Siciliaanse vespers van Geerten Meijsing

ma 20/04/2009 - 16:45

literatuur bespreking recensie boek geerten meijsing auteur nederlandstalig siciliaanse vespers

De verraderlijke vrouw in "Siciliaanse vespers"

Geerten Meijsing (1950) is wat je een vaste waarde noemt in het Nederlandse proza van de voorbije dertig jaar. Eerst onder het collectieve pseudoniem Joyce & Co, later onder zijn eigen naam, heeft hij een imposant aantal boeken gepubliceerd. Voor "Veranderlijk en wisselvallig" kreeg hij de AKO literatuurprijs, "Tussen mes en keel" leverde hem een Gouden Uil op. Zijn nieuwste roman "Siciliaanse vespers" verschijnt bij uitgeverij Balans.

Opnieuw is het hoofdpersonage zijn alter ego Erik-Jan Provenier, inmiddels halverwege vijftig, berooid en sukkelend met zijn gezondheid, die zijn geliefde Toscane voor het "eeuwige" Sicilië heeft verlaten, net zoals Geerten Meijsing dat zelf deed.

Provenier woont samen met zijn volwassen dochter Chiara op de meest zuidelijke plek van Europa, waar Grieken, joden, Arabieren en Noormannen, later Spanjaarden hun sporen hebben nagelaten.

Met soms een volks oproer tot gevolg, als tijdens de middeleeuwse Siciliaanse vespers. Op een dag komt Provenier opnieuw in contact met een oude liefde van hem.

"Maar dit keer was het anders" klinkt de onheilspellende eerste zin. Het betreft een flink gebotoxte 40-jarige vrouw uit het Gooi, gescheiden en moeder van twee kinderen.

Wolf krijgt de oudere Provenier in haar greep

Provenier spreekt haar met Lee (naar de femme fatale Lee Miller) of met Wolf aan. Wolf is een mengeling van leeghoofdige vulgariteit en animale kracht, en krijgt de ouder wordende schrijver in haar greep.

De folterende want kuise hang naar "spiritualiteit" maakt tijdens een reis door Zuid-Italië al gauw plaats voor extatische seksualiteit, maar dan is Provenier al lang een deerniswekkende cornuto geworden.

De hoorns worden hem opgezet door zijn vriend en gangmaker Jochem, een streberachtige literaire journalist en ritselaar uit de door Geerten Meijsing zo verfoeide grachtengordel.

Voor Wolf is Provenier de degelijke rust. Jochem Suckert heeft voor haar de seksuele aantrekkingskracht van de verrader.

De lezer wordt niet in de steek gelaten

"Siciliaanse vespers" eindigt in bloed en nederlaag. Het thema van de aantrekkelijke en verraderlijke vrouw is niet nieuw bij Geerten Meijsing.

Ook de lijdensweg van de depressie had hij al in “Tussen mes en keel” indringend opgeroepen. De rijke textuur van het Italiaanse leven had ook al “Malocchio” een sensuele meerwaarde gegeven.

Maar hier wordt het allemaal zeer herfstig, zonder dat de humor de lezer in de steek laat.

Provenier wil zijn geliefde balsemen

Dat herfstige en heftige karakter schuilt in de wens van Provenier om zijn geliefde, als in een verhaal van Poe, te balsemen "op haar hoogtepunt, of liever, daar net overheen, zoals wild dat een paar dagen heeft gehangen voordat je er de tanden inzet."

Het kortstondige geluk vindt Provenier in het vlietende moment van de erotiek, maar misschien nog meer dan hem lief is in "het continu discours waarnaar ik mijn hele leven zo verlangd heb."

En dat mag niet verbazen bij een schrijver die de wetten van de retoriek met zo veel passie en toewijding bestudeerd heeft.

Het proza van Geerten Meijsing mag dan soms wat breedvoerig lijken, maar op zijn best is de elegante mengeling van zinnelijkheid, kennis, humor en pathos uniek en onweerstaanbaar.

Johan De Haes

["Siciliaanse vespers" - Geerten Meijsing. Uitgeverij Balans, 2007]