Tri ti tiii - Norbert de Beule

di 21/05/2013 - 14:05 We somberen maar wat omdat het blijft regenen, maar de vogels zijn dankbaar voor de natuur die eindelijk helemaal opengebloeid is. Dat hoor je aan hun zang. De koolmezen maken een geluid dat doet denken aan de wel erg originele titel van de nieuwe bundel van Norbert De Beule: Tri ti tiii. Paul Demets stelde vast dat deze zanger in de poëzie origineel gebekt is.

tri ti tiii norbert de beule poezie paul van ostaijen gebruiksaanwijzing der lyriek recensie paul demets

Bendik Giske houdt van alle bloemen
Hij geeft ze namen van vogels

Bontbekplevier, Graspieper, Drieteen-
 

Strandloper, Grauwe franjepoot
Pieper draagt de kleur van papaver
Huismus schudt het bange hoofd


Wit, wit, wit van koekoeksbloem
roept om wat broedt nog in Bendiks
droom van Noordse stormvogel.


Norbert De Beule

 

'Tri ti tiii' is een erg muzikale bundel waarin de versregels aan het dansen slaan. Je zou de gedichten misschien wel kunnen zingen. De ondertitel is niet voor niets ‘een liedboek’. Norbert De Beule laat drie muzikanten met Scandinavische namen als hoofdpersonages figureren. Volgens de flaptekst gaat het om een verwijzing naar de leden van het Noorse jazztrio Listen!, maar voor de inhoud van de bundel is dat op zich niet zo belangrijk. Het is De Beule niet om de anekdote te doen. Verhalende gedichten zijn het niet. Maar toch is er een bepaalde mate van narrativiteit. De muzikanten lijken een soort drie-eenheid te vormen, die een lichte, bezwerende dans rond het bestaan maakt, in het licht van de vergankelijkheid. Een danse macabre, maar niet zonder humor.

Naast deze personages, die samen optrekken, terwijl heimwee toeslaat, zijn er ook nog de personages Schrikbeeld en Danser. De beweeglijkheid zit onder andere in de variaties op thema’s, die letterlijk vertaald worden doordat versregels die vet gedrukt werden op zich nieuwe gedichten vormen, zoals in het gedicht dat ik koos. En in de afwisseling tussen de personages, die allemaal afsplitsingen lijken van de dichter, die zijn lyrisch subject laat zeggen ‘Natuurlijk ben ik eenzaam/ maar dat is mijn beroep/ Ik ben buitenstaander// jaag op mist en modder/ Val avonden ten buit/ en altijd weer Grote Schijtlijster’.


De Beule is in deze bundel uit op synesthesie: niet alleen de muzikaliteit van de taal is erg belangrijk voor hem, maar ook de klankkleur. Ook volgens de flaptekst werd De Beule beïnvloed door de lectuur van het boek 'Kleur' van Victoria Finlay, een zoektocht naar de herkomst van kleuren en pigmenten. Wie uit is op verhalende gedichten, is in 'Tri ti tiii' aan het verkeerde adres. Maar wie taalavonturen wil, des te meer.

 

De Beules gedichten hebben een ondefinieerbare kern. Daardoor doen ze mij denken aan het essay 'Gebruiksaanwijzing der lyriek' van Paul van Ostaijen, een poëticale tekst die al in 1927 verscheen, maar die bijna een eeuw later op sommige vlakken nog altijd erg relevant is. Van Ostaijen klaagt aan dat ‘de poëzie zich laat leiden door kerken, maatschappelijke bewegingen, bloemlezers en andere invloedrijke figuren, in plaats van een eigen weg te zoeken’, zoals Matthijs de Ridder in zijn grondige toelichting bij de heruitgave van Van Ostaijens tekst duidelijk maakt.

Van Ostaijen verwijst naar de filosoof Kant, door duidelijk te maken dat de mens alleen al op basis van zijn zintuiglijke waarnemingen met onoplosbare tegenstrijdigheden geconfronteerd wordt. Van Ostaijen maakte er taalmuziek van, zonder zijn donkere levensvisie te verbergen. ‘Tussen de zin en de klankwaarde’ ontstaat de lyriek volgens hem. En bij Norbert De Beule gebeurt dat, maar dan anders dan bij Van Ostaijen uiteraard, ook.

Paul Demets


['Tri ti tiii' van Norbert De Beule is uitgegeven bij Atlas Contact]
['Gebruiksaanwijzing der lyriek' van Paul van Ostaijen is een uitgave van Huis Clos]