Max Blecher - Gelittekende harten

do 25/06/2015 - 10:20 **** Een autobiografische roman met bloedstollende beschrijvingen van de zieken, van de manier waarop ze met elkaar omgaan, van hun ingesnoerde, verminkte lichamen.

max blecher gelittekende harten autobiografisch roman recensie johan de boose

De Roemeen Max Blecher (1909-1938) was de zoon van een succesvolle Joodse handelaar en wilde eigenlijk arts worden. Daartoe reisde hij zelfs naar Parijs. Het leven heeft daar anders over beslist. Hij kreeg op zijn negentiende te horen dat hij leed aan ruggenmerg-tbc, of de ziekte van Pott. Dit betekende dat hij zijn leven lang in een korset van gips moest doorbrengen. Genezing was zeldzaam. Gekluisterd aan zijn bed begon hij te schrijven, aanvankelijk korte verhalen (o.a. voor het tijdschrift van de surrealistische kunstpaus André Breton) en poëzie.

Hij kwam terecht in het Franse kuuroord Berk-aan-Zee aan de Atlantische kust, door Blecher ook "de stad van de verdoemden" genoemd. "Het staat niet op de kaart", laat hij een arts zeggen. Het is een oord dat er surrealistisch uitziet, maar waar de absurdste beelden allemaal realiteit zijn.

Na zijn verblijf in Berk-aan-Zee kuurde hij ook nog in Zwitserland en op de oever van de Zwarte Zee. Uiteindelijk zou hij terugkeren naar zijn geboortestreek in Moldavië, waar zijn ouders hem zo goed en zo kwaad als het ging opvingen. Daar werd hij geregeld bezocht door bevriende auteurs, die achteraf een schrijnend beeld schetsten van Blechers gezondheidstoestand. Hij stierf een paar maanden voor zijn negentwintigste verjaardag.

Blecher schreef (bijna) drie romans, waarin het morele lijden, misschien meer dan het fysieke lijden, centraal stond. Volgens zijn planning zou hij vier romans schrijven, maar dat is hem niet gelukt.

Het eerste boek heette 'Avonturen in de alledaagse onwerkelijkheid', gepubliceerd in 1936. Het werd lovend onthaald en Blecher werd meteen beschouwd als een belangrijk auteur. 'Gelittekende harten', dat nu in een Nederlandse vertaling verscheen, was de tweede roman. Zijn overige werk werd gebundeld in 'Het verlichte hol'.

Blechers oeuvre is integraal autobiografisch. In 'Gelittekende harten' beschreef hij de gruwelijke wereld waarin hij leefde, een wereld die veraf stond van de ‘normale’ realiteit, de wereld van wat hij de ‘ondoden’ noemt, dat wil zeggen van mensen die dood noch levend zijn. Hij voert een personage op, Emanuel genaamd, die we gerust Blechers alter ego mogen noemen. Het boek begint met de medische diagnose: Emanuel is ziek en moet naar Berk. Het hele verdere verhaal is de consequentie van deze tragische mededeling.

In een journalistiek stuk beschrijft Blecher het sanatorium waar hij terechtkomt (en waar Emanuel zich ook bevindt) als volgt: "Vijfduizend patiënten met bottuberculose liggen in Berk in het gips en wachten op hun genezing. De gruwelijke ziekte kiest bij voorkeur gewrichten uit – wervels, heup, knie – die meteen worden geïmmobiliseerd. De zieken liggen languit in hun karretjes en bedden, verloren in dagdromen, verzonken in eindeloze lectuur of onthecht in de oneindige contemplatie van de onmetelijkheid van de oceaan."

In zijn roman geeft hij bloedstollende beschrijvingen van de zieken, van de manier waarop ze met elkaar omgaan, van hun ingesnoerde, verminkte lichamen. Blecher werd weleens vergeleken met Franz Kafka, twee auteurs die over extreme vormen van vervreemding schreven. Zijn beeldspraak doet denken aan de wereld van Salvador Dali. Droom en werkelijkheid lijken door elkaar te lopen, maar de ergste nachtmerrie is bij Blecher altijd gewoon dagelijkse werkelijkheid, datgene wat hij om zich heen ziet. Zijn wereld is beangstigend, omdat je nooit weet wanneer hij zal instorten. De catastrofe, de doem, het niets, de totale ondergang loert achter elke zin. "De ervaring van de ziekte, aan de rand van de dood," schrijft de Roemeense dichteres Doina Ioanid, "doet de contouren van de dingen oplossen en leidt langzaam aan tot de ontbinding van alles wat we “de werkelijkheid” plegen te noemen."

Men heeft het boek ook vergeleken met 'De Toverberg' van Thomas Mann, maar dat gaat niet op, want Mann is ooit drie weken op vakantie geweest in een sanatorium, terwijl Blecher er tien jaar verbleef als terminale patiënt.

Vertaler Jan H. Mysjkin, die onlangs bekroond werd voor zijn vertaling van ‘De graaf van Montecristo’ van Alexandre Dumas, heeft hier andermaal fenomenaal werk afgeleverd.

Johan de Boose
Johan de Boose is doctor in de Slavische Talen & Oost-Europakunde en auteur van romans, non-fictie en poëzie. Hij is een verwoed reiziger.

['Gelittekende harten' - Max Blecher. Vertaald door Jan H. Mysjkin. Uitgeverij Vrijdag, 224 p.]