Kingsman: The Secret Service - Matthew Vaughn

di 17/02/2015 - 09:33 *** James Bond is nooit ver weg in de schalkse spionagefilm ‘Kingsman: The Secret Service’. Dit verhaal houdt er echter een opvallend grotesk gevoel voor humor op na.

film recensie kingsman the secret service matthew vaughn colin firth samuel l jackson jack davenport sofia boutella michael caine ruben nollet

Iedereen is het erover eens dat de James Bond-serie haar eigen graf gedolven heeft met ‘Die Another Day’, de finale trip van Pierce Brosnan als 007. Zowat alles zat scheef aan die film, van de potsierlijke plot over de stuntelige stunts tot de mislukte speciale effecten. Enkel de oranje bikini van Halle Berry was het aanzien waard, en dat was dan nog een hommage aan Ursula Andress.

Om te overleven moest Bond zichzelf opnieuw uitvinden, wat hij deed in de persoon van de blonde Daniel Craig. Deze geheim agent rees in ‘Casino Royale’ zelf Andressgewijs uit de zee als lustobject, en bovendien koos het avontuur voor een resoluut rauwe en realistische toon, in tegenstelling tot de edelkitsch die was voorafgegaan. Bond moest voor alles geloofwaardig zijn, en dat was een hele verademing.

Stiff upper lip

Dat ik zo uitgebreid over James Bond uitweid in een bespreking van een film waarin de beroemde MI6-agent niet te zien is, heeft alles te maken met de context. ‘Kingsman: The Secret Service’ is een Bondfilm in alles behalve in naam. Colin Firth speelt met een indrukwekkende stiff upper lip een man die Harry Hart heet en die je nog het best kunt omschrijven als "Bond in een maatpak uit Savile Row". Hij ziet er dan wel uit als een bankier, meer dan een paraplu heeft hij niet nodig om vijf cockneys uit te schakelen.

Hart maakt deel uit van de overheidsdienst Kingsman, die veel stiekemer te werk gaat dan MI6 omdat ze de minst frisse opdrachten moet opknappen. De missies zijn in de regel levensgevaarlijk, wat betekent dat het genootschap vaak vers bloed nodig heeft. Elk van de agenten mag occasioneel een protegé naar voren schuiven om deel te nemen aan een streng trainingsprogramma. Harry’s keuze valt op Gary Unwin — zeg maar Eggsy — een veelbelovende jongen met een weinig benijdenswaardige sociale achtergrond.

Krankzinnig

Als ‘Kingsman: The Secret Service’ eenmaal zijn hele kader geschetst heeft, waagt hij zich in wezen niet meer aan grote verrassingen. De agenten van Kingsman nemen het op tegen een steenrijke megalomaan (Samuel L. Jackson met hiphopkleren en een lispelstem) die op een krankzinnig plan broedt. Toegegeven, het is een plan dat de wereld moet redden, maar hij moet toch gestuit worden.

De grote verdienste van ‘Kingsman: The Secret Service’ is dat hij de Bondformule van weleer nieuw leven inblaast en voortdurend op de dunne lijn tussen realiteit en fantasie balanceert. Het grote verschil met miskleunen als ‘Die Another Day’ is dat regisseur Matthew Vaughn bijzonder energieke en inventieve actie creëert — met name een knokscène in een kerk moet je zien om te geloven — en dat hij kan rekenen op de stoute en burleske humor van schrijver Mark Millar. Net als bij onder meer 'Wanted' en 'Kick-As's lag ook hier een van Millars graphic novels aan de basis en de Schot staat niet bekend om zijn subtiliteit.

Een zwierige dans op een bekend koord.

Ruben Nollet
Ruben Nollet schrijft over film voor onder meer Cobra.be, deredactie.be, De Tijd, P-Magazine en CineNews. Hij is van kindsbeen af een horrorfan, wat hem in het begin de nodige nachtmerries bezorgde. Vandaag is hij echter een volstrekt evenwichtige persoonlijkheid.

[‘Kingsman: The Secret Service’ – van Matthew Vaughn met Colin Firth, Taron Egerton, Samuel L. Jackson, Mark Strong, Sofia Boutella, Michael Caine, Sophie Cookson, Mark Hamill – 2u09]