Zes maanden in de Siberische wouden – Sylvain Tesson Auteur: Kristien Bonneure

do 31/01/2013 - 06:12 Kristien Bonneure ***** Reiziger-filosoof Tesson deed wat zijn hart hem ingaf: als kluizenaar aan het Bajkalmeer leven. Back to basics: natuur, literatuur, wodka, de eenvoud van leven in het hier en nu. Hij hield een inspirerend dagboek bij.

sylvain tesson zes maanden in de siberische wouden bajkal filosofie recensie kristien bonneure

De tijd temmen

Voor zijn veertigste wou Sylvain Tesson zijn droom waarmaken: stilstaan. Tesson was een onrustige Parisien, altijd onderweg en op de hoogte van alles. Hij wilde “een oude strijd met de tijd beslechten” en “wortelen, aarde worden, na wind te zijn geweest” . Dat deed hij door een half jaar te ‘surplacen’ op een onherbergzame plek, een verlaten blokhut aan de oever van het Bajkalmeer in Siberië. ’s Winters -30°, 120 kilometer van de bewoonde wereld, van februari tot juli 2010.

Nauwgezet hield Tesson een dagboek bij, want alles noteren is een “commando-actie tegen het absurde”. Tesson verrast de lezer met lijstjes, natuurobservaties in korte zinnen, lange epistels over wat hij leest en denkt, theorieën over godsdienst of de vraag of dieren een ziel hebben.

Het begint al met de voorbereiding van zijn reis, wanneer hij voorraden en materiaal inslaat in Irkoetsk. In de winkel vindt hij “vijftien soorten ketchup. Vanwege dat soort dingen wilde ik weg uit deze wereld”. Laptop en zonnepaneel zullen al snel onbruikbaar blijken en ook zijn satelliettelefoon doet het zelden. Fotograferen laat hij ook achterwege, want “de beste manier om de intensiteit van het moment te bederven is denken dat je er een foto van moet maken”.

Weinig nodig

Uiteindelijk zal Tesson aan een bijl, een dolk, een kachel, schaatsen en een kano genoeg hebben om in z’n uppie te overleven. Afgezien van de vele liters wodka en een kist met 60 zorgvuldig gewikte en gewogen boeken: Thoreau en Whitman, veel Franse filosofie, de dagboeken van Casanova, Shakespeare en Chinese poëzie.

Het leven aan de Bajkalmeer is hard maar eenvoudig. “Het scala van dingen die moeten is beperkt. Lezen, water halen, houthakken, schrijven en thee schenken worden rituelen. In de stad gaat elke handeling ten koste van talloze andere. Het bos bundelt wat de stad versnippert”. En “wat een geluk om op je bord een vis te hebben die je zelf hebt gevangen, in je kroes water dat je zelf hebt opgehaald, en in de kachel hout dat je zelf hebt gehakt – de kluizenaar put uit de bron. Eten, water en hout zinderen nog van leven”.

Kluizenaar

Sylvain Tesson wijdt vele bladzijden bespiegelingen aan het kluizenaarschap, een daad van rebellie, waarbij iemand van de controlepanelen verdwijnt en het “sociaal contract opzegt”. Nee, het is geen vlucht, “dat is een benaming voor levenslust uit de mond van mensen die verzand zijn in de modderpoelen van de gewoonte”. Tesson is er op uit om eenvoudiger te leven, in stilte, in de nabijheid van de natuur, meester over zijn eigen tijd. In het begin is hij bang voor de “duizeling van de kluizenaar”, de leegte van de tijd. Maar gaandeweg realiseert hij zich dat hij eigenlijk nooit schrik heeft om zich te vervelen.

Overleven vergt ook discipline, een ijzeren dagindeling met beperkte, maar hoogstnoodzakelijke handelingen. Als hij zijn bevroren wak in het meer niet openhoudt, heeft hij geen water. Geen hout hakken is geen vuur. Tesson schrijft prachtig over de regelmaat in zijn dagen. En als alle werk gedaan is, schiet er nog tijd genoeg over om urenlang naar vallende sneeuwvlokken te kijken, “een doodvermoeiende bezigheid”.

Majestueuze natuur

 

Tesson is op zijn best als hij als een kind zijn vreugde in de natuur beschrijft, aan de rand van dat reusachtige Bajkalmeer, waarrond bergen oprijzen. Eerst –het is nog putje winter- hoort hij het ijs knallen en kraken, “alsof het deksel eraf wil”. Hij schaatst op ijs van een meter dik, “vol psychedelische mandala’s, spiralen, sterrenwolken”.

Hij raakt verknocht aan een meesje, het enige dier dat hij ’s winters te zien krijgt. In de lente ontwaken de beren en de wolven. Twee keer wordt hij verrast op zijn bergtochten door een beer, twee keer druipt het beest af. Tesson heeft alleen een lichtpistool op zak.

Hij is volmaakt gelukkig bij z’n vele kampvuren buiten, onder het genot van een sigaartje. In de zomer redt hij honderden bijna verdronken vlinders met zijn kano. Hij dankt iedere vis die hij vangt alvorens die de kop in te slaan en volledig op te eten.

Wodka als vruchtwater

Qua drank kunnen we kort gaan: Tesson slaat onwaarschijnlijke hoeveelheden wodka achterover, hij boent er zelfs het ruitje in zijn blokhut mee. Geregeld is hij “zo dronken als een Moldavische trambestuurder”, waarop dan de onvermijdelijke katers volgen, maar hij houdt het niettemin onder controle. “Veel Siberiërs keren terug tot de embryonale staat en vervangen vruchtwater door wodka”. Tesson weet waar zijn grenzen liggen. 

Af en toe heeft hij contact met vissers. Ofwel komen ze volkomen onaangekondigd bij hem binnenvallen met worst en … nog meer wodka, ofwel gaat hij zelf op pad, met slee of kano of te voet. Het zijn zwijgzame ontmoetingen, en dat zint Sylvain Tesson wel, hoewel hij het Russisch machtig is. “Het is prettig om geen gesprek gaande te hoeven houden”, zoals in Parijs, waar je altijd je antwoord klaar moet hebben, en “elke dialoog een gevecht is”. 

Gedumpt in Siberië

Komt er dan nooit een crisis? Raakt hij ingesneeuwd, valt een wolf hem aan, zakt hij finaal door het ijs? Nee, het onheil komt van een andere mens. Zijn vriendin geeft hem de bons, per sms, die hij te lezen krijgt wanneer zijn satelliettelefoon weer even werkt. Tesson huilt tranen met tuiten bij zijn honden, hakt hout als een bezetene en leest, leest, leest . “Je hebt meer aan boeken dan aan therapie”.

Tessons dagboek is een onweerstaanbare combinatie van poëtische, haiku-achtige natuurbeschrijvingen en gelukkig ook zelf-ironisch commentaar. Een verfrissend relaas van een bewuste daad van verzet tegen de consumptiemaatschappij. Geheel terecht kreeg hij er in 2011 de Prix Médicis voor Essay voor, die in 2012 voor David Van Reybroucks ‘Congo’ was.

Kristien Bonneure

[Zes maanden in de Siberische wouden van Sylvain Tesson, vertaald door Eef Gratama is uitgegeven bij de Arbeiderspers]