Lieve Langbeen - Jean Webster Auteur: An Stessens

di 17/05/2011 - 16:46 An Stessens Jean Webster schreef Daddy Longlegs in 1912. Dat het boek vandaag zo goed als 100 jaar oud is, lees je er niet in. Als er al stof op lag, is het er met deze vertaling afgehaald.

recensie jeugdboeken jean webster lieve langbeen an stessens

Jerusha Abbott is 17 en de oudste wees in het weeshuis. Eigenlijk had ze al lang weg moeten zijn, maar in ruil voor hard labeur mag ze blijven. Dus zorgt ze voor de kleintjes en bestaat haar leven uit ‘vloeren en weesjes schrobben’, schorten gladstrijken en neuzen schoonvegen. Tot een mysterieuze weldoener onder de indruk geraakt van haar schrijverstalent en haar op zijn kosten naar de universiteit stuurt. Als tegenprestatie moet ze hem elke maand schrijven.

Na die inleiding begint de brievenroman-voor-jonge-meisjes pas echt. Jerusha verlaat het weeshuis, doopt zichzelf Judy en haar weldoener Langbeen en begint een nieuw leven. De volgende drie jaren razen in brieven voorbij: Judy krijgt eigen kleren, een eigen kamer en eigen vriendinnen. Ze studeert, leest en ontmoet nieuwe mensen – allemaal dingen waar ze tot dan toe nooit toe gekomen was. Niets dan goeds en vrolijks dus, alleen begint het mysterie van de onbekende hoe langer hoe meer te knagen.

Prettig ouderwets…

Lieve Langbeen is geen nieuw boek en heette hier vroeger Vadertje Langbeen. Jean Webster schreef Daddy Longlegs in 1912. Dat het boek vandaag zo goed als 100 jaar oud is, lees je er niet in. Als er al stof op lag, is het er met deze vertaling afgehaald. Niet dat dit de meest flitsende literatuur is: met smachtende frasen als ‘de arme, verlangende, avontuurlijke Jerusha’ is het boek prettig ouderwets en het meisjescollege krijgt een dikke laag Onder moeders vleugels-romantiek mee.

…maar eigentijds van toon

Maar de brieven van Judy zijn eigentijds van toon, ze zijn grappig en zitten vol zelfspot. Al zijn ze evengoed ernstig en getuigen ze van een jonge vrouw die zich heel bewust is van haar (ongewone) situatie. De tekeningetjes die ze erbij maakt, hebben de tand des tijds moeiteloos doorstaan: deze humor blijkt van alle tijden.

Het verhaal zelf heeft nog het meest van een sprookje, met Judy als vroeg 20ste eeuwse Assepoester. Ze begint als zielig, arm kind, van wie zelfs de naam niets betekent: ‘De achternamen haalt ze uit het telefoonboek – Abbott staat op de eerste bladzijde – en de voornamen haalt ze overal vandaan. Jerusha zag ze ooit op een grafsteen.’ Aan de universiteit groeit ze uit tot een zelfbewuste, jonge vrouw met zicht op een (schrijvers)carrière én op een rijke echtgenoot.

Knus escapisme

Jean Webster was een auteur die graag schreef over opgroeiende meisjes en die gevoelig was voor maatschappelijke kwesties als armoede en vrouwenrechten. Dat ze het verwijt gekregen heeft met Daddy Longlegs een anti-feministisch boek geschreven te hebben, is dus even opmerkelijk als boeiend. Zeker als je ziet hoe de onafhankelijkheid van Judy recht evenredig is met haar ongehoorzaamheid ten opzichte van Langbeen. En dan vraag je je af hoe meisjes Websters verhaal vandaag lezen.

Daddy Longlegs is oorspronkelijk opgedragen aan ‘jou’, maar dat is bij deze vertaling weggevallen. Welke meisjes voelen zich aangesproken? Is Judy een voorbeeld voor hen of is haar verhaal louter escapisme naar een geromantiseerd verleden? En hoe oud zouden de meest enthousiaste lezers vandaag zijn? Daddy Longlegs heeft door de jaren heen evengoed de stempel young adult als children’s literature gekregen. De nieuwe vertaling ziet er uit als een kinderboek, maar het leven dat Judy voor zichzelf uitstippelt, is allerminst kinderlijk.

Vast staat dat Lieve Langbeen na al die jaren nog steeds knusse, gezellige literatuur voor dromerige meisjes is.
 

An Stessens

 

["Lieve Langbeen" - Jean Webster. Uitgeverij Ploegsma, 2011]