De omwegen - Jeroen Theunissen

di 06/05/2014 - 17:20 ** In de ambitieuze roman 'De omwegen' van Jeroen Theunissen ondergaan drie broers de loutering van een levensweg vol omwegen.

jeroen theunissen omwegen roman fictie recensie jos borre

Wat maakt dat een roman de lezer raakt of niet raakt? Dit valt nooit helemaal uit te puren, vooral vanwege de veranderlijke aard en de onvoorspelbare ontvankelijkheid van de lezer. Zijn beroemde ‘willing suspension of disbelief’ in het vakjargon: zijn bereidheid om zich door de auteur bij de hand te laten nemen, het opheffen van zijn reserve om zich mee in de fictionele wereld te begeven. Gemeten aan de nominatie voor de Libris Literatuurprijs slaagt Jeroen Theunissen met zijn vierde roman ‘De omwegen’ in die opheffing met glans. De roman moet zijn faam ook bevestigen en naar een ruimere lezerskring uitbreiden: hij is veel dikker en ambitieuzer dan zijn vorige drie uitgevallen; dit lijkt een serieuze gooi naar een meesterproef.

Gebroken geheel

Alleen is het mij niet helemaal duidelijk waar dit ambitieuze project toe moest leiden, waar het op aanstuurt. Wat wilde Jeroen Theunissen verwezenlijken? Een ‘kroniek van onze tijd’ registreren, zoals de flaptekst zegt, te vergelijken met wat Tom Lanoye in zijn 'Monstertrilogie' deed met de jaren negentig? Of een familie-epos opbouwen waaruit moet blijken hoe kinderen en hun ouders ondanks allerlei wederzijdse invloeden een eigen leven gaan leiden en pas dan de koesterende waarde van ‘familie’ gaan inzien? Valt dit misschien af te leiden uit de passage dat ‘wij nu eenmaal als scherven op zoek zijn naar de andere scherven met wie we het gebroken geheel dat we waren voor we de baarmoeder verlieten opnieuw kunnen reconstrueren, maar zelfs wanneer alle scherven elkaar zouden vinden, bleef de reconstructie in wezen onmogelijk omdat wat eenmaal gebroken is nooit zomaar gelijmd kan worden, nooit zomaar in de oorspronkelijke gedaante kan worden hersteld’? Of wou hij de grenzeloze rusteloosheid van mensen in deze tijd in beeld brengen? Ligt zijn wezenlijke statement misschien in het wat ijle, afstandelijke cynisme waarmee hij als auteur toekijkt op de inconsistente gebeurlijkheden van het leven, waartegen de mens niet echt een verhaal heeft? Of ligt de sleutel tot dit boek verscholen op de allerlaatste bladzijde waar iemand stelt dat de natuur, de mens "niet goed gemaakt is: We hebben geen controle, we zijn als mens te klein, te onrustig, te zwak", waarna het jongste personage in de slotzin profeteert: "Het is niet af, mama, het is niet af?"

Of heb ik iets gemist?
 

Immense omwegen

Een hele rij uiteenlopende personages laat Jeroen Theunissen evolueren, met centraal een drieling Johan, Jonas en Joris, alias de grote, de lange en de kleine Jo. Zij zijn de zonen van een depressieve, door haar man betuttelde moeder, en een afwezige vader, politicus en flierefluiter, die bij een andere vrouw nog een buitenechtelijke dochter heeft, en die nog wel wat meer uitsteekt om de familiale relaties danig onder druk te zetten. De drie zonen gaan ieder hun eigen weg. Johan trekt als wereldverbeteraar de globe rond, Jonas realiseert wat hij zich al vroeg voorneemt: hij wordt multimiljonair in Amerika, en Joris, steeds op zoek naar zichzelf, is voortdurend primitief onderweg en verdwijnt in de onmetelijkheid van Siberië, waar hij een tijd bij een boerengezin woont. Het kan een soort existentiële rusteloosheid zijn die hen drijft, het idee, het ideaal, de illusie dat de wereld of het aangeboden leven voor verbetering vatbaar is. Waarbij de auteur ze dan op hun immense omwegen een even immense loutering laat doormaken en laat inzien dat toch maar zo weinig van wat ze zich voornemen gerealiseerd raakt, omdat het leven nu eenmaal onvolmaakt is. Nooit af.

Dieptezicht

Maar misschien had hij voor zijn personages ook geen eindbestemming voor ogen en ligt de betekenis van wat ze doormaken in het onderweg zijn in het leven. En hoopte hij dat de lezer zich evenzeer zou vermeien in het onderweg zijn in deze levensverhalen.
Feit is echter dat mijn ongeloof, mijn reserve bij deze verhalen nooit opgeheven raakt, dat de persoonlijkheid van de personages en het leven dat zich aan hen voltrekt mij nooit ráken. En dat komt doordat de verteller voortdurend door het beeld loopt: hij is te zichtbaar, te aanwezig, je ziet hem werken aan de opbouw van wat slechts een replica is, en daardoor blijft de illusie dat zijn verhaal echt en waarachtig is uit.


Opvallend, om te beginnen, is het onevenwicht tussen vele passages, in het lang en het breed uitgeschreven, met talloze details die er niet toe doen, en anderzijds vele andere waarin belangrijke levensepisodes dan weer snel samengevat lijken. Jonas maakt fortuin in Amerika, speelt het dan weer kwijt tijdens de bankencrisis, en rijft terug in België in geen tijd toch weer bakken geld binnen als consulent – up en down, het gaat allemaal even snel en gemakkelijk, op niet meer dan een paar bladzijden. Tijdens Joris’ langdurige en omstandig beschreven verblijf aan het eind van de wereld heeft hij een relatie met de dochter van het boerengezin, die dramatisch afloopt. Het werkt niet na. Waarom dan al die aandacht ervoor? De ontmoedigde Johan onderneemt meer dan eens een zelfmoordpoging. Jonas krijgt multiple sclerose. Een van de personages bekent zelfs een moord in het boek. Het veroorzaakt nauwelijks enige deining onder de betrokkenen. Blijkbaar was het Jeroen Theunissen in de eerste plaats toch om het vertellen te doen, het vrijblijvend willekeurige verhalen vertellen, niet aangedreven door causaliteit of onvermijdelijk toeval, wel abondant, de gehele ruimte ervoor bezettend met “verwoording”. Zoveel dingen worden daarbij wel gezegd, maar niet getoond (Johan is ‘afstandelijk’ en ‘kwezelachtig preuts’, maar ook ‘bijzonder gedreven’ en hij heeft de kracht ‘om deuren open te breken, nieuwe inzichten te ontwikkelen en zaken te verwezenlijken’), en dan komen ze vrijblijvend en vluchtig over, en laten ze geen indruk na. Slechts hier en daar licht er een reflectieve flits in op, een uitlating die je nog een keer wil lezen, omdat ze enig dieptezicht in het vertelde aanbrengt ('Idealisten, leerde hij, waren alleen maar lui die het belang van het bestaan boven het niet-bestaan systematisch overschatten.')
 

In de weg

Als het ongeloof eenmaal niet opgeheven raakt, blijft de bereidheid gemakkelijk aan nog meer obstakels haperen. Dan springen de talloze, weinig relevante nuancerende bepalingen (waarvan vele tussen haakjes) in het oog: "de prachtige (of in ieder geval immense en waardevolle) gerestaureerde woning". De lange en gezochte tangconstructies: een opeenhoping van bijvoeglijke bepalingen voor eindelijk het substantief volgt, wat niet alleen sedert Hubert Lampo volstrekt uit de mode is geraakt, maar vooral de lectuur nodeloos bezwaart. De onoverkomelijke gewoonte ook om ieder personage dat in beeld verschijnt fysiek te beschrijven: haren zo, mond zo, schouders zo. Ze dringen zich allemaal op als hebbelijkheden van de auteur die je aan het schrijven ziet en die zodoende voor de inleving van de lezer in de weg zit.


Het is niet dat Jeroen Theunissen dit onachtzaam doet, of uit literaire onhandigheid; hij kiest ervoor om dit als zijn specifieke schriftuur te etaleren, hij aanziet dit, hij gelooft hierin als de regels van de (zijn) kunst. Niemand kan of mag hem dat recht ontzeggen. Het zal dus wel een kwestie van smaak zijn, maar in deze omstandigheden gaat deze lezer niet mee in dit boek.

 

Jos Borré
Jos Borré is recensent, vooral van Vlaamse en Nederlandse literatuur.

['De omwegen' - Jeroen Theunissen. De Bezige Bij Antwerpen, 372 p.]