Verloren adel - Douglas Smith Auteur: Mike De Mulder

do 07/02/2013 - 07:21 Mike De Mulder *** Russische geschiedenis vanuit het standpunt van de verliezer: de adel. Meeslepend en invoelend geschreven, met toch een paar hiaten.

verloren adel douglas smith russische revolutie adel geschiedenis recensie mike de mulder

De slagschaduw van Orwell

De ondertitel van 'Verloren Adel' luidt “De laatste dagen van de Russische aristocratie” en vat mooi samen waar dit boek over gaat. Maar de oorspronkelijke titel “Former People. The last days of the Russian Aristocracy” beklemtoont nog meer het tragische lot van de Russische edellieden : ze worden na de machtsgreep van de bolsjewieken in oktober/november 1917 letterlijk non-personen. Dat doet je onwillekeurig denken aan George Orwell en zijn beroemde roman ‘1984’, waar het Ministerie van Waarheid’ de kranten uit het verleden aanpast en in ongenade gevallenen tot non-personen verklaart.

Het oog van de verliezer

De Amerikaanse historicus Douglas Smith heeft zich tot doel gesteld om de Russische revolutie en haar nasleep te bekijken door de ogen van de verliezer. Een nobel doel -no pun intended. En dan wordt al snel duidelijk dat het beeld allerminst is : links de bolsjewieken, rechts de adel. Tal van revolutionairen – de anarchisten Bakoenin en Kropotkin, de bolsjewieken Lenin en Dzerzjinski – zijn zelf van adel. En heel wat jonge edellieden hebben sympathie voor de nieuwe sociaal-democratische en liberale stromingen in Rusland. Anderen blijven trouw aan tsaar Nicolas II en de Romanovs.

Smith merkt op dat de Russische adel sinds Peter De Grote erg westers georiënteerd was : ze converseerden in het Frans onder meer over de ideeën van de Verlichting. Daarnaast was er een sterke groep van edellieden die vond dat Rusland een eigen cultuur had, tussen West Europa en Azië in. Ze hingen een soort panslavisme aan, gesteund op het orthodoxe geloof, al dan niet overgoten met een flinke scheut antisemitisme.

In twee voeten geschoten

(Een deel van) de Russische adel was er zich goed van bewust dat hen hetzelfde lot wachtte als de Franse koning Louis XVI in 1789, maar ze wisten niet wanneer het onvermijdelijke zou gebeuren en hadden zo’n scenario niet verwacht midden in de Eerste Wereldoorlog. Rusland telde toen zelfs iets meer edellieden dan er arbeiders waren, merkt Smith op. In feite waren er maar twee ‘klassen’ : een kleine, extreem rijke toplaag, de adel, en de overgrote meerderheid van de Russen waren – meestal arme – boeren die tot 1864 nog lijfeigenen waren. Het contrast tussen die twee groepen kon niet groter zijn.

Alle leidende en intellectuele functies – in leger, administratie, economie, onderwijs enz… - waren dus in handen van de adel. Toen de bolsjewieken zich tot doel stelden om die adel te vernietigen, schoten ze zich dus in beide voeten. Dat verklaart waarom Lenin – na de burgeroorlog die volgde op de revolutie en machtsovername – de NEP, de Nieuwe Economische Politiek invoerde die een strakke collectivisering danig versoepelde. Voor tal van edellieden was die NEP-periode een verademing. Maar niet lang zou ze niet duren. Want na de dood van Lenin in 1924 liquideerde Stalin vakkundig één na één al z’n politieke tegenstrevers. Hij wakkerde ook de haat tegen de adel fel aan. Nu hij had gekozen voor het uitbouwen van het ‘socialisme in één land’, wilde hij een binnenlandse klassevijand creëren om de aandacht weg te leiden van de blijvende armoede voor de Russische boerenstand.

“Verbannen zonder recht op correspondentie”

Smith heeft de lotgevallen van twee grote adellijke families in detail uitgeplozen: de Golitsyns en de Sjeremetjevs. En hun verhaal leest als een horrorstory van vervolging en ontmenselijking. 1917 en de Sovjetunie rukken de families uit elkaar : er is politieke verdeeldheid, maar ze raken ook elkaars spoor bijster als ze op de vlucht slaan, eerst naar veiliger oorden op het platteland, dan naar Siberië en sommigen vluchten uiteindelijk het land uit naar Frankrijk, Italië of de Verenigde Staten. Meestal kunnen ze nauwelijks iets van hun vroeger fortuin meenemen. Ze verlaten zich vooral op hun verworven kennis : talen, kunst of wetenschap.

Als Stalins Grote Terreur toeslaat belanden de overgebleven edellieden vaak in de goelag of worden ze geëxecuteerd, vaak zonder dat hun familie op de hoogte wordt gebracht. De communistische machthebbers gebruikten daarvoor het eufemisme “veroordeeld tot verbanning, zonder recht op correspondentie”. Smith beschrijft het allemaal in detail en met veel medegevoel voor de slachtoffers.

Verzet en collaboratie

Toch blijven er hiaten in het boek. Zo was er het verzet tegen de machtsovername van de bolsjewieken, er waren de Witte Legers  die een burgeroorlog begonnen tegen Trotski’s Rode Leger, en Fransen, Britten en Amerikanen controleerden een tijdlang grote stukken van de trans-Siberische spoorlijn vanaf Vladivostok. Maar ook na de burgeroorlog moeten er nog haarden van adellijk verzet zijn geweest.

Het grootste hiaat laat de auteur ivm het opkomende nazisme : Stalin mengde zich ook in de Spaanse Burgeroorlog. Daar stonden de Russen niet alleen tegenover Franco, maar ook tegenover Mussolini’s fascisten en Hitlers Condorlegioen. Maar in augustus ’39 kantelt de toestand, Hitler en Stalin sluiten een pact en vallen gezamenlijk Polen binnen. Geen woord daarover bij Smith. Hij neemt pas de draad weer op als Hitler in de zomer van ’41 de operatie Barbarossa lanceert en Rusland binnenvalt. Een van de Sjeremetjevs vecht dan aan de kant van Hitler in een Frans Legioen , een ander familielid vecht aan het Oostfront in Stalins Rode Leger. Het is niet duidelijk of de twee ooit tegenover mekaar stonden. Maar dat is de enige verwijzing naar mogelijke nazisympathieën bij de Russische adel in het hele boek…

Die Judenfrage

Daarmee belanden we bij nog een ander hiaat : hoe zat het met het antisemitisme bij de Russische adel ? Konden ze zich vinden in Hitlers Endlösung ? Wat vonden ze ervan dat ook Stalin een anti-joodse campagne startte en hoe stonden ze tegenover de pogroms in de Oekraïne? Je vindt er nauwelijks uitleg over. Opmerkelijk, want Smith heeft – terecht – veel respect voor de diepgelovige adel die in het orthodoxe christendom een houvast vindt in bittere tijden. Soms geeft ie de indruk dat ie meegaat in het bijgeloof van de oudere adellijke dames die voortekenen zien in vlinders aan een raam of in hun dromen praten met overleden familieleden.

Toch is dit een meeslepend boek, niet het minst omdat de auteur erg onderlegd is in zijn onderwerp. Douglas Smith werkte jarenlang voor het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken in de Sovjetunie. Hij spreekt vloeiend Russisch en Duits en de lijst van historische en persoonlijke documenten die hij heeft doorgenomen is indrukwekkend. Daardoor worden al die moeilijk te onthouden Russische namen echte mensen van vlees en bloed … en veel tranen.

Mike De Mulder

[Verloren adel van Douglas Smith is uitgegeven bij Balans, 560 blz]