Oorlog - Het Liegend Konijn

do 10/04/2014 - 12:58 Sommige onderwerpen hebben blijkbaar een grote urgentie voor dichters. Dat liefde en dood tot hun verbeelding spreken, is niet verwonderlijk. Maar dat het thema ‘oorlog’ meer dan honderd dichters inspireerde, is opzienbarend, vindt Paul Demets.

het liegend konijn oorlog hugues c. pernath astrid lampe jozef deleu stefan hertmans marianne hirsch leo vroman charles ducal peter holvoet-hanssen sylvie marie roland jooris geert van istendael recensie paul demets

Ieper 2014 - Charles Ducal

Tegen het sentiment van de modder,
de romantiek van de kou,
het nostalgische vocht in longen en botten,
het klaroengeschal van honderd jaar oud

wordt het oorlogsmuseum gesloten,
het soldatenkerkhof verkaveld of omgeploegd,
het koor van klaprozen afgebroken.
de novemberparade verboden, voorgoed.

Dan openen zich misschien toch de graven
op zo’n manier dat het werkelijk voelt,
dat door onze slaap de lijken marcheren
als bloeiende knapen, op weg

naar Ituri, Aleppo of Khulm.

Niet onverschillig

De Antwerpse dichter Hugues C. Pernath, die onder andere indringende gedichten schreef over de indrukken die hij opdeed door het concentratiekamp van Auschwitz te bezoeken, zei in een interview dat engagement voor hem betekende ‘uit de onverschilligheid loskomen. Onverschilligheid is het ergste wat er bestaat.’ De honderdentwaalf dichters uit Vlaanderen en Nederland, die ingingen op de vraag van Jozef Deleu om mee te werken aan het themanummer van zijn poëzietijdschrift Het Liegend Konijn, laten duidelijk zien dat zij hun schouders niet ophalen.

Bij Stefan Hertmans wordt de beschrijving van een vlot in Tervaete, in de buurt van Stuivekenskerke, niet alleen een verwijzing naar de plek waar graaf Henri d’Oultremont en zijn troepen in 1914 de Duitsers probeerden terug te dringen, maar ook naar het vlot van de Medusa, waarop we allemaal een plek zoeken: ‘Daar ligt iets dat ooit vorm/ had en niet meer beweegt,/ het glijdt geluidloos uit de wereld weg.// Het drijft en blijft. Het draagt de velen/ die nog zullen volgen zonder morren,/ zonder vorm.’

Sommige dichters dragen het verhaal van hun ouders of grootouders verder. De Amerikaanse literatuurprofessor Marianne Hirsch heeft het over ‘postmemory’: wie een oorlog zelf niet heeft meegemaakt, maar de ouders of de grootouders er vaak hoort over vertellen, kan zodanig bepaald zijn door de verhalen, dat die verhalen een soort traumatische herinneringen worden voor wie ze doorvertelt. In de cyclus ‘Geleden familieverleden’ lezen we ‘Niemand te omarmen/ wordt de herinnering/ een mes// Ik ken dat schonkige lichaam/ want zoals vader erf ook ik/ het lijf dat uit je stak’.

Perspectieven

 

Peter Holvoet-Hanssen maakt gewoontegetrouw schrijnende muziek uit de pijn van generaties en locaties: ‘Kom, oude strijder, uit je krib –mee/ met je uitgebluste kijkers uit W.O. II/ de snee in je rafelvel – de waarheid schrikt/ gestikt in het mosterdgas van Halabja/ we zuchten: angst uit Kandahar krijg vleugels/ bezweren: scherven van Kaboel verzamel u/ we huilen als de moskee van Ras al-Ain/ met de prikkeldraadtranen van Seré Kaniyê/ do: zo kondigt zich het aan/ sol: de wolkenschepen die vergaan.’

Het valt op hoe het thema ‘oorlog’ vanuit allerlei perspectieven bekeken wordt en de dichters niet alleen de gruwelen van de Groote Oorlog in herinnering brengen. Sylvie Marie heeft het over de rol van de media: ‘we blijven gestationeerd zolang er iets gebeurt/ of zolang ze het thuis willen horen.’ Roland Jooris bekijkt ‘oorlog’ op een universeel, maar tegelijk persoonlijk niveau: ‘tot tranen bewogen/ verbijten we het bloeden/ van een omzwachtelde tijd// Het doordrenkt ons’. De onlangs overleden ouderdomsdeken Leo Vroman schreef vorige zomer nog dat oorlog ook te maken heeft met de agressie die in ieder van ons zit: ‘dus iedereen, bemin elkaar/ om die mooie hersens, maar/ zo vreselijk licht verstoord// in een minimum van tijd/ springen ze van lieflijkheid/ naar massamoord.’ Wat Astrid Lampe schrijft, ligt in het verlengde hiervan: ‘nog wordt hier zwartnacht/ de muur van papier/ en speelt de gameverslaafde/ mijnenvegertje’.

Link met nu

Meerdere dichters slaan een brug tussen oorlogen en tijdperken en wijzen op die manier op het feit dat dood en vernieling nooit gestopt zijn. Zo legt Geert van Istendael de link tussen het gebruik van chemische wapens bij Ieper in 1917 en Ghouta in Syrië in 2013: ‘Dit heeft een hooggeleerde uitgevonden/ chemie verheven boven onze zonden/ Niets heeft de hypothesen afgewezen/ nu nog een laatste proef op alle fronten/ Wat boven de hoofden zweeft moeten wij vrezen’. En Charles Ducal laat, in het gedicht dat ik koos, zien hoe gemakkelijk we vergeten wat er gebeurd is en hoe onverschillig we staan tegenover het oorlogsleed op dit moment, elders in de wereld.

Voor de dichters in deze prachtige bloemlezing is de taal een middel om aan een nieuwe samenleving te werken die zich bewust is van de gruwelen uit het verleden en zich niet blind toont voor wat er zich in de wereld afspeelt. Daarom is dit een boek dat de lezer wakker houdt, net als de oorlog zelf.

Paul Demets
Paul Demets is dichter en poëzierecensent.

[Oorlog, themanummer van Het Liegend Konijn, is een uitgave van Van Halewyck, Leuven en Van Gennep, Amsterdam, april 2014, 436p.]