Vorm & visie

di 27/01/2015 - 09:44 **** Wie kent er niet het gedicht ‘Zeppelin’ van Paul van Ostaijen, waarbij het woord zeppelin typografisch is weergegeven als het luchtschip? Er bestaat een hele traditie van concrete en visuele poëzie in ons taalgebied. Goed dat Renaat Ramon die nu zichtbaar gemaakt heeft, vindt Paul Demets.

vorm en visie renaat ramon visuele poëzie paul demets poëziecentrum

The Ressurection of the A - Herman Damen 1973

Uit de marge

We zijn wel vertrouwd met visuele poëzie, maar beschouwen het toch als een curiosum. En dat is jammer, want de concrete en visuele poëzie verdienen meer dan een plaats in de marge van de poëzie. Ze doorbreken de afbakening in genres en moeten een hedendaags, jong publiek dat zo visueel ingesteld is, zeker kunnen aanspreken.

Er is nauwelijks een beter geplaatste auteur denkbaar om een studie over de concrete en visuele poëzie in Vlaanderen en Nederland te publiceren dan de Vlaamse dichter Renaat Ramon (°1936). Hij publiceerde namelijk zelf visuele poëzie in de internationale tijdschriften Big Ode, IZ en Maintenant  en meerdere bundels met visuele gedichten, waaronder 'Ongehoorde gedichten' (1997), 'Zichtbare stem' (2009) en 'Apodicta' (2013). 

Concrete en visuele poëzie

Waarom is de concrete en visuele poëzie zo weinig bekend? Dat heeft wellicht te maken met de cultus van het geschreven woord, die nog altijd de literaire uitgeverijen en de tijdschriften beheerst.  De dichters die zich bezighielden met concrete en visuele poëzie werden ofwel als hemelbestormers of als outsiders beschouwd. Daar valt iets voor te zeggen, maar tegelijk was dit een manier om hen uit het centrum van de aandacht te houden. Gelukkig maar zijn deze dichters er meestal in geslaagd om internationale contacten te leggen en te onderhouden. Zo konden ze zuurstof blijven krijgen voor hun werk. En mogelijkheden om het te verspreiden. Want concrete en visuele poëzie vind je in alle werelddelen, van Brazilië tot Japan.

Wat is dat precies, concrete en visuele poëzie? Allerlei voorgangers van Ramon gaven hun eigen invulling aan die begrippen. Onder concrete poëzie verstaat Renaat Ramon ‘poëzie die met (vooral) linguïstische codes en typografische middelen, een ‘tekst’ of een ‘teken’ produceert waarbij vorm en inhoud absoluut samenvallen’. Visuele poëzie definieert hij als ‘de integratie van beeld en taal, in de praktijk het samengaan van beeld- en tekstfragmenten, zo dat er door de interactie betekenis ontstaat, wordt gewijzigd of toegevoegd.’

Van Doesburg en Van Ostaijen

Renaat Ramon biedt ons in 'Vorm & Visie' in zeventien hoofdstukken een heel mooi chronologisch en thematisch overzicht van de evolutie van de concrete en visuele poëzie. Hij concentreert zich in voornamelijk op de twintigste en op deze eeuw. Maar hij verwijst ook naar de oudste figuurgedichten, een soort visuele poëzie waarbij het beschrevene visueel werd voorgesteld, van de rederijkers in de zeventiende eeuw. Hij laat ons in de tijd reizen naar het begin van vorige eeuw, naar het tijdschrift ‘De Stijl’ –opgericht in 1917- van Theo Van Doesburg, die aan de basis lag van de concrete poëzie. Van Doesburg was een voorstander van radicale vernieuwing en vond aansluiting bij Dada. In 1925 kwam het trouwens tot een gezamenlijke uitgave van Van Doesburg en dadaïst Kurt Schwitters.

Paul van Ostaijens 'Bezette stad' (1921) en 'De Feesten van Angst en Pijn' (1928) worden terecht in een afzonderlijk hoofdstuk belicht. Ramon toont aan hoe de typografie de tekst verduidelijkt  in 'Bezette stad'. De typografie is bepaald door de cinema en streeft een totaalbeeld na, dat de  chaos van het bezette Antwerpen tijdens de Eerste Wereldoorlog overzichtelijk maakt. 

Sixties en seventies

De jaren zestig waren cruciaal. In 1966 vond de eerste tentoonstelling van concrete poëzie in Nederland plaats en in datzelfde jaar verscheen er een bloemlezing van concrete poëzie in 'De Tafelronde', het Vlaamse tijdschrift met Paul De Vree aan her roer. Niet alleen hij, maar ook Hans Clavin, Mark Insingel en G.J. de Rook – om maar enkele namen te noemen- duwden op het eind van de jaren zestig met opvallende bundels de deur naar de concrete poëzie in ons taalgebied open.In de jaren zeventig was het de beurt aan de visuele poëzie. G.J. De Rook maakte in 1975 met 'anthologie visuele poëzie. 133 dichters uit 25 landen' een stand van zaken op en hij keek daarbij voorbij de grenzen.

Paul de Vree heeft met zijn tijdschrift 'De Tafelronde' (1953-1981) baanbrekend werk verricht. Niet alleen door zijn poëzie die hij erin publiceerde, maar ook door de themanummers en door zijn essays introduceerde hij het modernisme in de Vlaamse poëzie en propageerde hij onder andere de concrete poëzie. Hij kreeg daarbij de steun van Werner Spillemaeckers, Jan van der Hoeven en Ludo Frateur. Adriaan de Roover was aanvankelijk beïnvloed door Paul de Vree, maar is veel speelser.

Terecht besteedt Ramon aandacht aan hem en aan andere specifieke dichters, meestal in een afzonderlijk hoofdstuk. Dat is onder anderen het geval voor Marcel Broodthaers, die met zijn 'Pense-Bête',  zijn eerste bijdrage aan de visuele poëzie, meteen de overstap naar de beeldende kunst maakte. Daarnaast is er Marcel van Maele, die vooral bekend werd door zijn ‘gebottelde gedichten’ (zie foto hierboven), maar daarnaast panelen en assemblages maakte. Ook Mark Insingel verdient een bijzondere plaats. De variërende herhaling is een opvallend motief in zijn concrete poëzie. En dan is er nog Luc Fierens, die met zijn vermenging van mail art en visuele poëzie al te lang onder de radar van de literaire critici is gebleven.

Hedendaags

Jammer alleen dat Ramon het werk van enkele jonge hedendaagse dichters in het afsluitende hoofdstuk  maar in kort bestek behandelt. Dat van Elisabeth Tonnard had iets meer plaats verdiend. In haar veelzijdige werk stelt ze de status van tekst en beeld op een intrigerende manier in vraag. Ze heft de grenzen tussen die twee op. Verder besteedt Renaat Ramon ook nauwelijks aandacht aan de digitale experimenten die nu te vinden zijn op het internet, waardoor dichters een nieuwe invulling geven aan concrete en visuele poëzie.

Dit neemt niet weg dat Renaat Ramon met grote nauwgezetheid en veel kennis van zaken een grondige inkijk in de wereld van de concrete en visuele poëzie heeft mogelijk gemaakt. 'Vorm & visie' zal de officiële poëziegeschiedenis ongetwijfeld van belangrijke kanttekeningen voorzien. Dit prachtige kijk- en leesboek verdient veel aandacht.

Paul Demets
Paul Demets is dichter en poëzierecensent.

[Vorm & Visie van Renaat Ramon is een uitgave van het Poëziecentrum, 2014, 344p.]