02.01.2009 - Jeroen Theunissen (1977) publiceerde een derde roman. "Een vorm van vermoeidheid" schetst het bestaan van een gevestigde jongeman, "die niet gelooft maar wel functioneert", tenminste totdat deze melancholicus uit het cocon van zijn veilige leven vlucht. Ondanks stilistische uitschuivers, is het een eerlijk en interessant portret geworden, een "road novel" waarin de kilometerteller niet stilstaat maar de anti-held machteloos beschouwend achterblijft.

Homo apathicus

Horacio Gnade noemt zichzelf een “homo apathicus” maar ook “een normale man”. Hij is 34, getrouwd met Brigid en vader van een knappe en geliefde dochter. Hij doceert Spaanstalige literatuur in een perfect bewaard provinciestadje aan de Neckar. In Tübingen leefde de bewonderde dichter Hölderlin. Horacio Gnade heeft zich in een comfortabel leven zonder illusies en zonder verwachtingen verschanst. Maar hij moet oppassen voor romantiek, vindt hij zelf. Eindigde Hölderlin niet in een gekkenhuis?

L'homme sensuel moyen

Theunissen tekent met aandacht en scherpte een man die op Borges en Schopenhauer promoveerde, zich met geen opinie of ideologie kan vereenzelvigen, maar ook zijn ironische afstandelijkheid te weinig en te laf vindt. Hij houdt het bij de slippertjes van “l’homme sensuel moyen” maar als hij stiekem een anonieme vrouw achtervolgt en als deze akido-adept, louter op zelfbeheersing afgestemd, jongeren die te hard lachen met een gebroken fles te lijf gaat, breekt er wat. Hij verlaat vrouw en kind en trekt er zonder enig plan op uit, met exact 12.912 euro op zak.

Het nulpunt

De rest van het verhaal loopt, parallel met de aftelling van deze som, naar een nulpunt waar hij opnieuw kan beginnen. Meer dan een vage en richtingloze hoop is het niet. Voor Horacio Gnade is na een derde van het boek en ondanks de tochten kris kras door Europa en naar de beklemmende open vlakte van Patagonië, weinig nieuws meer te verwachten. De theoretische discussie, thuis, tussen twee vrienden, over de keuze voor maakbaarheid of laissez-faire, voor protest of collaboratie, laat hem onbeslist, ook als hij in een Patagonische indianengemeenschap die vecht voor haar grond en haar spiritualiteit, verzeild raakt.

In Argentinië, waar Horacio geboren werd, leeft zijn moeder, die nog in Che Guevara gelooft, terwijl hijzelf naar de “schuldige” apolitieke houding van Borges neigt. Horacio doopt zijn auto La Pobrecita (de sukkelaar) naar de motor van  moeders idool die door Che zelf La Poderosa (de machtige) werd genoemd. De moeder-zoon relatie lijkt bij Theunissen, zij het veel minder extreem, op de verhouding tussen moeder en zoon in de boeken van Michel Houellebecq.

Pijn en vermoeidheid

“Een vorm van vermoeidheid” kreeg een vers van Pessoa als motto mee (“de zin van alles ligt in slapen”). Tegenover de nieuwe mens van Che plaatst Horacio zichzelf, “geen held, maar iemand die liever op zijn knieën leeft dan dat hij rechtop sterft”. In een tijd waarin rebellie, protest en non-conformisme modieus geworden zijn, beschouwt hij (zelf gezochte) pijn als een teken van leven en vermoeidheid als een vorm van geluk.

Inhoudelijk is dit proza verwant met het werk van Yves Petry, maar stilistisch scheelt er nog wat aan. Onhandige formuleringen zijn niet ongewoon (“zij keert kort haar heldere gelaat naar hem toe en haar gezichtje glundert in de lucht”, “iets doet krikkrak onder zijn zolen”,”hij tast langs de binnenkant van haar dijen naar haar vochtigheid”, “wanneer Silke verdwijnt bevat de stilte volkomenheid”), maar hier is zonder enige twijfel een ernstige schrijver aan het woord, die zijn eigen ironie op de proef stelt, niet in een val wil trappen en daaronder lijdt. Ik ben benieuwd hoe dat afloopt.

Johan De Haes

 

["Een vorm van vemoeidheid" - Jeroen Theunissen. Meulenhoff-Manteau, 2008]