Leuven: gewonde stad

vod
wo 12/03/2014 - 16:57 Update: ma 25/08/2014 - 13:22 De verschrikkelijke vernietiging van Leuven eind augustus 1914 en vooral het in brand schieten van de universiteitsbibliotheek zijn het onderwerp van een bijzondere beeldroman van Gerolf Van de Perre en Johanna Spaey. Cobra.be sprak met de schilder.

leuven eerste wereldoorlog gerolf van de perre johanna spaey kristien bonneure interview universiteitsbibliotheek

Begin augustus 1914 viel het Duitse leger België binnen en op 20 augustus werd Leuven bezet. Enkele dagen later ging het gerucht dat Duitse soldaten zouden zijn beschoten door Belgische burgers, zogenoemde franc-tireurs. Op 25, 26 en 27 augustus namen de Duitsers op een gruwelijke manier wraak. Zoals wijnhandelaar Felix Boon getuigt in zijn dagboek (geciteerd in 'Oorlogsdagen' van Pieter Serrien):

"Ik krijg een pistool tegen het hoofd gedrukt, terwijl een soldaat mij vijf, zes keer fouilleert. "Waar zijn de vrouwen?" "Die brengen we naar Aix," antwoordt een soldaat. "En wij?" "Voor onze troepen, zodat we jullie kunnen fusilleren als er vanuit één huis geschoten wordt." Van het Stationsplein blijft niets meer over. We worden in rangen gezet en vertrekken. Bajonet in de rug."

Op drie dagen tijd werd een groot deel van de historische binnenstad van Leuven in de as gelegd, meer dan 1000 woningen werden vernield. De eeuwenoude universiteitsbibliotheek in de Lakenhal aan de Naamsestraat, met alle onschatbare handschriften en wiegendrukken, ging in vlammen op.

Sophie de Schaepdrijver schrijft in ‘De groote oorlog’: “Een week later vond de bibliothecaris niets meer dan een puinhoop van gebroken pijlers en stenen en verkoolde balken, waarbinnen tienduizenden boeken nasmeulden. Door de verlaten straten vlogen half verbrande bladzijden tot in de weilanden buiten de stad”. Dat doet sterk denken aan wat gebeurde met de bibliotheek van Sarajevo in 1992.

“Wie boeken verbrandt, verbrandt tenslotte ook mensen”

Qua aantal slachtoffers was de aanval op Leuven bijlange na niet de ergste in de Belgische oorlogsgeschiedenis, maar de oorlogsmisdaad was gericht tegen een cultuur, en daarom des te symbolischer. Wereldwijd was er weerzin, vooral in de Verenigde Staten.

Enkele half-verbrande boeken zijn te bekijken in de nieuwe universiteitsbibliotheek aan het Ladeuzeplein, gebouwd met Amerikaans geld na de Eerste Wereldoorlog. Daar stelt schilder Gerolf Van de Perre ook enkele doeken tentoon uit zijn beeldroman ‘Gewonde stad’. Het is een buitenbeentje in de stroom boeken naar aanleiding van honderd jaar Eerste Wereldoorlog. Van de Perre heeft tientallen grote en kleine schilderijen gemaakt, en tegelijk vertelt Johanna Spaey (bekend van andere WO I-romans en thrillers) het verhaal van vier personages, in spaarzame en prangende teksten. 

Vier mensen

Koning Albert verbleef een poos in Leuven, tot ook hij op de vlucht sloeg. “In mijn dagboek noteer ik: ‘De koning koningt’. Ik wacht af tot ik steen voor steen word gesloopt.” De andere protagonisten in ‘Gewonde stad’ zijn fictief.

De Duitse soldaat Rudolf X, student, was betrokken bij de brandstichting van de bibliotheek. “Ik verketter de boeken die niet langer tegen me spreken.” Cafébazin Irma ziet na de vuurgloed alweer Belgen én Duitsers in haar estaminet zitten, waar ze geen kogels maar blikken op elkaar afvuren.

En dan is er nog de Belgische soldaat Maurice, wiens gezicht door een granaatscherf half weggeschoten werd nabij Halen. Hij belandt in een veldhospitaal in Leuven. “Pas als de dokter zich in het hospitaal over me heen buigt, komt de stilte. Het gefluister van morfine.” Later krijgt Maurice een kaak- en neusprothese. “Ik ben het gezicht van de oorlog.” Een metafoor voor Leuven, dat na de oorlog ook copie-conforme werd heropgebouwd. Soms lijken de nieuwe gebouwen ouder dan wat er stond. “Te veel misère smeekt om een weelderige façade die zalft en troost”, schrijft Johanna Spaey. “De naden zijn nog zichtbaar zijn voor wie goed kijkt”, zegt Gerolf Van de Perre.
 

Steden in afbraak en opbouw

Behalve de hoofdpersonages spreekt er ook een soort Grieks koor in het boek: de getraumatiseerde inwoners van Leuven. Van de Perre ziet Leuven als een schouwtoneel, waar eerst Belgische en dan Duitse soldaten ten tonele komen, en vervolgens iedereen weer afgaat, vluchtende burgers inbegrepen. Het thema van een stad in transformatie -vernieling en heropbouw- fascineert de schilder mateloos. Hij leefde en werkte lange tijd in Peking, en maakte ook een beeldroman over Parijs, honderd jaar geleden.

Voor zijn verhaal over Leuven maakte hij dankbaar gebruik van archiefmateriaal (foto’s en films). Maar de beeldroman is wel fictie, want “die is in staat om de oorlog dichter bij de mensen van nu te brengen,” vindt Van de Perre.

[Gewonde stad van Gerolf Van de Perre en Johanna Spaey is uitgegeven bij De Bezige Bij Antwerpen. De toren van de (nieuwe) universiteitsbibliotheek van Leuven aan het Ladeuzeplein 21 is ook toegankelijk, en daar loopt een expo over de brand in WOI]