Formule 1 als propagandamiddel Auteur: Louis Van Dievel

wo 30/06/2010 - 15:26 Louis Van Dievel Marvano (Mark Van Oppen) is de peetvader van de Belgische strip. Een “stripgod” noemde een recensent hem onlangs. Zijn nieuwste strip heet "Grand Prix".

graphic novels & strips boek strip louis van dievel recensie marvano mark van oppen

Mark Van Oppen te gast in Mezzo

Marvano (Mark Van Oppen) is de peetvader van de Belgische strip. Een “stripgod” noemde een recensent hem onlangs. Als hij spreekt, wordt er geluisterd, bijvoorbeeld wanneer hij de jonge generatie striptekenaars “steuntrekkertjes” noemt, omdat ze uit de subsidieruif van het Vlaamse Fonds voor de Letteren eten. En als hij nieuw werk voorstelt, gaat dat nooit onopgemerkt voorbij. Terecht, want hij is een klasbak. Al gaat zijn nieuwste strip, “Grand Prix” iets te voorzichtig van start.

Marvano heeft iets met geschiedenis en heeft iets met Duitsland. In zijn schitterende ‘Berlijn’-trilogie vertelde hij het verhaal van de Britse bombardementen op Berlijn. Ik stel het te simpel voor: “Berlijn” was dusdanig gelaagd en geraffineerd, dat het albums mij bij momenten aan “Omega Minor”, de bejubelde roman van Paul Verhaeghen deed denken, want die speelt zich ook gedeeltelijk in de krochten en de ruines van Berlijn af. Zijn nieuwste strip, “Grand Prix” heeft opnieuw Duitsland als setting. En opnieuw wordt het als een trilogie aangekondigd, waarvan deel I, “Renaissance” net uit is.

Grand Prix


Het gaat over de autosport die, wanneer Adolf Hitler in Duitsland aan de macht komt, op sterven na dood is. Hitler is bezeten van de toenmalige Grand Prix, wat we nu de Formule 1 noemen. Zelf kan hij niet autorijden, maar hij wil wel dat Duitsland opnieuw aan de (technologische) top komt. Hitler slaagt in zijn opzet: er komen niet minder dan twee Duitse raceteams, Mercedes en Auto Union (Audi), en allebei rijden ze met de swastika op de flank van hun bolides. Er is natuurlijk ook Alfa Romeo, maar van Italianen hebben ze in de kanselarij geen hoge pet op.

‘Renaissance’ vertelt de bemoeienissen van de nazipartij met de autosport, en van Hitlers persoonlijke belangstelling. Het gaat over de concurrentie tussen de twee grote merken, Mercedes en Auto Union, over de strijd om een plaats in de renstal, over de strijd om Hitlers voorkeur. Er is liefde en berekening en strategie in het spel. De rode draad is het leven van autocoureur Rudi Caracciola, de beste die Duitsland heeft maar die in de lente van 1933, enkele maanden na Hitlers machtsovername crasht in Monaco en zwaar gewond raakt. Hoe ‘der Caratsch’ pas twee jaar later, onder zware druk, opnieuw gaat racen, hoewel hij nog niet hersteld is van zijn operatie, tot meerdere eer en glorie van Das Reich.
 

Historische strip

Want dat is de donkere paraplu waaronder “Renaissance” zich afspeelt. De machtsovername van Hitler, de consolidering van zijn macht. Deel I van “Grand Prix” is net als “Berlijn” een historische strip; er moet een geweldige research vooraf aan zijn gegaan. Marvano levert nooit half werk af. Maar toch wordt er naar mijn gevoel iets te licht(zinnig) met belangrijke data en gebeurtenissen in Hitlers opgang omgesprongen. Wie weet wat “Operatie Kolibri” was, mag opstaan, en dat geldt zelfs voor “De nacht van de lange messen”. Plots wordt ook, zonder enige aanleiding, de misdadige politiek van Stalin in Oekraïne in de strip gedropt. Dat soort dingen.


Adolf Hitler lijkt in de strip op een getekende parodie van zichzelf en komt, iets te veel naar mijn zin, naar voren als weliswaar een dictator, maar nog niet van de kwaadste. Iedere Duitser moest voor Hitler een auto kunnen bezitten; een Volkswagen, verzon propagandachef Goebbels ter plekke.


Wat wel zeer subtiel aan bod komt, is de nakende Jodenvervolging. De arts van Rudi Caracciola is joods en kan niet naast zijn patiënt op een bank in het park plaatsnemen, wegens Nicht für Juden; een veelbelovende autocoureur die voor Auto Union gaat rijden, heet Rosemeyer. Zijn naam is ook de titel van deel II.
 

Vakmanschap

Ik heb wat moeite gehad met de tientallen namen van evenveel personages die in deel I van de trilogie worden opgevoerd. Pas na de tweede lezing had ik ze “te pakken”. En aan het eind van het verhaal begrijp ik de episode op het schip “Luria” op weg naar de Grand Prix in Libië niet goed. Ik vermoed dat er sabotage in het spel is, maar heel duidelijk is dat niet.

Marvano tekent niet vloeiend, dat is nooit zo geweest. Tekenen is werken. Maar het resultaat is wel bijzonder indrukwekkend: zijn oog voor het detail, zijn vertelkunst, trekken je nolens volens mee in het verhaal. Ik ben vooral onder de indruk van de inkleuring: niets is fel, alles is getemperd, alles heeft precies de juiste kleur, weerspiegelt de nuance die Marvano leggen wilde.
 

Slotsom: deel I van “Grand Prix” gaat wat aarzelend van start, maar ik kijk nu al halsreikend uit naar het vervolg. Want dat alle losse eindjes verbonden zullen worden, daar bestaat bij Marvano geen twijfel over.
 

Louis Van Dievel

["Grand Prix 1: Renaissance", Marvano. Dargaud, 2010]