Rijksmuseum eindelijk helemaal vernieuwd

anp vod
do 04/04/2013 - 10:42 Update: vr 24/10/2014 - 14:45 De jarenlange vernieuwing van het Rijksmuseum in Amsterdam is voltooid. De renovatie van de Philipsvleugel naast het hoofdgebouw is voltooid en gereed om vanaf 1 november het publiek te ontvangen.

rijksmuseum amsterdam renovatie opening rembrandt nachtwacht vermeer steen

De Ochtend van Radio 1 in het Rijks

24/10/2014Update 14:45

De Ochtend van Radio 1 in het Rijks

24/10/2014Update 14:45

kunst - Nederland-correspondente Sabine Vandeputte op bezoek in het vernieuwde Rijkmuseum van Amsterdam.

Tien jaar werken

Het Rijksmuseum in Amsterdam is de grootste toeristische trekpleister van heel Nederland. De voorbije tien jaar is het museum grondig verbouwd en gerenoveerd, voor een fiks bedrag van 375 miljoen euro. Er waren veel tegenslagen, het budget is dan ook zwaar overschreden.

Vanaf 13 april 2014 kan het publiek het statige gebouw terug bezoeken en kregen de topstukken hun definitieve plaats in de Eregalerij. Tijdens de 10 jaar durende verbouwing waren deze kunstwerken voorlopig ondergebracht in de Philipsvleugel. Na de heropening in het voorjaar en de verhuis van de kunstwerken, konden de Spaanse architecten Antonio Cruz en Antonio Ortiz tot slot het bijgebouw onder handen nemen.

De Philipsvleugel heeft een tentoonstellingsoppervlakte van ruim 1.300 vierkante meter. Tijdens de renovatie is het atrium hersteld, waardoor er weer daglicht naar binnen komt. Een permanente toevoeging is een 17e-eeuwse Chinese lakkamer uit het stadhouderlijk hof van de Oranjes in Leeuwarden.

De eerste expositie is Modern Times, Fotografie in de 20e eeuw, met ruim 400 werken uit de fotocollectie van het museum. Jaarlijks zullen ongeveer acht exposities plaatsvinden.

"Het is opnieuw een historische dag", klinkt het bij museumdirecteur Wim Pijbes. "Nederland krijgt er een museum bij. Noteer dat maar alvast."

Een geslaagde modernisering

De 19de eeuwse bakstenen buitenkant van het Rijksmuseum (architect Pierre Cuypers)  is intact gebleven. Aan de binnenkant is een open ruimte gecreërd die veel daglicht binnenlaat. Het gaat om een binnenhof die in de jaren zestig was dichtgemaakt om meer zaalruimte te creëren. Nu dient die als ontvangstruimte voor het publiek. Er is ook een fietspassage met veel glas. Dat maakt dat je vanaf de straat naar binnen kunt kijken, en omgekeerd.

De Nachtwacht

Het Rijksmuseum heeft als belangrijkste schatten de Nachtwacht van Rembrandt, werken van Johannes Vermeer, Jan Steen, Frans Hals  en andere oude meesters. Die hangen in de Eregalerij. De rest van het museum in chronologisch opgebouwd, van de Middeleeuwen tot nu (de afdeling 20ste eeuw is nieuw).

Het Rijksmuseum is één van de grote wereldmusea, in het rijtje van Louvre of Prado.

Het verslag van onze man ter plaatse

Wachten op Rijksmuseum beloond

De internationale pers is zwaar onder de indruk van het vernieuwde Rijksmuseum in Amsterdam, dat na tien jaar weer opengaat. De kunstkathedraal van architect Pierre Cuypers is in zijn luister hersteld en de 8.000 stukken worden prachtig gepresenteerd. Alleen al de schitterende Eregalerij met Rembrandt en zijn beroemde tijdgenoten is beslist een bezoek waard.

Toen het Rijksmuseum in 2003 de deuren sloot, was het een somber, aftands labyrint. Tussen de conservatoren en het gebouw van Pierre Cuypers (1827-1921) klikte het van het begin al niet. De binnendecoratie was nog niet voltooid toen een curator in 1903 een wand liet overschilderen, omdat hij de aandacht afleidde. Daarna ging het van kwaad naar erger: over mozaïekvloeren kwam parket, de muurschilderingen op doek van de Weense kunstenaar Georg Sturm werden verwijderd, valse plafonds onttrokken de gewelven aan het gezicht en in de binnenhoven woekerde een aanwas van zalen. Ook de Amsterdammers waren aanvankelijk niet tuk op het museumgebouw. Met zijn torens, glasramen en versieringen deed het hen te veel aan een katholiek klooster denken. Op de koop toe mocht die roomse architect kort daarna ook hun Centraal Station bouwen.

Er kwam een Spaans architectenbureau aan te pas om de protestantse Hollanders met dat ‘katholieke’ erfgoed te verzoenen. Cruz y Ortiz Architectos uit Sevilla wonnen meer dan tien jaar geleden de internationale architectuurwedstrijd. Ze keerden terug naar de oorspronkelijk plattegrond van 1885 en lieten het gebouw strippen van alle latere toevoegingen.

Het gebouw is nu geheel toegankelijk voor het publiek, kantoren, restauratieateliers en depots kregen elders een onderkomen. Toch is er geen extra tentoonstellingsoppervlakte, precies omdat de binnenhoven gezuiverd zijn van de bijgebouwde zalen. Tegelijk kwam er een nieuwe beveiliging en een klimaatbeheersing. Opvallender is de nieuwe publieksopvang. Naar het voorbeeld van het Louvre is een hedendaagse entreegebouw neergezet dat naar een atrium leidt. Dat atrium zijn de vroegere binnenhoven die wat dieper uitgegraven zijn en aangekleed zijn met veel marmer.
Museumdirecteur Wim Pijbes heeft vanaf daar een helder, chronologisch parcours uitgetekend.

Het begint op het laagste niveau met de vroegmiddeleeuwse kunst en de speciale collecties en eindigt op de zolderverdieping met de twintigste-eeuwse aanwinsten, waaronder een witte Rietveld-stoel en een Mondriaanjurk van Yves Saint Laurent. Beeldschermen en touchscreens weerde Pijbes uit de opstelling, ‘omdat ze verouderd zijn zodra ze werken’. Hij koos voor een geslaagde, gemengde opstelling, waarbij kunstwerken naast meubels, wapens en gebruiks- en siervoorwerpen uit dezelfde tijd te zien zijn. Zo vind je wollen mutsen van Nederlandse walvisvaarders naast schilderijen over de walvisvangst. Op die manier wil Pijbes de interesse wekken van een breed publiek en de slogan ‘Het museum van Nederland’ waarmaken. Dat deze benadering hier uitstekend past, heeft alles te maken met de bij uitstek burgerlijke aard van de Nederlandse kunst in de Gouden Eeuw. Niet alleen bij de gegoede burgerij, ook bij de lagere middenklasse hing er vaak een winterlandschapje, een stilleven of een prent aan de muur.

Eén zaaltje gaat op een misschien wel iets te bescheiden wijze in op de Vlaamse bijdrage aan die zeventiende-eeuwse bloeiperiode. Zoals bekend vluchtten vele kunstenaars, ambachtslui en kooplieden naar het noorden toen de Spaanse troepen in 1585 Antwerpen veroverden. Een van hen was tapijtwever François Spierinx. Hij vestigde zich in Delft waar hij snel vermaardheid verwierf bij een internationaal cliënteel.

De echte toppers van de Gouden Eeuw vinden we natuurlijk in de Eregalerij met centraal de Nachtwacht van Rembrandt. Een verrassing bij het telkens weer ontroerende weerzien met de Rembrandts, is het portret van Jan Six, dat nog altijd in het bezit is van de familie Six. Verder vinden we in de Eregalerij in aparte, open kabinetjes beroemde tijdgenoten als Johannes Vermeer, Jan Hals, Jan Steen, marineschilder Willem van de Velde en landschapschilder Jacob van Ruisdael. Deze meesterwerken worden gepresenteerd tegen neutraal grijze wanden, maar de kruisgewelven van de Eregalerij fonkelen als weleer. Een evenwichtsoefening tussen de soms dominante architectuur van Cuypers en de aandacht voor de kunstwerken.

In de andere zalen gebruikte de Franse interieurarchitect Jean-Michel Wilmotte, die ook in het Louvre heeft gewerkt, varianten van dit grijs. Hij heeft de opdringerige ornamenten en bakstenen daar zoveel mogelijk geneutraliseerd. Wilmotte leefde zich helemaal uit in de Speciale Collecties. Porselein, wapens, jurken, scheepsmodellen en allerlei curiosa zijn doorgaans niet de opwindendste objecten, maar Wilmotte maakte er oogstrelende installaties mee.

Eric Bracke