De kunst van het crashen – Peter Verhelst

do 26/02/2015 - 10:31 **** In zijn nieuwe roman wekt Peter Verhelst de tussenwereld tot leven waar hij in 2013 tijdens een bijna fataal ongeval glimpen van opving. De kunst van het crashen is raadselachtig en wonderlijk en vraagt net als een droom om totale overgave.

peter verhelst de kunst van het crashen auto-ongeluk recensie annick vandorpe

Cobra sprak met Peter Verhelst

Dichter, auteur en regisseur Peter Verhelst vertelt over zijn boek 'De kunst van het crashen', over zijn theaterstuk 'Hotel Malaria' en de tentoonstelling 'Verhelst XL'. Plaats van afspraak is de Minard in Gent waar het boek op 26 februari werd voorgesteld. (Cobra.be, 5 maart 2015)

‘Het kan niet dat je nog leeft’, kreeg Peter Verhelst (°1962) op 23 april 2013 te horen. Op de E40 had een vrachtwagen een wiel verloren, dat tegen de auto van de schrijver was gebotst, waarna die drie keer over kop was gegaan. Verhelst stapte doodleuk het wrak uit en ging op de vangrail zitten. Het ongeval bleef in zijn hoofd rondspoken en een jaar later rolde 'De kunst van het crashen' uit zijn pen. Het incident zelf vormt slechts de aanleiding van de roman. Verhelst schrijft over de andere tijd en waarheid waar hij tijdens de luttele seconden dat het ongeluk duurde glimpen van opving.

Tussenwereld

In het beginhoofdstuk, De eerste kat van Istanbul, voert Verhelst de jonge Raoul op die kunst studeert aan de Koninklijke Academie. Omdat de gebouwen van de Academie ingepalmd zijn door de nieuwe regering, gaan de lessen tekenen naar levend model door in de dierentuin, meer bepaald in het reservepaviljoen van de leeuwen “omdat het licht er zo mooi door het vijvertje werd weerkaatst dat de naakte lichamen eerst zilverig en daarna doorschijnend werden”. De dierentuin is ook het trefpunt van een ondergrondse organisatie, waar Raoul in betrokken wordt. Naar wat precies gebeurt heb je het raden, maar de dreiging en de gevaren zijn alomtegenwoordig.

Het verband met en tussen de volgende hoofdstukken zie je niet meteen. In eerste instantie lijkt het verhaal kop noch staart te hebben, wat sommige lezers zou kunnen afschrikken. De kunst van het crashen is evenwel een roman waar je je aan moet overgeven. De samenhang openbaart zich gaandeweg. Raoul overleeft een vliegtuigramp, wordt vermist en keert in het verhaal terug op Sandy Island, een van de kaarten geschrapt eiland tussen Australië en Nieuw-Caledonië, “een traumaruimte waar in comatijd wordt gerekend en dat zich bevindt op alle lengte- en breedtegraden ter wereld waar levende wezens enkele seconden of enkele uren verloren”. Sandy Island is een ‘tussenwereld’ waar uitgestorven dierenrassen zoals dodo’s en sabeltandtijgers zich verzamelen, maar ook vermiste personen belanden er. In een andere tijd en waarheid leven ze samen, met slechts een vaag besef van hun echte leven.

Woordenschilderij

Aan het slot van de roman, dat zich weer in het hier en nu afspeelt, vertelt Verhelst over de bewondering die hij van kinds af koestert voor beeldende kunst en schrijft hij dat hij aanvankelijk schilder wilde worden. Omdat zijn hand daar ‘gewoon te dom voor was’, besloot hij te ‘schrijven naar levend model’.
Hoezeer hij die kunst geperfectioneerd heeft, komt tot uiting in 'Studie van een rennende man', het tweede hoofdstuk, dat één wondermooi woordenschilderij is. We volgen hier letterlijk een personage dat door de jungle rent. Wat de man daar heeft gebracht en waar hij naartoe gaat, is onduidelijk en een verband met wat we eerder hebben gelezen dient zich niet onmiddellijk aan, maar dat doet niets af van het leesplezier. Stilistisch is dit hoofdstuk een juweeltje. Neem nu deze passage:

“Op ooghoogte hangen viltige luchtwortels van orchideeën uit een boomoksel: het vlezige fluweel van orchideeën, vlindervleugels en vrouwengeslachten en oorlellen en slijmvlies tegelijk, met veelkleurige huigjes, handgrote bloemen, zijdezachte kelken, wasachtig, gemarmerd, gevlekt, gespikkeld, bloembladen die zich hebben volgezogen met het geelste groen, vlammend oranje, religieus purper. Uit pigmentsuiker geknede sterren. Een orchidee met bloemen als apenkoppen of wijd open monden met uitgestoken tong.”

Een bladzijde verder herleeft de natuur na een onweer: “Voor je ogen gebeurt het: in het zand springen zaden open, draadjes schieten tussen je vingers door, fijne, witte draden die door blootstelling aan de zon groen kleuren en lobben krijgen, waaruit een minuscule stengel zich als een tongetje ontrolt. Voor je ogen kronkelen ze tevoorschijn en als verf spatten uit de grond bloemblaadjes open, nauwelijks zichtbaar, zo fijn als penseelharen zijn ze, maar ze pompen zich al vol kleur.”

Je leest en dan herlees je, en de verrassing en het genot verhevigen nog. Het klinkt eigenaardig, maar het is een waarheid: Wat een geluk, dit auto-ongeval.

[ 'De kunst van het crashen' is verschenen bij Prometheus, 304p. ]

Annick Vandorpe
Annick Vandorpe schrijft recensies, reportages en soms proza. Op de blog 'Van boeken en mensen' mijmert ze over hoe literatuur haar dagelijks leven stuurt.