Charlotte Van den Broeck - Kameleon

portret Charlotte Van den Broeck door Koen Broos
di 17/02/2015 - 10:31 **** Al te lang hebben vrouwen een plaats in de marge van het poëzielandschap bekleed. De laatste jaren is daar gelukkig verandering in gekomen. Het verrassend sterke debuut Kameleon van Charlotte Van den Broeck bewijst dat dit terecht is, vindt Paul Demets.

poëzie gedichten kameleon charlotte van den broeck paul demets

Kameleon

Ik spreek in een slepende melodielijn van ‘hier’ en ‘nu’ en ‘blijf’
herhaal dit zo vaak tot het schuurt
tot je me terug in je mond rolt, me onuitgesproken
op je deinende tong legt, zachtjes
zoals kleine meisjes met overgewicht zachtjes
stuiteren bij het lopen.
En ik wil dat je me opnieuw zegt, dat je niet kan ophouden mij te zeggen
dat ik uit de holte van je mond breek
en je me nieuwe namen geeft, de verkeerde
zoals ‘lief’ en ‘klein’ en ‘traag’
dat ik me daarnaar ga gedragen als een geconditioneerde hond,
voortaan mijn borsten bedek
als je onverwachts de badkamer binnenkomt.
Laten we ergens tussen tong en tanden
analoge liefde in dit hoofdkussen liegen.
Misschien schieten we elkaar alsnog te binnen.
Misschien herinneren we ons de plek
waar het schudden begon
en we het ritme niet meer vonden.

Charlotte Van den Broeck
 

Er zijn sinds de tweede helft van de twintigste eeuw genoeg vrouwen die een respectabel oeuvre hebben uitgebouwd: Christine D’haen, Miriam Van hee op de eerste plaats, maar we mogen ook Aleidis Dierick, Jo Gisekin, Lucienne Stassaert en Lut De Block niet vergeten. En toch hebben de meesten onder hen nooit de aandacht gekregen die hun werk verdient. De laatste jaren zijn er opvallend veel jonge, nieuwe namen bijgekomen. Ruth Lasters –die recent nog de Turingprijs ontving-, Eva Cox, Els Moors, Sylvie Marie, Delphine Lecompte en Maud Vanhauwaert hebben het poëzielandschap door elkaar geschud en er een vrouwelijke kleur aan gegeven. Dat is alleen maar positief. Er valt niet meer naast te kijken. Merkwaardig natuurlijk dat we hier meer bij stilstaan dan bij de beloftevolle mannelijke dichters. Dat heeft echter niet zomaar met gender te maken, maar met de vaststelling dat de beste jonge dichters in Vlaanderen op dit moment vooral vrouwen zijn.

Bij dit vrouwelijke gild voegt zich nu de heel jonge Charlotte Van den Broeck (1991), met haar sterke debuut 'Kameleon'. Het valt op dat zij, net als Maud Vanhauwaert, eerst van zich deed spreken als performende dichter. Die podiumervaring nemen deze dichters mee in hun ‘papieren’ poëzie. Hun gedichten hebben een verhalend karakter, ze zijn ritmisch, er worden sterk aansprekende beelden in gebruikt, vaak lezen we spreektalige wendingen en het dichterlijke subject lijkt zichzelf in situaties te ensceneren . Dat laatste levert in 'Kameleon' bijvoorbeeld een indringende situatieschets op, waarin de kleindochter haar grootmoeder observeert in het gedicht ‘Wintergroenten’:

"Haar handen zijn witlofstronken, vers/ uit de grond getrokken.// De groene afdruk van een beetje licht/ nog rond haar polsen.’ Ze zitten stilzwijgend tegenover elkaar: ‘Ik lepel de soep en zijn staart,/ ik lepel, zij staart/ een diagonaal van zwijgen/ dwars over de keukentafel.’ Om te eindigen met: ‘Wij weten dat planten ademen./ Niemand anders hier zuigt ooit/ de zuurstof uit de kamers.// Sindsdien houden we cactussen/ op de vensterbanken van dit huis."

Of neem het gedicht dat ik koos. Je kunt dit soort poëzie onmiddellijk duiden, maar toch is er een subtekst aanwezig, waardoor je het gedicht nog wilt herlezen en herinterpreteren. Niet alleen in dit gedicht, maar in de hele bundel komt er een ik-figuur voor die zich als een naïef meisje voordoet, maar dat helemaal niet is. Integendeel: ze heeft de touwtjes stevig in handen. In de bundel laat Van den Broeck wel de gedaanteverwisseling van meisje tot vrouw zien. Logisch dat ze het in het openingsgedicht van 'Kameleon' nog echt over een lichtgelovig jong meisje heeft, wanneer ze vertelt hoe ze samen met haar grootvader in een atlas kijkt en Roemenië aanwijst: "Dat men daar ‘een schitterende verzameling hoertjes’ had/ en dat ik dacht, dat een hoer zoiets als de Eiffeltoren was/ en hem verweet dat hij daarvan nooit/ een miniatuurversie voor mij meebracht."

Dat is al helemaal anders wanneer ze in het liefdesgedicht ‘Felidae’ schrijft: "Je vingers drukken dieper in de natte kalk/ van mijn schouderbladen./ Laat deze rug het onbeschreven blad zijn/ waarnaar je later als vaderland verwijst./ Laten we hier verhalen over onze oorsprong verzinnen./ Ook weggelopen katers hebben een naam nodig."

'Kameleon' van Charlotte Van den Broeck is een onderzoek naar identiteit. Van den Broeck laat ons in haar verrassende gedichten de kleuren van meisje tot volwassen vrouw zien en de vele gedaantes die wij in deze tijd allemaal aannemen.

Paul Demets
Paul Demets is dichter en poëzierecensent.

['Kameleon' van Charlotte Van den Broeck is een uitgave van De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen, 2015, 64p.]