Som van tijd

vr 05/12/2014 - 13:00 *** Kan je door te schrijven de tijd beter begrijpen? Roger de Neef onderneemt een boeiende poging daartoe in zijn nieuwe dichtbundel 'Som van tijd', vindt Paul Demets.

roger de neef som van tijd recensie paul demets

De triomf van de dood

Ook hier staan huizen
Als rotte kiezen
In het kaakbeen van een landschap

Kogelgaten in de ingewanden
Van muren waar vogels
Waken over het bot van uw bestaan

Plaatsen die veranderden van naam
Niet van slachtoffers
Som van doden

Meer en meer
Lijken ze op elkaar
Aan weerszijden van het leven

In dit verhaal van stofwisseling
En oorzaken keren wij terug naar de schreeuw
Naar de dag van eeuwen

Zij of wij kunnen nergens naartoe
Zelfs tussen twee stroken lucht kan niemand
Nog de afdruk van een vluchtweg vinden.

 

 

Roger de Neef (1941), die in 1986 de toenmalige Staatsprijs voor poëzie ontving,  heeft intussen een rijk dichterlijk oeuvre opgebouwd, waarin hij de grenzen van tijd en ruimte opent. Ook in zijn nieuwe bundel 'Som van tijd' is dit een belangrijk motief.

De bundel opent met een citaat van Gunnar Ekelöf: ‘Je ziet, en ziende weet je/ Hoe alles in as verandert/ Hoe je blik verandert/ En ophoudt te zijn/ En toch nog blijft’. Daarmee benadrukt Roger de Neef natuurlijk de vergankelijkheid. Maar net zo goed dat je vanuit dat perspectief alles op een andere manier gaat bekijken. Met een vorm van dankbaarheid, wellicht, omdat je dingen die gebeurd zijn je gevormd en bepaald hebben. De som van tijd hoeft in zijn geval dus niet negatief te zijn. 

Wat erven we van de tijd? Op de eerste plaats de gang van de seizoenen. Wellicht daarom heeft De Neef het eerste deel van zijn bundel de titel ‘Seizoenarbeid’ gegeven. Hij pleit voor vitaliteit: ‘Kies/ In de openlucht/ Dezelfde boom/ Als paraplu/ En als zonnescherm’. De Neef toont zich in dit eerste deel ook als de observator van het nauwelijks zichtbare, bijna in de ruimte verijlende, zoals in ‘Zomer’: ‘Onzichtbare wind/ Takken bewegen stilte// Bladeren wuiven spits// De ruimte vormt een geheel/ En ruist als briesje vogels’. De dichter roept ons op om onze menselijke positie te durven opgeven ‘Omdat je met je oren/ In de dingen bent// Anders kijkt en luistert/ Naar de oudste vormen van licht/ In de keel van vogels’.

Het is een verlangen naar contemplatie: ‘Hier/ Een boom zijn/ Van kop tot teen/ Gemaakt van stilte’. De dichter koestert het grote geluk in het kleine, zoals de geborgenheid van de slaapkamer, die hij niet zonder humor beschrijft: ‘Zeker noem dit de goede plek/ Die ik bedek/ Als kruidige omelet/ Met zeurig knopje wit’. Hij laat ook een sprankel hoop, ondanks het feit dat hij het eerste deel van de bundel met de winter laat eindigen: ‘Geruis van vleugels/ Gruis/ Merels azen nog op kruimels’.

Vooral in de tweede afdeling, ‘Som van tijd’, de meest intense in deze bundel, breekt De Neef de grenzen van tijd en ruimte open. In het eerste gedicht lezen we: ‘Ik leef/ Op verschillende plaatsen/ In andere tijden/ Meestal in het meervoud.’ De taal overstijgt het concrete en het sterfelijke. De dichter benadrukt dat hij het hierover wil hebben en niet over ‘de mond/ Die de taal bevochtigt/ Met een ziel’. De Neef kijkt in deze afdeling terug naar zijn oorsprong, memoreert zijn geboorte, zijn vader en zijn moeder en blikt vooruit op de tijd wanneer hij er niet meer zal zijn. De dichter blijft zoeken en tasten: ‘Voorbij en buiten de tijd/ Nog schrijf ik achteruit/ Op zoek naar de hand/ Die als knoop onvindbaar blijft’.

In de derde afdeling, ‘De eeuw van de schreeuw’, staat De Neef stil bij de gruwelen die de mensen plegen. Zo schrijft hij cynisch over de Eerste Wereldoorlog: ‘En over die miljoenen/ Doden niets dan goed/ Hun aantal kan de komende/ Decennia nog worden verhoogd’. Ook de transporten vanuit de Dossinkazerne in Mechelen tijdens de Tweede Wereldoorlog krijgen aandacht in krachtige gedichten, net zoals de Guernica en de gifgasaanval in Syrië vorige zomer, waarbij onschuldige kinderen stierven, kermend van de pijn. ‘Plaatsen die veranderden van naam/ Niet van slachtoffers/ Som van doden’, schrijft Roger de Neef in het slotgedicht over die aanval dat ik uit de bundel koos. Het schreeuwen van de tijd in de martelkamers die mensen inrichten, houdt maar niet op. 

Zijn de gedichten al sprekend en beeldend in hun eenvoud, de drie tekeningen van Jan Vanriet en de aquarel op de voorflap van de bundel leggen al evenzeer de menselijke essentie bloot. 'Som van tijd' is soms een harde rekensom van de tijd zoals mensen die gestalte geven, maar ook een behartigenswaardig pleidooi voor het zuiverende, het helende, de menselijke aandacht, de verstilling. Afscheid en verlies worden in deze bundel gecounterd door de hoop die vriendschap en liefde ons bieden. Roger de Neef biedt ons die hoop in eenvoudige gedichten, waarvan sommige zeker onze tijd zullen overstijgen.

Paul Demets
Paul Demets is dichter en poëzierecensent.

[Som van tijd van Roger de Neef werd uitgegeven door het Poëziecentrum, 2014]

Roger de Neef in het Cobra-archief

Het licht rukt aan het water - Roger De Neef