Grand Prix II: Rosemeyer! Auteur: Louis Van Dievel

vr 13/05/2011 - 14:19 Louis Van Dievel Een klein jaar geleden verscheen deel I (“Renaissance”) van Marvano’s trilogie over de autosport onder het nazibewind. Nu staat deel II: “Rosemeyer!” klaar.

recensie graphic novel & strips

Marvano’s trilogie licht de autosport onder het nazibewind door. Hitler was namelijk dol op autoracen: met zijn steun heroverden Mercedes en Auto Union (het latere Audi) hun pole position in het toenmalige Grand Prix-circuit, de voorloper van de Formule 1. Maar de steun van de nazi’s heeft zijn prijs. Dat wordt pijnlijk duidelijk in deel II: “Rosemeyer!”

Een vrolijke bende

De autopiloten van de jaren 30 vormen een vrolijke bende: drank (tijdens de pitstops!), vrouwen, maar ook fair play. De beste wint en verder geen gezeur. Dat verandert wanneer de nazi’s hun investering in de autosport politiek willen terugverdienen en zelf gaan bepalen wie welke race moet winnen.

In Libië bijvoorbeeld, waar de Italianen baas zijn, moet een Italiaan winnen. In een Duitse auto weliswaar. De Duitse piloten mogen op hun kop gaan staan, de partij beslist. En de Grand Prix van Duitsland, op de Nurnburgring, moet uiteraard door een blonde Duitser worden gewonnen: de nieuwe ster van het circuit, Bernd Rosemeyer.

De piloten verzetten zich tegen de stevige greep van het bewind. Niet omdat ze problemen hebben met de nazi-ideologie – daar malen ze niet om – maar omdat ze zich in hun vrije leventje beknot voelen. Hitler wil gelukkig veel door de vingers zien voor “zijn” piloten: zo overleeft Bernd Rosemeyer een geslaagde imitatie van de Führer, ook al staat die zelf op de achtergrond naar het schouwspel te kijken. De Duitse piloten zijn overigens allemaal ingelijfd bij de SS, met de rang van Obersturmführer.

Palestina

En dan is er nog een piepjonge Engelse coureur, Leslie Toliver, die erin slaagt piloot te worden bij de Mercedesstal. Toliver wordt aangestuurd door een mysterieuze Engelse dame van adel. Hij is een kleine pion in een netwerk dat joden uit Duitsland naar Palestina smokkelt. De nazi’s werkten die emigratie niet openlijk tegen. Berlijn vond het prachtig om de Britten (die de baas waren over Palestina) te kunnen ergeren met de komst van duizenden “ongewenste joden”. Tegelijk financierde Berlijn een Arabische sjeik die in Palestina terreur zaait onder de joodse immigranten (en gematigde Arabieren).

Zelfbedrog

Zelf geloven de joden (in het stripalbum van Marvano toch) dat het met de Jodenvervolging wel zo’n vaart niet zal lopen. Zijn ze immers niet eerst Duitser en dan pas jood? Hebben ze niet dapper gevochten in de Groote Oorlog? Heeft Hitler met het oog op de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn de anti-joodse wetten niet wat versoepeld? En is de directeur van Mercedes geen jood?

Marvano op zijn best

Als u zich afvraagt hoe Marvano (Mark Van Oppen) erin slaagt om al die elementen in een album van 62 pagina’s te verenigen, zonder te vervelen, zonder dat de tekst de prachtige tekeningen gaat verdringen, zonder dat het thema “autoracen” zelf wordt verwaarloosd, zonder dat de schijnbaar achteloos rondgestrooide historische informatie gaat irriteren, dan kan ik u alleen maar aanbevelen om Grand Prix, deel II te lezen. Het is Marvano op zijn best. Over deel I schreef ik: “Marvano tekent niet vloeiend, dat is nooit zo geweest. Tekenen is werken bij hem.” Dat geldt ook voor dit album. Maar die zekere stroefheid weegt niet op tegen het overweldigend positieve totaalbeeld.

Nog één ding: ook in Grand Prix deel II worden er kwistig losse verhaaleindjes en –draadjes rondgestrooid, waarvan je je afvraagt hoe die ooit met elkaar verbonden zullen raken. En tegelijk weet je: Marvano is van een ouderwetse degelijkheid, die laat geen enkel los eindje liggen.

 

Louis van Dievel

 

["Grand Prix deel II: Rosenmeyer!" van Marvano wordt uitgegeven bij Dargaud]