Luchtgezichten - Gie Bogaert Auteur: Johan De Haes

di 23/03/2010 - 11:17 Johan De Haes De Vlaming Gie Bogaert (1958) maakte zijn prozadebuut in 1987 en schrijft al meer dan twee decennia prozateksten die telkens opvallen door hun sobere en intimistische aanpak. In “Luchtgezichten” plaatst hij twee personages tegenover elkaar: de antiquair en spiegelrestaurateur Lambert en Lana, een blind geworden schilderes van aquarellen en luchtgezichten.

Boekenrecensies door Johan De Haes literatuur roman gie bogaert auteur luchtgezichten recensien johan de haes nederlandstalig belgie boek

De eerste ontmoeting tussen Lana en Lambert dateert van hun prille kinderjaren. Lambert is “het wintermeisje” Lana blijven associëren met sneeuwlandschappen en ontluikende verliefdheid. Een tweede ontmoeting heeft tien jaar later plaats in de universiteitsstad waar beide jongelui studeren. Schroom en stilte zorgen ervoor dat alles onbesproken blijft.

Pas jaren later – beide zijn vijftigers geworden – komt vrijgezel Lambert te weten dat de eigenares van een aangekochte spiegel Lana heet en op zoek is naar een vrijwilliger om af en toe wat te komen voorlezen. Lambert gebruikt een valse naam en gaat ervan uit dat de blinde en inmiddels ook gescheiden Lana na al die jaren zijn stem niet meer herkent (wat niet waar blijkt te zijn). Opnieuw blijven de woorden bij het verlangen ten achter. “Zo zou de liefde telkens weer een vorm van uitstellen worden, van wachten op een vervulling die uitbleef en van verzoening met het onvoltooide, met het onvermogen een helder omlijnd en dierbaar beeld te krijgen van de man die ik lief zou willen hebben.” Hier is de blinde Lana aan het woord. De hoofdstukken zijn afwisselend vanuit zijn en haar standpunt geschreven, met de laatste tramtocht weg van de vrouw en terug naar zijn huis als een richtsnoer door de tijd. Dat Lambert een operatie voor mondkanker te wachten staat, wat hem het spreken (en voorlezen) op zijn minst zal bemoeilijken, bezegelt de verhouding tot de blinde Lana.

“Luchtgezichten” herinnert qua thematiek aan de roman “Ruw” van Marie Kessels, die gisteren op de shortlist van de Librisprijs 2010 belandde. Kessels beschrijft hoe een jonge vrouw plots door een stom ongeluk blind wordt en langzamerhand met veel wilskracht en na eenzame nachtelijke tochten door haar wijk, een leefbare ruimte voor zichzelf herovert. Bij haar personage was er geen voorbereiding op een langzaam blind worden mogelijk, zoals bij Lana wel het geval is. Marie Kessels thematiseert ook op originele wijze het lezen zelf en de literatuur die door een vertraagde braille-lectuur nieuwe betekenissen krijgt. Bij Gie Bogaert gaat het om de liefde zelf. Slechts één van de geliefden wordt met blindheid geslagen. Stilte en blindheid bepalen de voorwaarden van een onthechte verhouding die moet verzonnen en verinnerlijkt worden in beelden, geuren, stemmen. Het is een vorm van loslaten en verlies, maar ook van wachten, van winst en zeker van afstand nemen.“Hij had alleen naar mij verlangd, niets van mij”, denkt Lana.

Gie Bogaert heeft zijn verhaal over de “haalbaarheid van het verlangen” met zorg opgebouwd en heeft van bij de aanvang beelden van blindheid, spiegels, sneeuw en blauw in de tekst geschoven. Maar de taal zelf is verrassend gewoon, als het ware omcirkelend en wachtend op het wonder. “Luchtgezichten” is het “ouderwetse” werk van een schrijver die eerlijk en rustig zijn eigen gang blijft gaan.

["Luchtgezichten" - Gie Bogaert. Uitgeverij Podium, 2010]