The Riot Club - Lone Scherfig

di 03/03/2015 - 12:11 * In ‘The Riot Club’ mag jong en fris ogend Brits acteertalent de tanden zetten in een verhaal over arrogante rijkeluiszoontjes. Jammer voor hen heeft dit hapje weinig voedingswaarde.

film the riot club lone scherfig regisseur max irons holliday grainger sam claflin douglas booth sam reid freddie fox ben schnetzer tom hollander recensie ruben nollet

Je kunt je nauwelijks voorstellen dat ‘The Riot Club’ een film van Lone Scherfig is. De Deense dame heeft immers al onder meer ‘Wilbur Wants to Kill Himself’ en ‘An Education’ op haar naam staan, knap geobserveerde en meeslepende verhalen die een doorleefd beeld schetsen van de tijd en het milieu waarin ze zich afspelen. Allemaal troeven waar ‘The Riot Club’ vergeefs naar vist.

Exclusieve studentenclub

Nochtans spreekt het milieu van dit drama op zich ook wel tot de verbeelding. ‘The Riot Club’ is gebaseerd op het toneelstuk ‘Posh’ van Laura Wade, die ook het scenario van de film voor haar rekening nam. Centraal staat een exclusieve studentenclub in Oxford, in ver vervlogen tijden opgericht om de vermoorde Lord Ryot te eren. Die edelman had er een erezaak van gemaakt om zijn familiefortuin te besteden aan het najagen van alle mogelijke vormen van vleselijk genot, en dat had hij duur betaald. De leden van de Ryot Club — later verbasterd tot Riot Club — zouden die hedonistische jacht verder zetten.

Vandaag is de club verwaterd tot een twaalftal studenten met flink wat centen op de bankrekening of flink wat koppeltekens in de familienaam. Door deel uit te maken van de Riot Club willen ze zich van het plebs onderscheiden, al valt het niet meer mee om zomaar zijn zin te doen. Voor alle duidelijkheid: de Riot Club is fictief, maar is hij wel gebaseerd op een bestaand Oxfordgenootschap, de Bullingdon Club.

Dat stelletje ongeregeld in avondkleding hield zich echter vooral bezig met een vorm van beschaafd hooliganisme. Volgens een beruchte anekdote liep een diner in een oude Britse pub zo uit de hand dat ze de boel kort en klein begonnen te slaan. Maar ze maakten er wel een punt van om zich tijdens hun vernielingen voortdurend bij de eigenaar te verontschuldigen.

Wandelende karikaturen

Dat is niet meteen voer voor een meeslepend drama, dacht mevrouw Wade blijkbaar, en dus maakte ze van ‘The Riot Club’ een allegorie op de Britse klassenmaatschappij. Daar valt ook iets voor te zeggen, op voorwaarde dat je het een beetje creatiever aanpakt dan hier. Wade bevolkt haar verhaal met wandelende karikaturen, karakters die ofwel zodanig extreem zijn dat je er niks van gelooft — “Ik ben arme mensen kotsbeu!” fulmineert iemand — ofwel zo weinig profiel hebben dat ze in de achtergrond verdwijnen.

Dat laatste geldt trouwens met name voor de held van het verhaal, gespeeld door Max Irons (zoon van Jeremy). Die wordt zogezegd heen en weer geslingerd tussen zijn fascinatie voor de Riot Club en zijn liefde voor een ‘gewoon’ meisje. Maar dat dilemma komt nooit uit de verf. Zoals alles in ‘The Riot Club’, eigenlijk.

Ruben Nollet
Ruben Nollet schrijft over film voor onder meer Cobra.be, deredactie.be, De Tijd, P-Magazine en CineNews. Hij is van kindsbeen af een horrorfan, wat hem in het begin de nodige nachtmerries bezorgde. Vandaag is hij echter een volstrekt evenwichtige persoonlijkheid.

[‘The Riot Club’ – van Lone Scherfig met Max Irons, Holliday Grainger, Sam Claflin, Douglas Booth, Sam Reid, Freddie Fox, Ben Schnetzer, Tom Hollander – 1u47]

yt