Woorden zonder muziek – Philip Glass

ma 29/06/2015 - 14:44 *** Wat een rijkgevuld, kosmopolitisch, multidisciplinair en vooral leergierig leven van een ‘uomo universale’. Dat is wel de conclusie als je de nieuwe autobiografie van componist Philip Glass gelezen hebt. De nieuwe, want in 1987 schreef hij er ook al één.

woorden zonder muziek philip glass recensie kristien bonneure minimalisme muziek autobiografie hollands diep

Tientallen opera’s en filmscores en veel ‘conventionele’ stukken als symfonieën, concerti of kamermuziek heeft Philip Glass (°1937, Baltimore) op zijn naam staan. ‘Einstein on the Beach’ was zijn eerste opera, en voorts is ook de muziek van de experimentele film ‘Koyaanisqatsi’ of van ‘The Hours’ erg bekend. Een jaar of twee geleden was hij nog in De Bijloke in Gent met ‘La Belle et la Bête’, de film van Jean Cocteau, waarvoor hij nieuwe muziek had geschreven. Toen mocht Cobra.be hem interviewen.

Géén minimalisme, géén herhaling

Eerst een misverstand de wereld uit helpen. Noem Glass geen repetitieve of minimalistische componist, “bij wie de naald in de groef blijft hangen”. In dat geval heb je slecht geluisterd naar alle subtiele veranderingen, zegt hij zelf. Glass vertrekt vaak van een kleine kern van twee, drie noten, en hanteert een techniek die hij ‘optellen en aftrekken’ noemt. Bezwerende muziek is het zeker; met cyclische ritmes, soms beschreven als “wielen binnen wielen”.

Platenwinkel

Glass is de zoon van een vader-platenhandelaar en moeder-bibliothecaresse, in een niet-gelovig joods gezin in Baltimore. Hoewel zijn moeder hem een leven van reizen en hotelkamers voorspelde als hij muzikant zou worden (en dat is zo gebleken), zet de kleine Philip door. Zijn eerste instrument is de dwarsfluit. Later volgt de piano. Van het conservatorium van Baltimore gaat het (als 15-jarige!) naar de universiteit van Chicago en daarna naar de beroemde Juilliard School of Music in New York.

Het was een doorgedreven klassieke opleiding. Glass heeft groot inzicht in en respect voor de componisten die hem voorgingen. “Muziek wordt wel eens omschreven in termen van ‘originaliteit’ of ‘baanbrekend’ (…). Voor mij gaat het bij muziek altijd om afstamming”. Later reist Glass naar Nadia Boulanger in Parijs en naar Ravi Shankar in India. Persoonlijke leermeesters vindt hij belangrijk.
 

Loodgieter en taxichauffeur

Nu is Glass de gevierde, productieve componist en leider van zijn ‘bedrijf’, maar in de beginjaren was het krabben. Met veel oog voor detail beschrijft hij zijn bijbaantjes om den brode: arbeider in een staalfabriek, verhuizer, loodgieter, taxichauffeur in New York. Jarenlang was hij ook de assistent van beeldend kunstenaar en vriend Richard Serra.
 
Er vallen (te) veel grote en kleine namen in dit boek. Glass heeft een enorm netwerk van artiesten, vrienden en mensen met wie hij samenwerkt(e), over de grenzen van de kunstdisciplines heen. Allen Ginsberg, Sol LeWitt, Doris Lessing, Martin Scorsese…, de lijst is eindeloos. Zijn eerste concerten vonden plaats in musea en kunstgalerieën. In 1969 werd hij uitgefloten in het Amsterdamse Stedelijk Museum en toen een toehoorder ‘mee kwam spelen’ op zijn piano, gaf Glass hem een oplawaai. En zeggen dat hij later zoveel werken zou schrijven met als thema geweldloos verzet.

Nog even over de centen: geld was nooit een taboe voor Glass, die zonder gêne reclame maakte voor een whiskymerk om z’n muzikanten te kunnen betalen. Muziek kun je verkopen, dat had hij in de platenwinkel van papa wel geleerd. Het laatste woord dat zijn moeder over de lippen kwam was trouwens…. ‘copyright’!

Azië

Al van in de jaren zestig reisde Glass naar India, over land, door Afghanistan en over de Khyberpas. Hij leerde veel van Ravi Shankar; hij verdiepte zich in de hindoeverhalen, hij bestudeerde het urenlange theater, dat als voorbeeld zou dienen voor zijn lange opera’s. Op zijn tientallen latere reizen zocht Glass in India vooral Tibetaanse boeddhisten in ballingschap op. Boeddhist, yoga- en tai chi-beoefenaar, vegetariër: Glass is het al meer dan een halve eeuw.

Zijn belangstelling voor maatschappij, wetenschap en ecologie zou uiteindelijk leiden tot een aantal grote werken: ‘Einstein on the Beach’ met Bob Wilson, ‘Satyagraha’ over Gandhi in Zuid-Afrika en ‘Akhnaten’ over de gelijknamige Egyptische farao. Glass neemt zijn tijd om het ontstaan en zijn werkwijze in detail toe te lichten. Vaak verlegde hij grenzen. Voor de film ‘Powaqqatsi’ schreef hij eerst muziek, nog voor er beelden waren. Van drie bestaande Cocteau-films maakte hij opera.

Wat een werkpaard, denk je als lezer en liefhebber. Iemand met veel vertrouwen in zijn kunnen, ook, en een tikje ijdelheid. Twijfel of zelfkritiek komt niet voor in z’n autobiografie. Als er slechte recensies waren van zijn werk, dan haalde hij naar eigen zeggen zijn speciale gen boven: het “het-kan-me-niet-schelen-wat-je-ervan-vindt-gen”.

Woorden zonder muziek’ leest vlot, maar de spreektalige stijl is soms vreemd. Wellicht is het boek gedicteerd. Hier en daar is er ook een overlapping. Voor een permanent reizende en lerende mens is Glass verrassend down-to-earth. Op het eind heeft hij het over muziek als ‘plaats’, ‘muziek denken’ en ‘muziek dromen’. En in zijn slothoofdstuk herhaalt (ja, herhaalt) hij meerdere keren dezelfde paragraaf met de wijze zinnen: “Openingen en afsluitingen, begin en eind. Alles ertussen gaat in een mum van tijd voorbij. Aan de opening gaat een eeuwigheid vooraf en op de afsluiting volgt er nog een, misschien wel dezelfde”.
 

Kristien Bonneure
Kristien Bonneure is Cobra.be-redacteur en voormalig VRT-radiojournalist, blogt voor deredactie.be en volgt vooral non-fictie. Ze is de auteur van 'Stil leven. Een stem voor rust en ruimte in drukke tijden' (Lannoo, 2014)

[Woorden zonder muziek. Een leven in de muziek van Philip Glass is uitgegeven bij Hollands Diep, 2015, 433p]

Philip Glass op Cobra.be