Bart Van der Straeten - Onbalans

do 20/11/2014 - 11:01 **** Een recensent die debuteert als auteur, dat is de boswachter die stroper wordt. Maar Bart Van der Straeten heeft met zijn poëziedebuut 'onbalans' die mutatie probleemloos ondergaan, stelt Paul Demets vast.

boek poezie bart van der straeten onbalans gedichten debuut recensie paul demets

keren

ten einde raad en buiten strijd
keren de woorden zich om
zij hebben ogen.
zij kijken mij aan.

ten einde raad en buiten strijd
kleden de woorden zich uit
zij tonen hun tanden.

de woorden zijn gretig
de woorden zijn ziek
zij zoeken genezing

ten einde raad en buiten strijd
wonen de woorden mij uit

soms moet men elkander het nakijken geven
een woord is een bed als een ander

Bart Van der Straeten
 

Hoe kan je in deze tijd het mentale evenwicht bewaren? Niet evident, omdat de mens zich voortdurend over twee rails beweegt: het rationele en het irrationele, angsten en wensen, de zoektocht naar waarheid en relativisme. Wie een relatie heeft, lijkt soms de ervaring te hebben van wie vanuit een stilstaande trein een andere trein in het station ziet vertrekken: het valse gevoel ook in beweging te komen. Het is al moeilijk om jezelf op het juiste spoor te houden, laat staan om gelijke tred te houden met het spoor dat de ander volgt.

Het persoonlijke en het maatschappelijke zijn twee niveaus die aan bod komen in de debuutbundel van Bart Van der Straeten. Ze worden op een intrigerende manier met elkaar verweven. Want het persoonlijke is tegelijk het algemene en het maatschappelijke.

Het openingsgedicht van de bundel, dat we gerust als een opdracht van de dichter aan zichzelf en poëticaal kunnen interpreteren, doet niet veel goeds vermoeden over een eventuele balans: ‘je moet alles/ op de helling zetten// tot het begint/ te schuiven// en dan weer zachtjes/ kantelen’. Dat de dingen naar de andere kant overhellen, lijkt moeilijk te vermijden. Er zit een onderhuidse dreiging in deze gedichten, alsof er iets kan losbarsten: ‘er is niets/ aan de vulkaan// dat niet eigen is/ aan de vulkaan// of aan de hitte/ die eraan ontspringt.’ De existentiële crisis wordt verbonden met opdrachten voor de dichter in de tweede afdeling, vier poëtica’s, als een bezwering: ‘de wereld// haar woorden ontnemen, de wolven/ doen zwijgen’. De macht van het woord wordt geïroniseerd: ‘er is een macht die komt, beminden/ laat mij uw leider zijn vannacht’. De perfectie wordt nagestreefd, maar niet bereikt: ‘er is een grootheid/ die benaderbaar is/ men neemt van de mogelijkheid/ onverklaarbaar de maat’.

Het meest persoonlijk wordt de onmogelijkheid om een balans te bereiken in de afdeling breek en sprak: ‘we bouwden geen bruggen/ we droegen geen vrucht/ we zochten en vonden geen likkende tongen’. Er resten dan geen woorden meer, maar alleen de rust van de zee die onrustig maakt: ‘en om de haverklap// de zilvermeeuw/ en de verantwoording’.

Uit de afdeling negen infinitieven blijkt dat de taal geen soelaas kan brengen, zoals in het gedicht dat ik koos: ‘de woorden zijn gretig/de woorden zijn ziek/zij zoeken genezing’. In vier eilanden draait het zelfs uit op een strijd met de taal: ‘woord,/ leef niet// in de plaats/ van mij/ laat mij// met u/ vechten/ u bevechten’.

Het slotgedicht van de bundel in de afdeling drie oorlogen doet vermoeden dat de balans niet gevonden werd: ‘de oorzaken/ achter de linies// in hoofde waarvan// de heerszucht/ het woeden/ de woede// systeemfout’.
 

De bundel 'onbalans' gaat inhoudelijk over de zoektocht naar een balans in het leven, maar dat betekent niet dat de inhoud ook door de structuur op de helling gezet wordt. Integendeel: er wordt vormelijk naar een evenwicht gezocht in cycli van respectievelijk drie, vier en negen gedichten, gespiegeld door een omgekeerde volgorde van het aantal gedichten in de daarop volgende cycli. Door de cijfers in de titels van de afdelingen op te nemen, toont Bart Van der Straeten zijn hyperbewustzijn op dat vlak. Aan de gedichten wordt de volle ruimte gegeven, want telkens staat een gedicht op de rechterpagina afgedrukt, terwijl de linkerpagina wit blijft. Zo krijg je natuurlijk ook een moeilijke balans tussen spreken en zwijgen, net zoals er op het omslag van de bundel een lijnstuk dwars over de pagina getrokken is, als een correctie van het beeld, terwijl de rest van het omslag zich in gebroken wit hult, op de te verwachten gegevens als auteur, titel van de bundel en naam van de uitgeverij na. Het wijst allemaal op de precisie die Van der Straeten nastreeft. Op dat vlak vinden we wel een verbinding van vorm en inhoud, want Van der Straetens gedichten zijn uitgepuurd: net zoals er geen woord te veel staat, hebben de gedichten bijna geen interpunctie, geen hoofdletters. Ze hebben een repetitief en daardoor obsederend karakter. Door die muzikaliteit laten ze je niet snel los.

Van der Straetens bundel is een rustpunt in het straatrumoer dat de taal in deze tijd vaak veroorzaakt. Met zijn poëzie schakelt hij zich in de autonomistische traditie van Gerrit Kouwenaar, Hans Faverey en Roland Jooris in. 'onbalans' is als een steen: monolitisch, maar uitnodigend door zijn vormelijke consequentie. Niets romantisch aan, maar toch is de bundel zo onweerstaanbaar dat je hem wil vastnemen en met je wil meedragen.

Paul Demets
Paul Demets is dichter en poëzierecensent.

[onbalans van Bart Van der Straeten is een uitgegeven bij Vrijdag, 2014, 86 p.]