Herman de Coninckprijs voor Annemarie Estor

vod
di 29/01/2013 - 12:00 ‘De oksels van de bok’ is een zinnelijke bundel over zelfverlies en ontregeling. Annemarie Estor (°1973) wint er de Herman de Coninckprijs 2013 mee. Paul Demets is kritisch voor de jury, maar vindt het uiteindelijk wel een terechte bekroning.
De winnares reageert

De jury heeft de sterkste Vlaamse bundel van 2012 niet bekroond. Die eer was volgens mij weggelegd voor ‘De willekeur’ van Jan Lauwereyns. Ook ‘Kromte’ van Roland Jooris, ‘Antwerpen/ Oostende’ van Peter Holvoet-Hanssen en ‘Wijvenheide’ van Luuk Gruwez behoorden jammer genoeg niet tot de genomineerden. Maar dat betekent niet dat ‘De oksels van de bok’ een onverdienstelijke bundel zou zijn. Integendeel.

Vlaams-Nederlandse dichteres

De Vlaams-Nederlandse Annemarie Estor volgde Cultuur- en Wetenschapsstudies aan de Universiteit Maastricht. Ze was fellow aan de International School for Theory in the Humanities in Santiago de Compostela en promoveerde in 2004 aan de Universiteit Leiden op een proefschrift over wetenschap en het bovenzinnelijke in het werk van de Britse schrijfster Jeanette Winterson.

In datzelfde jaar verhuisde Estor naar Antwerpen, waar zij in 2006 wijkdichter van Zurenborg werd. In 2011 won ze met de dichtbundel ‘Vuurdoorn me’ (2010) de Herman de Coninckprijs voor het beste debuut. Ze is naast dichter ook cultuurwetenschapper en redacteur bij het onvolprezen cultureel-maatschappelijk tijdschrift Streven.

Mijn lichaam wist nog hoe zijn lichaam voelde.
Hij was een dier en zoet als dadels.
Maar hij trok de takken van mijn longen,
beefde mijn tong.

                              Ontstak hij
de vlam bij mijn borstbeen? Besmette hij dan cel voor cel
mijn buigend bot? Of zoog ik hem mijn aders in?

                                                        Weer kwam hij binnen.
Hij was de geest uit de kelder, en ik haalde adem.
Ik vermoedde het wel, soms, als ik lag, bij mezelf,
als ik vooroverboog. Hij brak me op, alweer.

Over saters en zelfverlies

De erotische spanning spat van de bladzijden in Estors tweede bundel ‘De oksels van de bok’. In een opzwepend ritme beschrijft Estor hoe een jonge vrouw steeds meer in de greep geraakt van Izem, een sater, een goddelijke bok, die stinkt, verleidt en manipuleert en tenslotte de jonge vrouw ontdaan, maar ook helemaal vervuld van hem, achterlaat. Uit het fragment dat ik koos blijkt hoe sterk Izem bezit van haar genomen heeft.

Estors breed uitwaaierende gedichten zitten niet alleen vol met verwijzingen naar de klassieke en de niet-westerse mythologie, maar ook naar de bijbel. Bovendien schept Estor ook haar eigen mythische wezens. Zo veel zit in deze gedichten, dat je al lezend soms het gevoel hebt dat je houvast verliest. Dat lijkt net de bedoeling te zijn van Estor: de gedichten gaan over zelfverlies. En dat wil ze ook van de lezer. Want tegelijk is dit sterk intuïtieve poëzie, die door de synesthesie die door de beeldspraak opgeroepen wordt, bijna anti-intellectualistisch aandoet, in die zin dat je je zeker niet alle referenties hoeft te begrijpen door je als lezer te laten meeslepen door haar zinnelijke taal. De gedichten in deze bundel zijn aards en verheven, lichamelijk en spiritueel tegelijk. Door het mythologische karakter wordt dit erotiek van een hogere orde.

De Herman de Coninckprijs leverde traditiegetrouw nog twee winnaars op: David Troch, genomineerd met zijn bundel ‘buiten westen’, werd bekroond met de Publieksprijs voor zijn gedicht ‘gezel’. Hij behaalde het grootste aantal stemmen. Vanaf donderdag kan iedereen het gedicht, dat op een fraaie poster afgedrukt werd, gratis ophalen in de deelnemende boekhandels.

En de Herman de Coninckdebuutprijs ging tenslotte terecht naar Michael Vandebril, voor zijn tweetalige bundel ‘Het vertrek van Maeterlinck’. Hij leidt sinds 2002 de stedelijke dienst Antwerpen Boekenstad. Vandebril is dan ook de drijvende kracht achter het Antwerpse stadsdichterschap, de Donderdagen van de Poëzie en het Felix Poetry Festival in Antwerpen.

Paul Demets

[Annemarie Estor, De oksels van de bok, uitgeverij Wereldbibliotheek, 60 blz.]

[David Troch, buiten westen, uitgeverij Poëziecentrum, 47 blz.]

[Michael Vandebril, Het vertrek van Maeterlinck, uitgeverij De Bezige Bij Antwerpen, 80 blz.]