Het West-Vlaams Versierhandboek - Thomas Blondeau

do 12/09/2013 - 08:23 Audio update: vr 20/09/2013 - 16:56 *** Is het een politieke allegorie, een karikatuur of een excursie langs de valkuilen van de liefde? In zijn derde roman 'Het West-Vlaams versierhandboek' houdt Thomas Blondeau veel ballen in de lucht.

thomas blondeau west-vlaams versierhandboek roman fictie ex donderhart recensie dirk leyman

Beluister ook

Is Thomas Blondeau in de eerste plaats journalist of dan toch schrijver? Voor de niet al te aandachtige waarnemer leek het alsof Blondeau de voorbije jaren de voorrang gaf aan de korte afstand, aan columns & reportages en aan goed onderbouwde en spits geformuleerde meningen. Blondeau, beroepshalve werkzaam bij het Leidse universiteitsblad Mare, fungeert geregeld als Boekendokter voor Cobra.be en schrijft zowel voor NRC Next, Psychologies als De Standaard. Hij is het prototype van de multitaskende auteur, een moderne duivel-doet-al (al laat hij voorlopig de poëzie onaangeroerd).


Toch heeft Blondeau het romangenre nooit afgezworen. Volgens het principe ‘réculer pour mieux sauter’ nam hij zijn tijd voor 'Het West-Vlaams versierhandboek', zijn derde roman die bij uitgever De Bezige Bij met stip staat aangekruist als zijn romandoorbraak. Eerder kreeg Blondeau voor de debuutroman 'eX' (2006), waarin hij een troep losgeslagen jongeren volgde, applaus op vele banken. In 'Donderhart' (2010) verlegde hij de actie naar Londen, waar journalist Max Gosset in de periode van de metro-aanslagen in juli 2005 op sleeptouw wordt genomen door een oude geliefde. De roman kreunde onder de ballast van de metaforiek en nogal potsierlijke plotwendingen.
 

Paleisrevolutie in het dorp

Met zijn nieuwste roman toont de in Amsterdam wonende Blondeau aan dat hij zijn leergeld heeft afbetaald en de teugelloosheid kan bedwingen. In 'Het West-Vlaamse versierhandboek' keert hij terug naar zijn roots aan ‘de Schreve’ en zet Blondeau nogal wat verhalen in de steigers.

Zijn hoofdpersonage (en soort alter ego) Raf Fauchery zoekt soelaas in zijn geboortedorp, na een gebroken relatie en verblijf in het buitenland. De openingszinnen laten weinig aan de verbeelding over, Raf zit wel degelijk op de bodem: “Omdat ik alleen maar kan denken aan uit het raam springen of haar vermoorden, moet ik terug. Terug naar de plaats waar het nooit in me opgekomen is om mijn of andermans nek te breken – het dorp waar ik ben opgegroeid.” Al schrijvend poogt hij een depressie af te wentelen, maar de pen stokt én de ideeën blijven krachteloos.

Bijna tegen wil en dank raakt Raf ingesponnen in de strapatsen van de lokale politiek, waar een soort paleisrevolutie aan de gang is. Het dorp scheurt zich af van de moederstad onder impuls van de moddervette goeroe en ex-landmeter Jozua Goeminne, ‘een draaikolk van donsdekens’, ‘een protserige mythomaan’ die met ellenlange preken de dorpelingen aan zijn kant krijgt. Zonder veel moeite kun je Roesbrugge en Poperinge herkennen, waar Blondeau opgroeide. En je hoeft ook geen diploma politicologie te bezitten om vast te stellen dat Blondeau de politieke tribulaties een allegorische lading meegeeft. Er wordt duchtig geknipoogd naar de separatische neigingen van de N-VA en de clichés over West-Vlamingen staan dik in de verf.

De karikatuur dreigt, het satirische gedeelte blijft wel eens steken in de Vlaamse klei. Al is er zeker ook mededogen en warmte: “Waarom heb ik nu al de behoefte om deze mensen aardig te laten overkomen?”, staat er in een terzijde, vroeg in het boek. Naarmate de roman vordert, voel je dat er meer toenadering en begrip komt voor het soms bucolische, dan weer burleske dorpsleven, ja, dat zelfs een vleugje nostalgie opwolkt.

Kritische voetnoten, ironisch commentaar

Tussen al gewoel in, ontstaat er een toenadering tot Serena, de getroebleerde notarisdochter die biomedische wetenschappen studeert. Lang niet het archetype van de femme fatale begint ze Raf toch meer en meer te intrigeren, zeker omdat ze haar kaarten achter de hand houdt. Blondeau maakt van 'Het West-Vlaamse versierhandboek' vervolgens ook een zelfhulpboek en adolescentiekroniek. Raf becommentarieert zijn eerste stappen in de liefde om ze in ‘een West-Vlaams versierhandboek’ te gieten, rijkelijk gelardeerd met seks of pogingen daartoe. Het leidt tot een flinke partij tragikomisch ongerief en tot fraaie erotische scènes, waar Blondeau wel raad mee weet. Wat wil je van een auteur die twee erotische bloemlezingen samenstelde? Hij weeft ook bespiegelingen over Dante en Béatrice en over Abélard & Héloise doorheen het boek, dubbend over het universele van de liefde en de inruilbaarheid van heftige gevoelens.


Opmerkelijk is de vorm waarin Blondeau zijn roman heeft gegoten: genummmerde korte hoofdstukken, soms doorspekt met notities, meer essayistische stukken en passages uit het zelfhulpboek. Dat maakt de roman lichter en soepel leesbaar. Het verwijst wellicht ook naar Roland Barthes, die ook op andere manieren de roman mee inspireerde. Getuige dit citaat uit Barthes’ Rouwdagboek: “Een deel van mijzelf waakt in de wanhoop; en tegelijkertijd is een ander deel druk doende mijn onbeduidendste zaken te regelen. Ik ervaar dat als een ziekte.” Ook in zijn moeilijkste momenten klampt hoofdpersonage Raf zich immers vast aan een zekere routine.


Blondeau toont zich verder onmiskenbaar een exponent van zijn schrijversgeneratie, die het tongue-in-cheek wellustig cultiveert. Het sérieux wordt ontmanteld met komische voetnoten en ironische commentaren, het lijkt haast een manier om de critici de pas af te snijden. “Hoeveel ironische distantie heeft de literatuur nog nodig?”, luidt het in één van de voetnoten. Legitieme vraag.
 

Zoektocht naar identiteit

Blondeau neemt alleszins risico’s met deze ‘dorpsroman’, die het niet moet hebben van een echt doortimmerde plot. Het genre is in Vlaanderen ook helemaal afgekloven, zou je denken. Maar natuurlijk is er veel meer aan de hand dan een politieke satire in la Flandre profonde. Het leitmotief in deze kroniek van debacles is uiteindelijk toch de frenetieke zoektocht van een stuurloos personage naar zijn identiteit. En naar wat de liefde voor hem écht in petto heeft. Gelouterd kruipt Raf uit het dal en vindt hij weer aansluiting bij de wereld. Daarbij is de dorpsgemeenschap hem onrechtstreeks behulpzaam.


Dat Blondeau moeite heeft om alle uitgezette lijntjes aan het eind weer in het gareel te dwingen, valt hem te vergeven. Ook de passages met de grootvader van Serena hangen er maar wat bij. Thematisch blijft dit niettemin een rijk geschakeerde roman, waarin luchthartig cynisme en scherpe inzichten hand in hand gaan. De piste om dit boek strikt autobiografisch te lezen, blijft verleidelijk. Maar neen. Dit is geenszins de schaduwboekhouding van mijn leven, zo verzekerde Blondeau in een interview. Niet enkel Serena blijft ongrijpbaar, ook zijn alter ego is glibberig als een paling.

Dirk Leyman
Dirk Leyman is literair journalist, schrijft voor De Morgen en talloze andere publicaties. Legt zich vooral toe op Nederlandse en Franse literatuur, fotografie en de boekenwereld. Tussen 2006 en 2011 coördineerde hij de literaire website De papieren man.

[Thomas Blondeau, 'Het West-Vlaams versierhandboek', uitgeverij De Bezige Bij, 253 pagina’s, 18,50 euro]