Onschuld - Jeroen Theunissen

do 11/09/2014 - 09:04 *** Een roman over een gewrongen vader-zoonverhouding, waarbij de auteur zich zelf soms in bochten moet wringen. Maar toch is het verhaal over een oorlogsfotograaf overtuigend.

jeroen theunissen onschuld syrië strijder recensie jos borré

Het is een noest doorwrochte plot. Fotograaf Manuel is enige tijd ontvoerd in Syrië, maar hij komt weer vrij. Terwijl hij op de ambassade in Beiroet verblijft, ontmoet hij de gevluchte Syrische Nada, en hij brengt haar mee naar België. Daar blijkt ze zwanger, het resultaat van een brute meervoudige verkrachting. Maar Manuel zorgt voor het jongetje en ook zijn moeder is gek op het joch. Met zijn vader, een van de media bekende psychiater, leeft Manuel al jaren lang in onmin, en hij is woest als hij verneemt dat zijn vader zich in een televisiereportage voordoet als de bezorgde ouder die in Syrië naar zijn ontvoerde zoon op zoek is gegaan. In werkelijkheid had zijn vader niet lang meer te leven en bij zijn vrijlating verneemt Manuel dat hij ook gestorven is, ergens in de Pyreneeën. Daar woont nog altijd Judith, de adolescentenliefde van zijn vader, een koorddanseres. Een jaar lang onderbrak hij indertijd zijn studie om met haar in de bergen een volkomen vrij en onbekommerd leven te leiden, tot een ongeval hun plannen doorkruiste. Manuel zoekt op zijn beurt Judith op en het is aan haar dat hij zijn relaas richt, haar spreekt hij er geregeld in aan. 

Dit is nog lang niet de volledige plot, maar het duurt een tijd voor je te weten komt wie die Judith is – en dit mocht ik al wel verklappen.
 

Dingen des levens

‘Onschuld’ is de titel van de roman, en het gaat er eigenlijk om dat onschuld zich vaak vermomt in misleidende gedaantes. Maar ook dat de notie ook niet simpel te omlijnen valt. Soms lijkt onschuld wel op het tegendeel. Maar is Nada wel schuldig te noemen als ze na de leugens de waarheid over haar verleden onthult, een werkelijkheid die mede bepaald is door de cultuur waaruit ze komt, door onvoorziene omstandigheden en door de dingen des levens, die toch voor iedereen gelden (ik spreek in raadsels, maar mag verder niks concreets meer onthullen)? En gaat dit niet evenzeer op voor de gehate vader, die door zijn terughoudendheid, zijn afzondering en zijn gevoelsarmoede zijn gezin hypothekeerde en zijn zoon emotioneel verwaarloosde, maar daar niet uit zichzelf toe kwam, en op zijn beurt door omstandigheden in die apathie geloodst werd?

Centraal in het boek staat inderdaad de erg gespannen, bezwaarde verhouding tussen de vader en de zoon. Kort voor zijn dood zorgt de vader ervoor dat zijn zoon zijn dagboeken in handen krijgt, wellicht als een poging om zichzelf te verklaren en te verantwoorden. Dat stelt de zoon, die dit relaas vertelt in de ik-persoon, in staat om het leven van zijn vader te reconstrueren

Gewrongen

Daarbij neemt de auteur echter een zeer betwistbare positie in. Want lang niet alles wat in het relaas aan de orde en in beeld komt, kan de ‘ik’ uit de dagboeken gehaald hebben. Dat zijn vader zijn tong verbrandde bij de eerste thee die hij in Turkije bij het begin van zijn zoektocht aangeboden kreeg, en dat het dienstertje haar hand op zijn schouder legde en hem vroeg of alles in orde was. Heeft hij dat allemaal neergeschreven? En dat hij ‘vriendelijk bedankte’ voor de aangeboden baklava? Of dat hij, misselijk door zijn ziekte, alleen in het toilet, het kwijl van zijn mond veegde? Jeroen Theunissen neemt ook in deze roman de geforceerd aandoende gewoonte aan om elk personage dat in beeld verschijnt fysiek te beschrijven: haren, gezicht, figuur... Maar als het gaat om mensen die de vader toevallig ontmoette, hoe kan de ik-verteller dan weten hoe ze er uitzagen? Ah, dan heeft de ‘ik’ bij voorbeeld die uitgever "jaren later eens op een receptie ontmoe"’, en ook die cameraman van de reportage heeft hij ‘ooit ontmoet’. Kom: de vertellende alwetende auteur neemt het in die aangelegenheden over van de vertellende ‘ik’, en je voelt dat de auteur daarmee gewrongen zit.

Meer dan eens gaat hij uit van een ‘veronderstelling’ ("kwijl moet uit zijn mond gestroomd hebben"); of hij heeft dingen "uit verslagen en gesprekken vernomen";"ik denk dat" of "stel ik me voor", zegt hij vaak, of "niet alles heeft zich noodzakelijk honderd procent voorgedaan zoals ik het vertel", of "ik probeer mij de dingen voor te stellen zoals ze gebeurd zijn of gebeurd kunnen zijn". Als de ‘ik’, aan Judith, dus, stukken verhaal vertelt die zij met zijn vader zelf mee beleefd heeft en dus al kent (tot wie richt hij zich dan eigenlijk? Alleen tot de lezer natuurlijk), en zelfs hun dialogen reproduceert, zegt hij "Spreek me tegen als ik de zaken niet correct voorstel", of "als ik het niet juist vertel". Nee, dat zit technisch scheef.

Perceptie

Natuurlijk, een verklaring zou men kunnen zoeken in de overweging dat alles wat de zoon reconstrueert niet de ware verleden werkelijkheid is, maar zijn perceptie ervan, zijn voorstelling, in zijn poging om zijn vaders leven en voelen en denken na te speuren om hem alsnog te begrijpen. Dat brengt hem ertoe bij een alweer gereproduceerd excuus van zijn vader ("Sorry voor alles. Ik maakte fouten. Ik had meer van jullie moeten houden") te stellen: "Dat laatste heeft hij niet gezegd, maar ik hoop dat hij het gezegd heeft, ik wil dat hij het gezegd heeft". Zoals de auteur het woord overneemt van de verteller, zo zet de zoon het verhaal van zijn vader niet alleen naar zijn eigen hand, maar gaat hij uiteindelijk ook in de schoenen van de vader staan. Zozeer zelfs dat hij zich in de zeer aansprekende finale niet alleen letterlijk in de voetsporen van zijn vader begeeft, maar zich ook volledig met hem identificeert.

Weidsheid

Ruimtelijk en psychologisch krijgt de roman daar in de Pyreneeën een adembenemende weidsheid, die de voorgaande bezwaren minimaliseert. Iedereen blijkt zo vrij als de koorddanser die elke keer opnieuw een risico neemt, iedereen wordt geconfronteerd met de uitdagende afgrond waar hij langs of overheen moet, iedereen blijkt zowat de speelbal van het emotioneel lot dat hem persoonlijk beschoren is, iedereen is gevormd (of misvormd) door wat hij van het leven meegekregen heeft. Iedereen wordt gemaakt tot wat hij is door een ander. Het komt allemaal overtuigend tot uiting en het maakt gewis een zekere indruk. En dan is nog lang niet het laatste over deze roman verteld.

Met zijn vorige, lijvige roman De omwegen’ (2013) haalde Jeroen Theunissen lovende kritieken en een nominatie voor de Libris Literatuur Prijs. Maar deze, zijn vijfde, is zonder twijfel zijn beste.

Jos Borré
Jos Borré is recensent, vooral van Vlaamse en Nederlandse literatuur.

[Onschuld van Jeroen Theunissen is uitgegeven bij De bezige Bij, 2014, 236 p]