De onderwaterzwemmer - P.F. Thomése

ma 27/04/2015 - 16:03 **** In zijn nieuwe roman neemt P.F. Thomése de lezer mee naar Afrika om hem van heel dichtbij te confronteren met een beklemmend drama, en zodoende naar ‘s mensens diepste emoties te peilen. Maar eigenlijk maakt hij een grote omweg om terug uit te komen bij waar hij ooit vertrokken was: een eerder drama.

de onderwaterzwemmer p.f.thomese atlas contact jos borre

Puur gelul

Er zijn twee Nederlandse auteurs die zich P.F. Thomése noemen. De eerste begon in 1990 verhalen te schrijven waarin een personage J. Kessels voorkwam, dat bleek aan te slaan bij een groeiend publiek. J. Kessels uit Tilburg-Noord houdt van country & westernmuziek, van frikandellen, bier en sigaretten, en hij groeit uit tot een no-nonsense stuntel ("Levensverhalen, daar moest je bij hem niet mee aankomen. Als iets iets voorstelde moest het op een bierkaartje kunnen. De rest was puur gelul"), en tot de beste vriend en het “lievelingspersonage” van “schrijver dezes”. Deze schrijver P.F. Thomése is de vaste begeleider van J. Kessels op hun trips zoals naar Alabama (het graf van Hank Williams!), de Hamburgse Reeperbahn of de zelfkant van Shangai. De J. Kessels-verhalen werden gebundeld in ‘Greatest hits’ (2000) en die deden het zo goed dat hij met ‘J. Kessels: the novel’ (2009) ook nog zijn eigen roman kreeg. In ‘Het bami-schandaal’ (2012), de opvolger hiervan, gaat deze P.F. Thomése voluit voor een ongeremd plat en vaudevillesk schelmenverhaal, een dijenkletser.

Zeggingskracht

De andere P.F. Thomése krijgt voor zijn debuut, de verhalenbundel ‘Zuidland’ (1990), de AKO-literatuurprijs, hij schrijft nog romans en novellen, en hij breekt internationaal door met ‘Schaduwkind’ (2003), een geschrift van nauwelijks honderd, soms nog zuinig bedrukte bladzijden, een op de adem pakkende weergave van het verdriet en de ontreddering bij de dood van hun baby, waarvoor de schrijver zijn taal opnieuw heeft moet uitvinden, zowel het medium als het Nederlands en zijn eigen zeggingskracht. Ook deze Thomése schrijft nog andere romans en een reisverslag en soms controversiële columns (o.a. over het gemakkelijke succes van autobiografische literatuur) en hij is de auteur van deze nieuwe roman onder hun beider naam.

Onbereikbaar dichtbij

De onderwaterzwemmer’ begint met een cruciaal drama: tijdens de oorlog wil de vader van Martin hem leren hoe hij ’s nachts ongezien de rivier moet overzwemmen naar onbezet gebied. Maar eenmaal aan de overkant blijkt de vader verdwenen. Dertig jaar later gaat een terughoudende Martin met zijn vrouw diep in Afrika op zoek naar een jongen die haar school op afstand heeft geadopteerd. Daar overvalt hem een tweede drama. En nog eens dertig jaar later heeft hij op Cuba bij een ongelukkige val zijn rug gebroken. Pijnlijk en ongemakkelijk bungelend in een soort draagzak in het ziekenhuis kijkt hij terug op wie hij geweest is en wat hij van zijn leven gemaakt heeft. “Dood, verlies, gemis: daar is het steeds op uitgedraaid.” Wat hem het meest steekt, is dat zijn dochter zich verwijtend van hem heeft afgekeerd. “Het kind dat niet zonder hem kan, en zonder wie zijn leven zinloos is.” En ook: “Je kind heb je altijd bij je, waar je ook bent. … In het diepst van je gedachten koester je je kind met alles wat je hebt. In wezen ben je altijd verbonden, zelfs al ben je het niet.” Verdriet, gemis, schuld, onmacht, de versmachting om zijn leven te resetten, om terug te gaan aan een moment vóór het drama, om het dan te kunnen ontwijken, de notie “Zo dichtbij, zo onbereikbaar dichtbij”, zelfs zo goed als woordelijk hernomen: deze roman gaat duidelijk terug op “Schaduwkind”.

Helletocht

In het langste, middelste stuk van deze roman landen Martin en zijn vrouw in een niet nader genoemd, weinig gastvrij en corrupt Afrikaans land en trekken ze met een ander paar blanken en een paar zwarten in twee gammele jeeps het stoffige, onherbergzame binnenland in over ongebaande wegen. Het blijkt een helletocht. Onaangepastheid, onhandigheid, onwennigheid, wantrouwen, argwaan en misverstanden trekken het Nederlandse paar reddeloos de dieperik in. Hun wereld kalft voor hun voeten af en ze kunnen er niets aan doen. Wat voorzien werd als een blije kennismaking met een dankbaar jong zwartje in een typisch Afrikaans dorp, loopt uit op een expeditie naar hun persoonlijke ‘heart of darkness’, het besef van wat het leven aan mensen met illusies wezenlijk te bieden heeft, van de leegte en de onmacht om die op te vullen, het inzicht dat “ons leven zich niets van ons aantrekt”.

smerig ruitje

De auteur brengt de belevenissen van zijn personages heel direct en nauwgezet onder woorden en zo trekt hij de lezer heel dichtbij, alsof die met zijn neus tegen het smerige ruitje van de onbetrouwbare jeep gedwongen wordt om getuige te zijn van wat zich daarrond afspeelt. Door de toenemende enervering die de aangehouden close up teweegbrengt, wil die lezer zich gaandeweg graag loswrikken, maar dat wordt hem niet gegund. Thomése sleurt hem onwillig mee in de verdwazing van het controleverlies, in de onontkoombaarheid van het gebeuren, in het ongeloof dat het überhaupt plaatsheeft. Afstand nemen is sowieso onmogelijk. De adrenaline stuwt de ontzetting telkens opnieuw naar nieuwe hoogten. Mede hierdoor creëert Thomése een ongemakkelijke, soms weer beklemmende ‘dichtbijheid’, waar je niet onbewogen bij kunt blijven. En dan duikt ook weer het beeld op, met alles wat er rond hangt, tegelijk herinnering en metafoor, van de jongen bij de nachtelijke rivieroever, die radeloos hoopt dat elk volgend moment zijn vader uit de duisternis op zal doemen, alsof er niets gebeurd was. Deze P.F. Thomése weet weer zeer diepe, authentieke, basale emoties treffend aan te spreken.

Omweg

‘Schaduwkind’ bezet een prominente plaats op het aparte rek met enkele beklijvende boeken in de Nederlandse literatuur over het verlies van een kind, naast ‘Een roos van vlees’ van Jan Wolkers en ‘Tonio’ van A.F.Th. In ‘De thuiskomst’, een roman vanuit het gezichtspunt van de eenzame vrouw van ontdekkingsreiziger Thomas Cook, sloeg Anna Enquist een enorme brug naar het verleden om via haar het verdriet te vertolken om haar eigen verongelukte dochter. Het komt mij voor dat P.F. Thomése via een verhaal dat in Afrika speelt ook een enorme omweg ondernomen heeft om zijn besef van blijvend, onduldbaar, onuitstaanbaar dichtbij verdriet en gemis literair gestalte te geven. Ik heb geen zicht op de verwantschap van de twee P.F. Thoméses, ik begrijp niet goed hoe de buddy van J. Kessels en de schrijver van 'De onderwaterzwemmer' in dezelfde persoonlijkheid kunnen huizen. Maar de nadrukkelijke nabijheid van deze tweede Thomése maakt veruit de heftigste indruk.

Jos Borré
Jos Borré is recensent, vooral van Vlaamse en Nederlandse literatuur.

[De onderwaterzwemmer, P.F. Thomése, Atlas Contact, Amsterdam/ Antwerpen, 253 p]