Retrospectieve Art Spiegelman in Keulen Auteur: Geert De Weyer

wo 03/10/2012 - 17:08 Geert De Weyer New Yorker. Jood. Kind van holocaustoverlevenden. Moeder verloren aan onverwachte zelfmoord. Las als puber liever 'Mad' dan de Talmoed, en bracht in 1980 één van de meest gerenommeerde graphic novels ter wereld op de markt: 'Maus', met daarin het levensverhaal van zijn vader. Cobra.be trok naar de retrospectieve Art Spiegelman in Museum Ludwig in Keulen, op zoek naar muizen, katten, trauma's en controverse.

art spiegelman co-mix retrospectieve ludwig museum keulen maus

“De jongste jaren heb ik opnieuw 'Breakdowns', mijn experimentele strips uit de jaren zeventig, onder de loep gelegd en heb ik via het boek 'MetaMaus' getracht mijn magnum opus 'Maus' te herontdekken. Net toen ik dacht dat ik met dat alles klaar was, vond ik mezelf meewerken aan de rondreizende retrospectieve rond mijn werk, Co-Mix, - en dat ondanks Willem De Koonings waarschuwingen dat een artiest tijdens zijn leven nooit een retrospectieve mag hebben (hijzelf had er wel een, natuurlijk). Ik hoor op de achtergrond Bob Dylan zingen “She's got everything she needs/ She's an artist, she don't look back…” en ik krijg het gevoel dat iemand Spiegelman heeft vermoord en mij heeft achtergelaten als de uitvoerder van zijn nalatenschap. Ik hoop dat ik op een dag opnieuw gereïncarneerd kan worden als een underground-artiest." Aldus de nu 64-jarige Art Spiegelman op de achterflap van de catalogus bij de retrospectieve in Museum Ludwig. Die expositie, net naast de beroemde Dom, opende begin dit jaar op het internationaal stripfestival van Angoulême, passeerde nadien langs Parijs en trekt na Keulen naar Vancouver en New York City, de thuishaven van de auteur.
 

Monster

De retrospectieve, die er prat op gaat meer dan driehonderd originelen te tonen, kaart zowel het prille als het meest actuele werk van Spiegelman aan, maar er is één kortverhaal dat 's mans leven en werk in niet mis te verstane worden samenvat. In 'A family heirloom', een strip van amper acht plaatjes, overhandigt Spiegelman zijn zoon -de jongen is een jaar of vijf- niet zonder trots een grote geschenkdoos. “Dit hier, zoonlief, bevindt zich al jaren in de familie,” begint hij. “Mijn vader gaf het mij, en ik geef het nu door aan jou.” Bij het openen ervan kruipt er een afzichtelijk klein monster uit dat zich in twee plaatjes ontpopt tot een creatuur van reusachtige afmetingen en dat de kleine jongen dreigt te verslinden. Spiegelman gaat echter onverstoord verder met zijn betoog: “Dit zorgt ervoor dat je je zo waardeloos voelt dat je niet eens gelooft dat je het recht hebt om te ademen.” “Dank u, papa,” reageert de zoon in het laatste plaatje, waarna hij zich terug over zijn speelgoed buigt, maar niet meer met de jeugdigheid en onbezonnenheid die hem eerder te beurt viel.


'A familie heirloom' vat perfect Spiegelmans attitude samen. In die acht plaatjes toont hij hoezeer zijn vader Vladek hem al van kind af aan in een wurggreep hield en zijn hele verdere (auteurs)leven bepaalde. “Een egocentrische, vrekkig oude jood, een meester in emotionele chantage op de kop toe nog een racist ook,” zo omschreef Spiegelman zijn vader ten tijde van de publicatie van ‘Maus’, het tweeluik waarin hij de holocaustoverlevende die zijn vader was, opvoerde, terwijl op de achtergrond de bitse relatie tussen vader en zoon speelde. ‘Maus’ werd over de hele wereld een hit en kreeg zelfs een speciale Pulitzer Prize.

 

Mickey Mouse

Maar dat is al meer dan dertig jaar geleden. Spiegelman is er ondertussen nooit meer in geslaagd nog een graphic novel van dat niveau af te leveren, maar dat wil niet zeggen dat zijn status er minder om is geworden, zo blijkt in Museum Ludwig.
Dat ‘Maus’ er de grootste zaal ter beschikking kreeg, is bijna logisch. Vier soorten dieren prijken er op de muren. In ‘Maus’ tekende de auteur immers de joden als muizen, de Duitsers als katten, de Polen als varkens en de Amerikanen als honden. Een tweehonderd originele tekeningen uit dat boek domineren de zaal, maar interessant zijn vooral de voorstudies waarop Spiegelman in rode stift of rood potlood zijn dieren schetste. De Poolse varkens zien er eerst veel agressiever en realistischer uit, terwijl op drie originelen verderop, die bekend staan als het eerste gepubliceerde kortverhaal rond ‘Maus’ (1972), de muizen nog veel aandoenlijker en wolliger zijn. Mickey, zo heette toen het hoofdpersonage/de hoofdmuis. Niet toevallig, zo blijkt. De oplettende bezoeker zal even verderop een kortverhaal achter glas zien hangen waarin Spiegelman -na het zien van een Micky Mouse-film in de cinema- het idee krijgt om muizen de rol van de protagonisten toe te kennen in zijn volgend werk.
 

Breakdowns

Ook 'Breakdowns', een boek waarin Spiegelman kortverhalen opnam waarin hij vaak zelf de hoofdrol speelt, is essentieel voor een goed begrip van deze auteur, die al eerder liet weten dat zijn muze “niet de mooie, Amerikaanse, door palmbomen, mooie meiden en wijn gedreven muze is”. Zijn muze, zo vertelde hij aan al die het horen wilde, “is de muze van het onheil. Er rest me niets anders.”


In ‘Breakdowns’ voerde hij autobiografische verhaaltjes op die een inkijk gaven in zijn belevingswereld, achtergrondgeschiedenis, levensbeschouwingen en dagdagelijkse overpeinzingen. Spiegelman voert zich in zijn eerder werk op als mens, in latere werken tekent hij zich meer dan eens als muis. Niemand die daar nog van opkijkt.
 

9/11

De muis is ook aanwezig op andere werken. 's Mans bekendste werk na ‘Maus’ is wellicht 'In de schaduw van geen torens', dat in 2002 verscheen als antwoord op de terroristische aanslagen van 9/11. Vreemd genoeg pikte niet zozeer de VS dat werk op middels voorpublicaties, het waren vooral gezaghebbende kranten in Groot-Brittannië, Duitsland, Nederland; België, Frankrijk en Italië die ermee aan de slag gingen. "My own coalition of the willing” omschreef Spiegelman zijn pact met hen. De angst was er bij Spiegelman opnieuw ingeslopen, en dus tekende hij zich opnieuw als muis. Vreemd genoeg maakte hij van de gelegenheid gebruik om het boek vol te stoppen met de oude strippersonages uit zijn jeugd: Amerikaanse stripmonumenten zoals Krazy Kat, The Yellow Kid, Little Nemo en The Katzenjammer Kids.


Maar los van 'In de schaduw van geen torens' komen ook die klassieke figuren terug in heel wat ander werk van deze auteur. Het is opnieuw zoeken voor de bezoeker, maar wie goed kijkt, vindt ze in zowat elke ruimte, soms overdreven zichtbaar, soms goed verborgen. Duidelijk wordt dat niet enkel maatschappelijke fenomenen en muizen een constante in zijn werk zijn, maar ook klassieke strippersonages. Het mooiste voorbeeld daarvan is het vier platen tellende verhaal 'Abstract thought is a warm puppy', uiteraard gebaseerd op een Peanuts-titel van auteur Schulz. Sterker: Spiegelman tekent het in ware Schulz-stijl, waarbij niet de hond Snoopy zit te typen op het dak van zijn hondenhok, maar de muis Spiegelman. In dat verhaal doemen ook Dilbert, Krazy Kat, thé Katzenjammer Kids en zelfs enkele South Park-leden op.
 

The New Yorker

Na ‘Maus’ brak er voor Spiegelman een periode van bezinning aan. Via zijn vrouw Françoise Mouly, sinds 1993 artistiek directeur van ‘The New Yorker’, kreeg hij de opdracht covers voor dat gerenommeerde blad te tekenen. Ze zullen het er geweten hebben. Controverse alom. Het moet vreemd zijn voor de Europese bezoeker die met zijn neus voor de originele covers hangt, om te constateren dat een pissende kerstman, een orthodoxe jood die een zwarte vrouw kust of een moeder die haar baby publiekelijk de borst geeft, zoveel controverse teweegbracht. Lezers en redacteurs reageerden vaak woest op die covers, want Spiegelman koos zorgvuldig zijn moment uit om ze te brengen. Wanneer de discussie rond bepaalde onderwerpen als publieke borstvoeding hoog oplaaide in conservatieve kringen, sloeg de auteur grijzend toe. In de periode van het Monica Lewinsky-schandaal bracht hij een cover met daarop Clinton die geïnterviewd werd door talloze journalisten. Zijn hoofd was er echter net niet op te zien, zijn kruis des te meer. Zeven microfoons rustten ter hoogte ervan zijn gulp, alsof ervan boeiendere informatie zou komen dan van hoger gelegen delen. Kinderen die met machinegeweren naar school kwamen in een periode dat weer eens een schooldrama verkeerd was afgelopen? De Amerikanen waren ‘not amused’.


Maar of Spiegelman nu strips, graphic novels of covers tekent, 's mans reputatie bestaat er net in om zich op zulke maatschappelijke thema's te richten. Ook dat heeft met zijn verleden en dat van zijn ouders te maken. Het dwingt hem tot de uitspraak in een ARTE-documentaire die aan het begin van de expo in een soort video-box wordt getoond: “Ik heb niet veel fantasie, ik keer altijd terug naar mijn eigen levensgeschiedenis.” Wie dat niet begrepen heeft na het bekijken van deze retrospectieve, moet een tweede keer doorheen de ruimtes van Museum Ludwig struinen. De expositie is overigens vrij strak, nergens worden uitvergrotingen van zijn werk getoond, gadgets of grafische hoogstandjes tegen de muren gezet. Spiegelmans werk bevindt zich achter of onder glas. Zijn werk moet voor zich spreken.

 

Geert De Weyer

De retrospectieve 'Co-Mix' loopt nog tot 6 januari in Museum Ludwig, naast de Dom in Keulen. www.museum-ludwig.de. Elke dag open behalve maandag.