No Caine, no gain

do 21/05/2015 - 17:21 De organisatie van Cannes loopt mank, en de films zijn nét niet goed genoeg. Gelukkig beurt Sir Michael Caine ons op.

cannes filmfestival blog ward verrijcken garspard noé michael caine denis villeneuve paolo sorrentino jacques audiard hou hsiao-hsien

Complete chaos woensdagavond in Cannes. Dé schandaalfilm van dit jaar is ‘Love’ van Garspard Noé, nog het best te omschrijven als artistieke 3D-porno. Eén van de posters van die film is een close-up van een penis waar het bewijs van een recente ejaculatie van af druipt. Uiterààrd wilden duizenden journalisten en andere “film”liefhebbers ‘Love’ gisterenavond laat gaan zien.

De screening zou om middernacht aanvangen maar de overrompeling begon al een dik uur eerder. Uiteindelijk startte de film met een uur vertraging - jawel, om één uur des nachts - en werden wij door de security de deur gewezen. Na anderhalf uur aanschuiven. Geen plaats meer in de zaal. Frustratie! Zoals een collega tweette: dit is een ambetanter gevoel dan coïtus interruptus.

Wij lieten ons vandaag dan maar opbeuren door de legendarische Michael Caine, die we gingen interviewen voor zijn veelgeprezen hoofdrol in de competitiefilm ‘Youth’. Sir Michael, 82 intussen, is een vat vol anecdotes, een heerlijke eloquente en gevatte man die ons meteen trakteerde op een kanjer van een compliment. “Jij lijkt sprekend op een jonge David Hockney,” vertrouwde de acteur ons toe. “Ik kende hem goed. Wat een knappe man was dat.” Bedankt, Sir Michael! Precies wat ons humeur vandaag nodig had.

Intussen sleept de competitie zich, net als de vermoeide journalisten hier, naar de eindmeet. De kwaliteit van de films is vaak goed, soms zelfs uitstekend, maar geen enkele titel zette de Croisette tot nu toe in vuur en vlam. De competitiefilms scoren op intellectueel maar nooit voldoende op emotioneel niveau. Wij wachten, na zeven dagen festival, nog altijd op een kippenvelmoment.

Neem nu ‘Sicario’ van de Canadees Denis Villeneuve, die ons cinefiele hart veroverde in 2010 met ‘Incendies’ en die sindsdien ook uitpakte met de toptitels ‘Prisoners’ en ‘Enemy’. Met ‘Sicario’ heeft Villeneuve een trage maar heel intense thriller gemaakt over de Mexicaanse drugkartels die aan de grens met de VS met de moed der wanhoop worden bestreden door de FBI. Emily Blunt en Benicio Del Toro zetten solide vertolkingen neer maar de echte sterren van ‘Sicario’ zijn de dreigende score van Jóhan Jóhansson en de bloedmooie fotografie van Roger Deakins. Veel bewondering voor deze Gouden Palm-kandidaat, maar echte adoratie? Dat niet.

Uit Italië, maar volledig in het Engels gedraaid, komt ‘Youth’ van Paolo Sorrentino. Dat is de regisseur van ‘La Grande Bellezza’, u weet wel: de film die de Oscar voor Niet-Engelstalige Film vorig jaar afsnoepte van ‘The Broken Circle Breakdown’. In ‘Youth’ spelen Michael Caine en Harvey Keitel bejaarde kunstenaars die in een duur Zwitsers kuuroord de balans opmaken van hun leven en van hun artistieke erfenis. ‘Youth’ verpakt fotogenieke beelden en foutloze vertolkingen maar het scenario verkoopt clichés als diepzinnige levensfilosofie. Zoals een collega-journalist terecht opmerkte: Sorrentino is eigenlijk, met die glanzende stijl die hij steevast hanteert, een omhooggevallen regisseur van reclamefilmpjes. Wat niet wegneemt dat ‘Youth’ door anderen dan weer is uitgeroepen tot meesterwerk, net zoals dat bij ‘La Grande Bellezza’ het geval was.

Veel interessanter vinden wij ‘Dheepan’ van de immer betrouwbare Jacques Audiard, een graag geziene gast in de competitie in Cannes. In 2009 won hij de Grand Prix met ‘Un prohète’ en in 2012 lanceerde hij hier de internationale carrière van Matthias Schoenaerts met ‘De rouille et d’os’. ‘Dheepan’ gaat over een Tamiltijger die samen met een vrouw en een negenjarige meisje van Sri Lanka naar Frankrijk vlucht, waar ze een gezin veinzen te zijn en aarzelend een nieuw bestaan uitbouwen. Audiard hanteert een uur lang de verrassend brave stijl van het sociale drama, maar pakt finaal uit met een schokkende studie van geweld en hoe moeilijk het is om daar aan te ontsnappen. Bijzonder vakkundige cinema is dit, absoluut een kandidaat voor de Gouden Palm, maar zelfs in dit geval kunnen we niet van ultieme begeestering spreken.

Waar we enorm naar uitkeken, was naar ‘The Assassin’ van de Taiwanese grootmeester Hou Hsiao-hsien. In 1993 won die in Cannes de Juryprijs voor ‘The Puppetmaster’. Nu neemt hij ons mee naar het China van de 10de eeuw voor het verstilde verhaal van Nie Yinniang, die als klein meisje ontvoerd werd door een non en vele jaren later de opdracht krijgt om de man te gaan vermoorden die ooit haar aanstaande was. Na 13 jaar ballingschap moet Nie Yinniang, intussen expert in dodelijke gevechtskunsten, haar verleden trotseren en haar voormalige geliefde liquideren—tenzij haar geweten begint op te spelen. De fotografie van ‘The Assassin’ is de mooiste die we tijdens het hele festival gezien hebben, de meeste van de lang aangehouden shots van Hou Hsiao-hsien zijn werkelijk adembenemend. Maar de toon van de film is dermate mysterieus, en het ritme zo tergend traag, dat we nooit veel emotionele connectie voelden met de personages.

Hou Hsiao-hsien is trouwens volgende week te gast in Brussel: hij stelt ‘The Assassin’ in Belgische première voor en opent in Cinematek zowel een retrospectieve van zijn eigen werk als de panorama van de Taiwanese cinema die nog tot eind juli loopt. Meer info op www.cinematek.be

Ward Verrijcken - op Twitter: @filmWard
Ward Verrijcken werd op zijn tiende door zijn vader voor tv gezet op een regenachtige zondag, voor Hitchcocks 'Rebecca'. Sindsdien wou hij enkel nog praten over cinema, wat hij momenteel doet voor het VRT Journaal, op Radio 1, op Radio 2, op MNM en op deze site.

Onze man in Cannes