt een enorme berg jassen op. De referenties met de Shoah, de bergen kledingstukken die bij de bevrijding van de concentratie- en uitroeiingskampen op het einde van WOII ontdekt werden, liggen voor de hand.
Boltanski wijst deze referentie niet af, maar hij haalt de harde realiteit van het vroegere arbeidsproces in Le Grand Hornu aan als echte inspiratiebron. De jonge gezichten die op vele blikken dozen nog fris ogen, eindigen op het einde van hun carrière als wrakken, als ze het al overleefden. De hele reis is een hommage aan de mens die door het industriële proces beetje bij beetje vermalen wordt.

Na ons gesprek blijft Boltanski zijn installatie bestuderen, hij bekijkt de namen en we praten nog wat na over de mensen die aan de basis liggen van dit imponerend werk. Plots komt er een vrouw op de kunstenaar afgestapt. Het is een suppoost die in het museum werkt en die ontdekt heeft dat haar vader op een van de dozen staat. Haar vader was een mijnwerker die bij zijn dood geen enkel aandenken wou achterlaten. Hij wou uit deze wereld vertrekken zoals hij er in gekomen is, naakt en zonder ballast. De vrouw is ontroerd, omdat haar vader nu toch een monument, een aandenken aan zijn bestaan, heeft, samen met vele anderen die hun brood verdiend hebben onder de grond van Hornu. Boltanski is ook zichtbaar geraakt. Enkele minuten voordien stelde hij nog: “Deze mensen zijn ondertussen allemaal dood en vergeten, mijn werk laat ze voortbestaan.”

'Christian Boltanski - La salle des pendus' in het MAC's in Hornu tot 16 augustus 2015
Deze tentoonstelling maakt deel uit van Mons 2015