De blonde neger en andere portretten - Joseph Roth

do 18/06/2015 - 10:42 **** Els Snick vertaalt en bundelt korte journalistieke teksten van Joseph Roth. Een must read voor alle boekenliefhebbers.

boek recensie boekrecensie de blonde neger en andere portretten joseph roth john vervoort

Misschien was Joseph Roth (1894-1939) wel het prototype van de Wandelende Jood. Zijn rusteloze natuur bracht hem overal in Europa, tot in Brussel en Oostende. Hij bracht een groot deel van zijn leven door in hotellobby’s en cafés waar hij werkte aan ontelbare reportages, columns, portretten en beschouwingen allerlei. Daarnaast schreef hij een aantal bejubelde romans, waaronder ‘Job: roman van een simpel man’ (1930) en ‘Radetzkymars’ (1932). Roth stierf berooid in Parijs. Zijn Nemesis was de alcohol.

Genootschap

Roths literaire ster is de laatste decennia erg gestegen. Vele schrijvers en andere kunstenaars adoreren hem openlijk, ook in ons land. Er bestaat een heus Joseph Roth Genootschap, dat vorig jaar werd opgericht en waarvan onder meer Geert Mak, Tom Lanoye, Stefan Hertmans, Arnon Grunberg en Mark Schaevers lid zijn. Grote bezieler van dit genootschap is Els Snick, vertaalster en docente Duits aan de RUG. Zij promoveerde in 2011 met een studie over het leven en werk van Roth en stelde onder meer ‘Hotelmens’ samen, een bundeling van journalistieke stukken van Roth. Zopas verscheen een vervolg: ‘De blonde neger en andere portretten’. Tommy Wieringa schreef er een verhelderend voorwoord bij, Els Snick verklaart in het nawoord haar liefde voor de schrijver. Het boek wordt geïllustreerd met een aantal houtsneden van Frans Masereel.

Dure levensstijl

‘De blonde neger’ bundelt tientallen - meestal korte - journalistieke teksten die Roth tussen 1919 en zijn dood in 1939 schreef. Het zwaartepunt ligt op stukken die hij in de jaren twintig schreef voor gereputeerde dagbladen als de Neue Berliner Zeitung en de Frankfurter Zeitung, voorloper van de Frankfurter Allgemeine Zeitung. Roth is dan op het hoogtepunt van zijn journalistieke carrière. Hij wordt gerespecteerd, krijgt mooie gages voor zijn werk en werkt de klok rond, ook al om zijn dure levensstijl te betalen. Een vast adres heeft hij niet. Hij leeft in dure hotels en doet inspiratie op in de cafés van de steden waar hij verblijft.

De neger Guillaume

Roth verstaat de kunst om vanuit rake observaties grote thema’s aan te snijden. Een goed voorbeeld is het titelverhaal dat amper drie pagina’s telt, maar waarin Roth zijn fascinatie deelt voor een neger met blond haar en blauwe ogen die hij op een reis van Wiesbaden naar Koblenz tegenkomt. Het stuk verschijnt in de winter van 1923. De man, de zoon van een blanke soldaat in het Vreemdelingenlegioen en een zwarte vrouw, is soldaat en Duitser die zijn vrienden in het leger graag onderhoudt met lezingen te geven over zijn lievelingsdichter Goethe. Roth schrijft dat deze “etnologische paradox” wellicht een veel sterkere verbondenheid heeft met de Duitse aard dan rechtse extremisten, dat deze “neger Guillaume in de zuiverheid van zijn hart ver verheven was boven Dinters zogenaamde raszuiverheid en dat hij die blauwe ogen en dat blonde haar niet eens nodig had om Duitser te zijn.”(Arthur Dinter was een antisemitisch succesauteur en in 1923 al vooraanstaand lid van Hitlers NSDAP – jv). Het stuk eindigt met een verkillende voorspelling: “Ik ben bang dat het nog lang niet allemaal voorbij is; in ieder geval niet in München, waar de witte negers wonen en waar je niet de verloofde kunt zijn van een Franse blonde Duitse zwarte zonder door hakenkruisers te worden lastiggevallen.”

Vuilnisbelt

Zo staat dit boek vol met prachtige miniaturen waarin Roth zijn talent volop toont. In ‘Het schip der emigranten’ reist hij op de Pittsburgh mee met 1800 mensen die zijn ontsnapt aan het “Europa van de pogroms” en die hun geluk in de VS gaan zoeken. Hij schrijft over de verkiezingen die hij slecht ziet aflopen, maar ook over de armoedzaaiers die ’s nachts in vuilnisbelten op zoek gaan naar “waardevolle vondsten”. Dat kan een sigarettenstompje zijn of zelfs uitgespuwde pruimtabak. Als een bruikbare veiligheidsspeld wordt gevonden, ontstaat er zelfs een opstootje. “De vuilnisbelt lijkt wel heilig geworden, een genadekapel als bedevaartsoord voor de mensheid.”

Engelen

Maar ook meer frivole onderwerpen komen aan bod. Roth schrijft lyrisch over de “girls” die naakt dansen, over de keldercafés in Parijs waar hij zo graag zit en waar alle rassen op aarde komen en waar de vrouwen “engelen” zijn. Of misschien zijn ze op zoek naar een man die voor hen zal zorgen. En dan deze schitterende observatie. “Ze laten zich omhelzen door mannen die niets van engelen afweten. Ze laten zich een limonade betalen terwijl ze eigenlijk champagne zouden moeten drinken.” Even later kom je deze korte, maar prachtige alinea over dezelfde meisjes tegen met een fantastische laatste zin: “Alle mensen weten dat ze verloren zijn. De meisjes worden nog meer verloren. Zelfs de handelsreizigers willen huilen.”

Stilist

Iedere literatuurliefhebber, iedereen die geïnteresseerd is in de Europese geschiedenis van de 20ste eeuw en iedere aspirant-journalist moet deze verzameling stukken om diverse redenen lezen: voor de vlijmscherpe dissectie van een land en een volk die proberen overeind te krabbelen, maar nauwelijks doorhebben dat ze op weg zijn naar een nieuwe afgrond, voor de medemenselijkheid maar ook de verontwaardiging die Roths scherpe blik tonen. Maar in de eerste plaats moeten deze stukken gelezen worden omdat Roth een prachtig stilist is die - alsof het hem geen moeite kost - in elke alinea pareltjes van zijn briljante observatie- en formuleringsvermogen stopt.

John Vervoort
John Vervoort is thrillerspecialist en Shakespearefreak, docent aan de Schrijversacademie en recensent voor o.m. De Standaard, Het Nieuwsblad en Poëziekrant.

JOSEPH ROTH, De blonde neger en andere portretten, samengesteld en vertaald door Els Snick, Uitgeverij Bas Lubberhuizen, 187 blz, 2015-06-18

 

Tijdens het festival Theater aan Zee wordt - naar een concept van Els Snick - Café Paradis opgevoerd, een geanimeerd programma met teksten van Joseph Roth.
De locatie is uniek: Patisserie van den Berghe, Albert I-promenade in Oostende. Data tussen 2 en 7 augustus.